JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:3685Middel38/100

Hoger beroep geitenhouderij stikstof ongegrond verklaard

ECLI:NL:RVS:2026:3685, Raad van State, 24-06-2026, 202401073/1/R2

Raad van StateUitspraak: 24 juni 2026Publicatie: 24 juni 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202401073/1/R2
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Handhaving
Vergunningen
Milieu
Natuurvergunning
Wet Natuurbescherming
Stikstofdepositie
Intern Salderen
Geitenhouderij

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 18 januari 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan [appellante] een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb) verleend voor de uitbreiding en exploitatie van een geitenhouderij aan de [locatie A] in Hurwenen. [appellante] exploiteert een geitenhouderij aan de [locatie A] in Hurwenen. Hij heeft daarvoor een natuurvergunning die op 7 december 2015 door het college is verleend. Die vergunning heeft betrekking op het houden van 5.510 geiten in vier stallen. Deze 5.510 geiten zijn onderverdeeld in 2.510 geiten ouder dan 1 jaar (RAV-code C1.100), 2.700 opfokgeiten van 61 dagen tot en met 1 jaar (RAV-code C2.100) en 300 opfokgeiten tot en met 60 dagen (RAV-code C3.100). [appellante] heeft een aanvraag voor een natuurvergunning voor de uitbreiding van de geitenhouderij ingediend. De aanvraag heeft betrekking op het verlengen van de bestaande stallen om aan dierenwelzijnseisen te kunnen voldoen. Ook wordt de natuurlijke ventilatie in de stallen gewijzigd in mechanische ventilatie.

Kern van de zaak

Een geitenhouder in Hurwenen vroeg een natuurvergunning aan voor uitbreiding van zijn bedrijf (stalverlenging en mechanische ventilatie). Hoewel het aantal dieren niet toenam, leidde de mechanische ventilatie tot een tijdelijke toename van stikstofdepositie. De vergunning werd geweigerd, waarna de geitenhouder in hoger beroep ging bij de Raad van State.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep van de geitenhouder is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Doorslaggevend is dat de toegepaste intern salderingsmethodiek (tijdelijke beperking van de toestemming van de saldogever) een publiekrechtelijke beperking vereist, waaraan niet is voldaan.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak bevestigt bestaande rechtspraak over de publiekrechtelijke vereisten bij tijdelijke intern saldering en heeft relevantie voor de agrarische praktijk, maar stelt geen fundamenteel nieuw rechtsbeginsel vast.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de aanvraag vóór 1 januari 2024 is ingediend, blijft de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing.
  • 2Mechanische ventilatie leidt tot een andere verspreiding van ammoniak en daarmee tot een (tijdelijke) toename van stikstofdepositie, ook zonder toename van het aantal dieren.
  • 3De tijdelijke saldogeving vereist ingevolge artikel 6a Wnb een publiekrechtelijke beperking van de toestemming van de saldogevende activiteit.
  • 4Een privaatrechtelijke overeenkomst waarin de saldogever instemt met tijdelijke beperking volstaat niet zonder een bijbehorende publiekrechtelijke borging.
  • 5De Raad van State bevestigt de lagere rechterlijke uitspraak volledig; geen proceskostenveroordeling.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat tijdelijke intern salderen in het kader van de Wet natuurbescherming een publiekrechtelijke borging van de buitengebruikstelling vereist en dat een louter contractuele regeling onvoldoende is. Dit sluit aan bij de strikte lijn die de Raad van State hanteert bij stikstoftoestemming.

Praktische impact

Voor de geitenhouder betekent dit dat de gewenste staluitbreiding met mechanische ventilatie (zonder luchtwassers in de toekomst als enige borging) niet vergund wordt. Vergelijkbare agrarische bedrijven die willen uitbreiden via tijdelijke saldering moeten een publiekrechtelijke beperking van de saldogevende activiteit formaliseren.

Onderwerp-impact

In de agrarische sector onderstreept deze uitspraak dat tijdelijke stikstofruimte via saldering publiekrechtelijk moet worden vastgelegd; contractuele afspraken tussen private partijen zijn onvoldoende om Natura 2000-gebieden te beschermen.

Samenvatting

In deze zaak staat centraal de aanvraag van een geitenhouder in Hurwenen voor een nieuwe natuurvergunning ten behoeve van de uitbreiding van zijn geitenhouderij. De uitbreiding betreft het verlengen van bestaande stallen om aan dierenwelzijnseisen te voldoen en het omzetten van natuurlijke naar mechanische ventilatie. Het aantal dieren neemt niet toe, maar de mechanische ventilatie veroorzaakt door een andere verspreiding van ammoniak een tijdelijke toename van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De geitenhouder beoogde deze toename te compenseren via tijdelijke intern saldering: de bestaande vergunde capaciteit van de saldogevende activiteit zou tijdelijk worden beperkt totdat luchtwassers zijn geïnstalleerd. Het juridische geschilpunt spitst zich toe op de vraag of die tijdelijke beperking voldoende publiekrechtelijk is geborgd. De Raad van State overweegt, met toepassing van het overgangsrecht van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet, dat de Wet natuurbescherming (Wnb) zoals die gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft, nu de aanvraag is ingediend op 18 februari 2020. Op grond van artikel 6a, vierde en vijfde lid, van de Wnb vereist tijdelijke saldering zowel dat de saldo-ontvangende activiteit tijdelijk van aard is, als dat de saldogever instemt met een tijdelijke beperking van zijn toestemming via een overeenkomst. Uit de wetsgeschiedenis blijkt echter dat met die beperking een publiekrechtelijke buitengebruikstelling is bedoeld. Aan dit publiekrechtelijke vereiste is in het geval van de geitenhouder niet voldaan. De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Voor agrarische ondernemers die willen uitbreiden via tijdelijke stikstofruimte is een publiekrechtelijke borging van de beperking van de saldogevende activiteit derhalve onmisbaar.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 25 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RBROT:2026:8970Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RBROT:2026:8970, Rechtbank Rotterdam, 24-07-2026, ROT 23/3690

Rechtbank Rotterdam24 jul 2026OverheidHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4272Laag
Bestuursrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4272, Raad van State, 22-07-2026, 202500298/1/R2

Raad van State22 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4264Middel
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4264, Raad van State, 22-07-2026, 202506029/1/A2

Raad van State22 jul 2026SchadevergoedingOverheid
35/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4282Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4282, Raad van State, 22-07-2026, 202500140/1/R4

Raad van State22 jul 2026OverheidVergunningen
22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied