Hennepkwekerij schuur Landgraaf: sluiting heroverwegen na tijdsverloop
ECLI:NL:RVS:2026:3368, Raad van State, 10-06-2026, 202407682/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 27 mei 2024 heeft de burgemeester van Landgraaf besloten dat een schuur aan de [locatie] in Landgraaf op 6 juni 2024 voor zes maanden wordt gesloten. [appellant] is eigenaar van de schuur en de bijbehorende erven gelegen aan de [locatie] in Landgraaf. Naar aanleiding van een positieve netwerkmeting en een afstandsberekening door Enexis B.V. is de politie op 18 april 2024 de schuur binnengetreden. In een deel van de schuur werden 500 hennepplanten en verschillende materialen voor de kweek van hennep aangetroffen. De bevindingen van de politie zijn neergelegd in twee processen-verbaal van bevindingen van 18 april 2024 en een bestuurlijke rapportage van 23 april 2024. Uit de bestuurlijke rapportage blijkt dat de politie heeft geconstateerd dat sprake is van een in werking zijnde hennepkwekerij en dat omstandigheden zijn aangetroffen die wijzen op een of meerdere oogsten. Volgens de burgemeester gaat het om een ernstige overtreding van de Opiumwet, omdat de hoeveelheid hennepplanten die in de schuur is aangetroffen de toegestane gebruikershoeveelheid van vijf hennepplanten ruimschoots overschrijdt.
Kern van de zaak
De eigenaar van een schuur in Landgraaf ging in beroep tegen een sluitingsbesluit van de burgemeester. In de schuur werden 500 hennepplanten aangetroffen. De burgemeester sloot de schuur voor zes maanden op grond van artikel 13b Opiumwet.
Beslissing van de rechter
De Raad van State draagt de burgemeester op opnieuw te beoordelen of sluiting op het desbetreffende tijdstip nog geschikt en noodzakelijk is, gelet op het tijdsverloop sedert het primaire besluit. De doorslaggevende reden is dat tijdsverloop ertoe kan leiden dat de beoogde doelen van de sluiting niet meer bereikbaar zijn, waardoor sluiting als maatregel ongeschikt wordt.
Impactscore
MiddelDe uitspraak bevestigt en verduidelijkt bestaande rechtspraak over tijdsverloop bij artikel 13b Opiumwet-sluitingen, maar introduceert geen fundamenteel nieuwe rechtsregels. De impact is vooral relevant voor gemeentelijke handhavingspraktijk.
Belangrijkste punten
- 1500 hennepplanten aangetroffen in schuur na positieve netwerkmeting door Enexis en politie-binnentreding op 18 april 2024
- 2Burgemeester sloot schuur voor zes maanden op grond van artikel 13b Opiumwet en het gemeentelijk Damoclesbeleid
- 3Afwezigheid van geconstateerde handel of drugsgebruikersloop doet volgens burgemeester niet af aan noodzaak sluiting
- 4Raad van State oordeelt dat tijdsverloop relevant is bij beoordeling van geschiktheid en noodzaak van de sluiting
- 5Burgemeester moet bij elk besluitmoment opnieuw toetsen of sluiting nog doeltreffend en noodzakelijk is
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat bij artikel 13b Opiumwet-sluitingen het tijdsverloop tussen overtreding en (hernieuwde) besluitvorming steeds opnieuw moet worden meegewogen bij de proportionaliteits- en geschiktheidstoets. Dit stelt grenzen aan het automatisch handhaven van sluitingsbesluiten zonder actuele heroverweging.
Praktische impact
Voor de eigenaar van de schuur betekent dit dat de burgemeester moet beoordelen of de sluiting nog zinvol is; als de situatie al is hersteld, kan de sluiting van de baan zijn. Voor gemeenten betekent het dat sluitingsbesluiten actief geactualiseerd moeten worden bij langere bezwaar- en beroepsprocedures.
Onderwerp-impact
In het kader van handhaving van drugsgerelateerde overtredingen via bestuurlijke sluitingsbevoegdheden onderstreept deze uitspraak dat de dynamiek van de feitelijke situatie voortdurend in de besluitvorming moet worden betrokken.
Samenvatting
In deze zaak ging het om een schuur in Landgraaf waarvan de eigenaar in beroep bij de Raad van State kwam nadat de burgemeester de pand had gesloten voor zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Aanleiding voor de sluiting was de aantreffen van 500 hennepplanten en bijbehorende kweekmaterialen na een politie-binnentreding op 18 april 2024, gebaseerd op een positieve netwerkmeting van Enexis B.V. De burgemeester kwalificeerde dit als een ernstige overtreding, mede omdat de hoeveelheid de toegestane gebruikershoeveelheid van vijf planten ver overschreed en daarmee werd aangemerkt als bestemd voor handel. De sluiting moest de schuur aan het criminele circuit onttrekken en een signaalfunctie vervullen richting de omgeving. De centrale juridische vraag betrof of de burgemeester bij de beslissing op bezwaar en bij een eventueel nader besluit opnieuw had moeten beoordelen of de sluiting nog geschikt en noodzakelijk was, mede gelet op het tijdsverloop na het primaire besluit. De Raad van State oordeelt dat tijdsverloop — ongeacht wie daarvoor verantwoordelijk is — een relevante factor is bij de toetsing van artikel 13b Opiumwet-maatregelen. De burgemeester is verplicht op elk besluitmoment te bezien of de beoogde doelen van de sluiting nog realiseerbaar zijn. Als de situatie inmiddels is hersteld, is sluiting als instrument ongeschikt geworden. Zo niet, dan dient de noodzaak van sluiting alsnog te worden beoordeeld aan de hand van de dan geldende omstandigheden. De uitspraak legt daarmee een actieve herbeoordelingsplicht op aan bestuursorganen die gebruik maken van de sluitingsbevoegdheid bij drugsgerelateerde overtredingen, en vormt een waarborg tegen automatische handhaving van sluitingsbesluiten die door tijdsverloop hun doel voorbijschieten.