Raad van State: rechtbank onbevoegd in zonnepark-vergunningszaak
ECLI:NL:RVS:2026:3488, Raad van State, 17-06-2026, 202305533/1/R1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 19 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen geweigerd om met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3o, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) aan URL een omgevingsvergunning te verlenen voor de realisatie van een zonnepark. URL heeft bij het college een omgevingsvergunning aangevraagd voor de realisatie van een zonnepark op het perceel Helmweg op de hoek met de Duinweg in Callantsoog. Het bouwplan heeft een omvang van ongeveer 60 hectare, waarvan 50 hectare ingericht zal worden als zonnepark en 10 hectare als natuur. De omgevingsvergunning is aangevraagd voor de activiteiten bouwen, aanleggen, en handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, b, en c, van de Wabo. Omdat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan "Buitengebied Zijpe" en geen omgevingsvergunning kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1o of 2o, van de Wabo, heeft het college onderzocht of een omgevingsvergunning kan worden verleend met toepassing van onderdeel 3o van dat artikellid.
Kern van de zaak
Ultimate Reduction Level Rotterdam B.V. (URL) vroeg een omgevingsvergunning aan voor een zonnepark van circa 60 hectare in Callantsoog. Het college van B&W Schagen weigerde de vergunning nadat de gemeenteraad geen verklaring van geen bedenkingen afgaf. URL ging in beroep bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank, omdat de rechtbank onbevoegd was: op grond van de Elektriciteitswet 1998 geldt de rijkscoördinatieregeling, waardoor niet de gemeente maar de minister het bevoegde gezag was. Het inhoudelijke beroep van URL wordt door de Afdeling zelf ongegrond verklaard.
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft praktische betekenis voor de bevoegdheidsverdeling bij energieprojecten onder de rijkscoördinatieregeling, maar is beperkt in richtinggevende werking omdat het grotendeels een toepassing van bestaande regels betreft onder oud recht.
Belangrijkste punten
- 1De rijkscoördinatieregeling (Elektriciteitswet 1998, art. 9b) is van toepassing op de aanvraag voor het zonnepark, waardoor de minister bevoegd gezag is in plaats van het college van B&W.
- 2De rechtbank Noord-Holland was onbevoegd om van het beroep kennis te nemen; de Afdeling vernietigt de uitspraak op die grond.
- 3Ondanks de onbevoegdheid van de rechtbank verklaart de Afdeling het beroep van URL inhoudelijk ongegrond.
- 4Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan 'Buitengebied Zijpe'; een vergunning via art. 2.12 lid 1 onder a sub 3° Wabo vereiste een verklaring van geen bedenkingen, die de gemeenteraad weigerde.
- 5Op de zaak blijft het recht van vóór 1 januari 2024 van toepassing (overgangsrecht Omgevingswet).
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat bij zonneparken waarop de rijkscoördinatieregeling van de Elektriciteitswet 1998 van toepassing is, de bestuursrechter in eerste aanleg niet de rechtbank maar de Afdeling zelf is, wat bevoegdheidsfouten in vergelijkbare zaken kan corrigeren.
Praktische impact
Voor URL betekent de uitspraak dat de vergunningweigering in stand blijft en het zonnepark in Callantsoog niet kan worden gerealiseerd; het college wordt wel veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Onderwerp-impact
Projectontwikkelaars van grootschalige zonneparken moeten bij vergunningaanvragen nauwkeurig toetsen of de rijkscoördinatieregeling van toepassing is, omdat dit bepalend is voor het bevoegde gezag en de rechtsgang.
Samenvatting
Ultimate Reduction Level Rotterdam B.V. (URL) had bij het college van burgemeester en wethouders van Schagen een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw en exploitatie van een zonnepark van circa 60 hectare op de Helmweg in Callantsoog. Omdat het plan in strijd was met het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Zijpe', was een zogenoemde buitenplanse afwijkingsvergunning op grond van artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3° Wabo noodzakelijk. Daarvoor is een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad vereist, die de raad van Schagen op 21 juni 2022 weigerde af te geven. Het college weigerde vervolgens de omgevingsvergunning. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van URL ongegrond. In hoger beroep betoogde URL primair dat de rechtbank onbevoegd was, omdat op grond van artikel 9b van de Elektriciteitswet 1998 de rijkscoördinatieregeling van toepassing is op haar aanvraag. Daarmee zou niet het college van B&W maar de minister het bevoegde bestuursorgaan zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State honoreert dit betoog: de rijkscoördinatieregeling is inderdaad van toepassing, hetgeen meebrengt dat de rechtbank onbevoegd was om van het beroep kennis te nemen. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de rechtbank alsnog onbevoegd. Vervolgens beoordeelt de Afdeling het beroep van URL inhoudelijk zelf en verklaart het ongegrond, zodat de weigering van de omgevingsvergunning materieel in stand blijft. Op de zaak is het recht van vóór 1 januari 2024 van toepassing vanwege het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van URL. De uitspraak onderstreept het belang van een correcte bevoegdheidstoets bij grootschalige energieprojecten: indien de rijkscoördinatieregeling geldt, dienen initiatiefnemers en bestuursorganen de juiste bestuursrechtelijke weg te bewandelen.