JurispRadar
ECLI:NL:RBROT:2026:8970Middel38/100

ACM handhavingsverzoek ten onrechte afgewezen, beroep gegrond

ECLI:NL:RBROT:2026:8970, Rechtbank Rotterdam, 24-07-2026, ROT 23/3690

Rechtbank RotterdamUitspraak: 24 juli 2026Publicatie: 23 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer:ROT 23/3690
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Mededingingsrecht
Overheid
Handhaving
Redelijke Termijn
Motiveringsgebrek
Handhavingsverzoek
Acm
Wijzigingsbesluit

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Uitspraak na twee tussenuitspraken (ECLI:NL:RBROT:2025:8372 en ECLI:NL:RBROT:2025:14479). Verzoek om handhaving tegen warmteleverancier. De rechtbank komt tot de conclusie dat ook het nieuwe wijzigingsbesluit ten aanzien van zowel de montagekosten als het verschil in berekeningsmethode tussen schouwkosten en installatiekosten onvoldoende is gemotiveerd. Nu geen rechtvaardiging is gegeven voor het verschil in berekeningsmethode, had de ACM op basis van de overgelegde informatie moeten concluderen dat de gehanteerde kosten niet redelijk zijn. Zij had dus niet tot afwijzing van het handhavingsverzoek van eiseres mogen overgaan op de grond dat de door [derde belanghebbende] B.V. toegepaste methode voor het bepalen van tarieven voor afleversets redelijk is. De ACM wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Toekenning schadevergoeding vanwege overschrijding redelijke termijn van artikel 6 EVRM.

Kern van de zaak

Eiseres verzocht de ACM handhavend op te treden, maar de ACM wees dit verzoek af. Na bezwaar handhaafde de ACM haar afwijzing in het bestreden besluit van 24 april 2023. Eiseres ging hierop in beroep bij de Rechtbank Rotterdam.

Beslissing van de rechter

Het beroep is gegrond verklaard: de ACM heeft ten onrechte de afwijzing van het handhavingsverzoek gehandhaafd. Daarnaast krijgt eiseres een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. Doorslaggevend was een eerder vastgesteld motiveringsgebrek in het besluit, dat de ACM ondanks herhaalde herstelmogelijkheden slechts gedeeltelijk heeft gerepareerd.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak is relevant voor ACM-handhavingsprocedures en de redelijke termijn-problematiek, maar betreft een specifiek geval zonder fundamentele nieuwe rechtsregels; de impact blijft daarmee beperkt tot de directe betrokken partijen en vergelijkbare handhavingszaken.

Belangrijkste punten

  • 1De ACM wees het handhavingsverzoek van eiseres ten onrechte af; de rechtbank verklaart het beroep gegrond.
  • 2De procedure kende meerdere tussenuitspraken (december 2025, september 2025) waarbij de ACM telkens in de gelegenheid werd gesteld motiveringsgebreken te herstellen.
  • 3De ACM nam op 13 februari 2026 een wijzigingsbesluit met twee toegevoegde randnummers, maar dit bleek onvoldoende om het geconstateerde gebrek volledig te herstellen.
  • 4Eiseres ontvangt een schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn (art. 6 EVRM) als gevolg van de langdurige procedure.
  • 5De derde belanghebbende nam actief deel aan de procedure en reageerde op alle wijzigingsbesluiten en nadere vragen.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat de ACM bij de afwijzing van handhavingsverzoeken deugdelijk moet motiveren en dat motiveringsgebreken via een wijzigingsbesluit volledig herstelbaar moeten zijn. Tevens onderstreept de uitspraak de toepassing van de redelijke termijn-jurisprudentie (art. 6 EVRM) in bestuursrechtelijke handhavingsprocedures bij de ACM.

Praktische impact

Eiseres slaagt erin handhaving door de ACM af te dwingen en ontvangt bovendien een schadevergoeding voor de lange doorlooptijd van de procedure. De ACM zal een nieuw, deugdelijk gemotiveerd besluit moeten nemen over het handhavingsverzoek.

Onderwerp-impact

Voor partijen die een handhavingsverzoek indienen bij de ACM wordt bevestigd dat de toezichthouder bij afwijzing een volledige en draagkrachtige motivering moet leveren, en dat rechters meerdere herstelmogelijkheden kunnen bieden alvorens een besluit te vernietigen.

Samenvatting

In deze zaak bij de Rechtbank Rotterdam heeft eiseres de Autoriteit Consument & Markt (ACM) gevraagd handhavend op te treden. De ACM wees dit verzoek af en handhaafde die afwijzing in de beslissing op bezwaar van 24 april 2023. Eiseres stelde beroep in bij de rechtbank, waarna een langdurige procedure volgde met meerdere tussenuitspraken. In de eerste tussenuitspraak (september 2025) en de tweede tussenuitspraak (december 2025) constateerde de rechtbank telkens motiveringsgebreken in het besluit van de ACM en stelde zij de ACM in de gelegenheid deze te herstellen. De ACM verzocht om verlenging van de hersteltermijn vanwege samenloop met andere procedures en beperkte beschikbaarheid van expertise, hetgeen de rechtbank toestond tot 13 februari 2026. Op die datum nam de ACM een wijzigingsbesluit waarbij twee randnummers werden toegevoegd aan een eerder wijzigingsbesluit van september 2025. Na schriftelijke reacties van zowel de derde belanghebbende als eiseres stelde de rechtbank nog nadere vragen aan de ACM, waarop opnieuw schriftelijk werd gereageerd door alle partijen. De rechtbank concludeert uiteindelijk dat de ACM ook na de geboden herstelmogelijkheden ten onrechte is gebleven bij haar afwijzing van het handhavingsverzoek. Het beroep wordt dan ook gegrond verklaard. Bovendien heeft de procedure zodanig lang geduurd dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM is overschreden. Eiseres heeft recht op een schadevergoeding wegens deze termijnoverschrijding. De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij de afwijzing van handhavingsverzoeken door de ACM en toont dat bestuursrechters toezichthouders meerdere herstelkansen kunnen bieden, maar uiteindelijk een gegrondverklaring zullen uitspreken als die gebreken niet adequaat worden hersteld.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 25 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4272Laag
Bestuursrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4272, Raad van State, 22-07-2026, 202500298/1/R2

Raad van State22 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4264Middel
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4264, Raad van State, 22-07-2026, 202506029/1/A2

Raad van State22 jul 2026SchadevergoedingOverheid
35/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4282Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4282, Raad van State, 22-07-2026, 202500140/1/R4

Raad van State22 jul 2026OverheidVergunningen
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4297Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4297, Raad van State, 22-07-2026, 202504678/1/A3

Raad van State22 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied