JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:3800Laag32/100

Bestemmingsplan wonen vernietigd wegens ontbrekende toezeggingstoets

ECLI:NL:RVS:2026:3800, Raad van State, 01-07-2026, 202404049/1/R3

Raad van StateUitspraak: 1 juli 2026Publicatie: 1 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:202404049/1/R3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Omgevingswet Overgangsrecht
Bestemmingsplan
Goede Ruimtelijke Ordening
Evenemententerrein
Toezeggingen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de raad van de gemeente Súdwest-Fryslân van de gemeente Súdwest-Fryslân het bestemmingsplan "SWF Oudega en Woudsend" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de wijziging van de voorheen op het perceel De Wearen 2 te Oudega (het perceel) geldende bestemming "Maatschappelijke Doeleinden" naar de bestemming "Wonen". Het perceel is momenteel in gebruik als evenemententerrein na de sloop van de school. [appellant] en anderen zijn het niet eens met de bestemmingsplanwijziging omdat ze vinden dat het evenemententerrein voorziet in een belangrijke behoefte, de gemeente toezeggingen gedaan heeft over het gebruik van het perceel, en omdat ze vrezen dat dit afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat. [appellant] en anderen betogen dat de raad ten onrechte aan het perceel een woonbestemming heeft toegekend omdat het evenemententerrein voorziet in een duidelijke behoefte binnen het dorp.

Kern van de zaak

Appellant en anderen verzetten zich tegen de bestemmingsplanwijziging van het perceel De Wearen 2 te Oudega van 'Maatschappelijke Doeleinden' naar 'Wonen'. Het perceel was na sloop van een school in gebruik als evenemententerrein. Appellanten stellen dat de gemeente toezeggingen deed over het gebruik, dat het terrein voorziet in een belangrijke maatschappelijke behoefte en dat woningbouw het woon- en leefklimaat schaadt.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestemmingsplan 'SWF Oudega en Woudsend' voor het plandeel met de bestemming 'Wonen' voor het betreffende perceel. De doorslaggevende reden is dat de raad onvoldoende heeft meegewogen dat toezeggingen zijn gedaan over het gebruik van het perceel als evenemententerrein dan wel de belangen van appellanten anderszins onvoldoende heeft afgewogen.

32van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een casuïstische bestuursrechtelijke uitspraak over een relatief klein bestemmingsplanplandeel in een kleine gemeente; de rechtsvraag is niet nieuw maar de uitkomst is relevant voor de direct betrokkenen en illustreert het geldende toetsingskader.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht Omgevingswet is van toepassing: omdat het ontwerpplan op 22 december 2023 ter inzage is gelegd, blijft de Wet ruimtelijke ordening (oud recht) gelden.
  • 2De raad heeft beleidsruimte bij het aanwijzen van bestemmingen, maar moet alle betrokken belangen evenredig afwegen.
  • 3Appellanten beroepen zich op gemeentelijke toezeggingen over gebruik van het perceel als evenemententerrein.
  • 4Het beroep wordt gegrond verklaard en het plandeel met bestemming 'Wonen' wordt vernietigd voor zover het het betreffende perceel betreft.
  • 5De raad wordt opgedragen de uitspraak binnen vier weken te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan; geen proceskostenveroordeling.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat gemeenten bij bestemmingsplanwijzigingen deugdelijk dienen te motiveren hoe zij zijn omgegaan met gedane toezeggingen en maatschappelijke belangen, en dat gebrekkige belangenafweging tot vernietiging leidt. Het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet (art. 4.6 lid 3) wordt correct toegepast.

Praktische impact

De gemeente Súdwest-Fryslân moet een nieuw besluit nemen voor het betreffende plandeel en daarin alsnog deugdelijk motiveren hoe zij omgaat met de toezeggingen en de behoefte aan het evenemententerrein; de woningbouwplannen op dit perceel lopen hierdoor vertraging op.

Onderwerp-impact

Voor evenementen- en maatschappelijke voorzieningen in kleine kernen benadrukt deze uitspraak dat gemeenten bij herontwikkeling naar wonen zorgvuldig moeten omgaan met gedane toezeggingen en de maatschappelijke functie van een terrein.

Samenvatting

Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 juli 2026 betreft een beroep van omwonenden en gebruikers tegen de bestemmingsplanwijziging van het perceel De Wearen 2 te Oudega (gemeente Súdwest-Fryslân). De gemeenteraad had bij besluit van 18 april 2024 de bestemming van dit perceel gewijzigd van 'Maatschappelijke Doeleinden' naar 'Wonen'. Het perceel was na de sloop van een schoolgebouw als evenemententerrein in gebruik genomen. Appellanten voerden aan dat het evenemententerrein in een duidelijke maatschappelijke behoefte voorziet, dat de gemeente toezeggingen had gedaan over het voortgezette gebruik als evenemententerrein, en dat de bestemmingswijziging naar wonen afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat in de omgeving. Vooraf stelt de Afdeling vast dat op deze procedure het recht van vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft — dus de Wet ruimtelijke ordening — omdat het ontwerpplan reeds op 22 december 2023 ter inzage was gelegd, overeenkomstig het overgangsrecht van artikel 4.6 lid 3 van de Invoeringswet Omgevingswet. Inhoudelijk toetst de Afdeling of de raad de betrokken belangen voldoende heeft afgewogen en of de nadelige gevolgen evenredig zijn aan de met het plan te dienen doelen. De Afdeling oordeelt dat de raad het beroep gegrond is en vernietigt het bestemmingsplan voor zover het de bestemming 'Wonen' op dit plandeel betreft. De kern van het oordeel is dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd hoe hij is omgegaan met de door appellanten gestelde gemeentelijke toezeggingen omtrent het gebruik van het perceel als evenemententerrein, en de daarmee samenhangende maatschappelijke belangen onvoldoende heeft meegewogen. De gemeente wordt opgedragen de vernietiging binnen vier weken te verwerken in het elektronisch gepubliceerde plan. Proceskosten worden niet vergoed.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 17 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:RBGEL:2026:5525Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RBGEL:2026:5525, Rechtbank Gelderland, 13-07-2026, AWB-25_4431 e.a.

Rechtbank Gelderland13 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied