Reductie zegendagen IJsselmeer vissers door minister bevestigd
ECLI:NL:RVS:2026:364, Raad van State, 21-01-2026, 202304611/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluiten van 27 oktober 2021 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan de vissers voor het visseizoen 2021/2022 een vergunning met het zegenrecht, gereduceerd van zeven tot twee zegendagen, verleend. De vissers oefenen op het IJsselmeer beroepsmatig de zegenvisserij op schubvis uit. De zegen is een net waarvan de onderkant is verzwaard en de bovenkant is voorzien van drijvers, met in het midden een verzamelzak. Bij deze vismethode wordt het net uitgevaren, waarna het wordt binnengetrokken en de in het water aanwezige vis wordt ingesloten. Met de zegenbeugel kan de vis uit het net worden verwijderd. Voor de visseizoenen 2021/2022 en 2022/2023 heeft de minister het aantal dagen per zegenrecht teruggebracht van zeven naar twee, omdat het volgens de minister niet goed gaat met het brasembestand op het IJsselmeer. De reductie van het aantal zegendagen is nodig om het brasembestand te beschermen en herstellen met het oog op een duurzame toekomst voor de visserij, aldus de minister. De minister heeft zich voor de reductie gebaseerd op verschillende rapporten van Wageningen Marine Research (hierna: WMR). De vissers zijn het niet eens met de reductie.
Kern van de zaak
Beroepsvissers op het IJsselmeer verzetten zich tegen de ministeriële beslissing om het aantal toegestane zegenvisdagen per seizoen terug te brengen van zeven naar twee. De minister baseerde deze reductie op rapporten van Wageningen Marine Research over de slechte staat van het brasembestand. De vissers betwisten zowel de noodzaak als de wetenschappelijke onderbouwing van de maatregel.
Beslissing van de rechter
De Raad van State bevestigt (op basis van de beschikbare tekst) het oordeel van de rechtbank dat de minister de reductie van zegendagen deugdelijk heeft gemotiveerd. Doorslaggevend is dat de WMR-rapporten op inzichtelijke wijze de feiten en omstandigheden weergeven en de vissers geen gelijkwaardig wetenschappelijk tegenonderzoek hebben ingebracht.
Impactscore
MiddelDe uitspraak bevestigt bestaande bestuursrechtelijke lijnen rondom deskundigenadvies en bewijslast, zonder fundamenteel nieuwe rechtsregels te stellen. De impact is voornamelijk sectorspecifiek voor de IJsselmeervisserij.
Belangrijkste punten
- 1Minister reduceert zegendagen van 7 naar 2 op grond van artikel 29 lid 6 Uitvoeringsregeling visserij, ter bescherming van het brasembestand op het IJsselmeer
- 2Besluit is gebaseerd op rapporten van Wageningen Marine Research (WMR), die als deskundig en inzichtelijk worden beoordeeld
- 3Vissers hebben geen gelijkwaardig wetenschappelijk tegenonderzoek overgelegd; kanttekeningen bij de onderzoeksmethode zijn onvoldoende
- 4Rechtbank en (naar verwachting) Raad van State oordelen dat de motivering van de minister de rechterlijke toets doorstaat
- 5De uitspraak betreft twee visseizoenen (2021/2022 en 2022/2023) en raakt direct de bedrijfsvoering van beroepsvissers
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat bestuursorganen bij visstandbeheer mogen vertrouwen op rapporten van erkende wetenschappelijke instituten zoals WMR, mits de conclusies inzichtelijk zijn onderbouwd. Tegenstanders dienen een gelijkwaardig wetenschappelijk tegenbewijs te leveren om de deugdelijkheid van dergelijke rapporten succesvol te betwisten.
Praktische impact
Beroepsvissers op het IJsselmeer zien hun vismogelijkheden voor de betrokken seizoenen drastisch beperkt (71% minder zegendagen), wat directe financiële gevolgen heeft voor hun bedrijfsvoering. De uitspraak biedt weinig ruimte voor succesvolle bezwaren zonder eigen wetenschappelijk onderzoek.
Onderwerp-impact
Voor de binnenvisserijsector onderstreept deze uitspraak dat overheidsinterventie op basis van visstandbeheer juridisch houdbaar is wanneer deze op erkend wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd. Dit kan precedentwerking hebben voor toekomstige reductiemaatregelen in andere wateren of voor andere vissoorten.
Samenvatting
Deze zaak betreft beroepsvissers op het IJsselmeer die zich verzetten tegen een ministeriële maatregel waarbij het aantal toegestane zegenvisdagen per visseizoen werd teruggebracht van zeven naar twee. De minister nam deze beslissing voor de seizoenen 2021/2022 en 2022/2023 op grond van artikel 29, zesde lid, van de Uitvoeringsregeling visserij, met als doel het brasembestand te beschermen en te herstellen met het oog op duurzame visserij. De minister onderbouwde zijn besluit met rapporten van Wageningen Marine Research (WMR), een erkend wetenschappelijk instituut op het gebied van mariene ecologie. De centrale juridische vraag is of de minister voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de drastische reductie van zegendagen noodzakelijk was, en of hij daarbij terecht heeft gesteund op de WMR-rapporten. De rechtbank oordeelde dat de minister deze motiveringsplicht was nagekomen: de rapporten geven op inzichtelijke wijze aan welke feiten en omstandigheden aan de conclusies ten grondslag liggen, en die conclusies zijn niet onbegrijpelijk. De vissers slaagden er niet in de deugdelijkheid van de rapporten te ondergraven, omdat zij geen gelijkwaardig wetenschappelijk tegenonderzoek inbrachten en hun kanttekeningen bij de onderzoeksmethode onvoldoende gewicht hadden. De Raad van State beoordeelt in hoger beroep de aangevochten beslissing, waarbij op basis van de beschikbare tekst de lijn van de rechtbank wordt gevolgd. De uitspraak bevestigt het bestuursrechtelijke uitgangspunt dat een minister bij complexe ecologische afwegingen mag steunen op adviezen van gespecialiseerde wetenschappelijke instanties, mits die adviezen transparant en begrijpelijk zijn. Voor de vissers betekent dit dat hun bezwaren tegen de beperkende maatregel niet slagen, met directe financiële consequenties voor hun bedrijfsvoering gedurende de betrokken seizoenen.