JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:3358Laag28/100

Omgevingsvergunning Blaricum: hoger beroep over afwijking bestemmingsplan

ECLI:NL:RVS:2026:3358, Raad van State, 10-06-2026, 202300902/1/R4

Raad van StateUitspraak: 10 juni 2026Publicatie: 10 juni 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202300902/1/R4
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Omgevingsvergunning
Overgangsrecht Omgevingswet
Wabo
Beschermd Dorpsgezicht
Afwijking Bestemmingsplan

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

In het besluit van 1 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Blaricum aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van de verdieping gelegen op het [perceel] in Blaricum. Het college heeft op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2, van de Wabo aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan "Kom Beschermd Dorpsgezicht" bouwen van een aan- en opbouw aan de achterzijde van de woning aan het [perceel] in Blaricum. [wederpartij] was tot aan zijn overlijden eigenaar van de naastgelegen woning aan de [locatie 1] in Blaricum. [wederpartij] was het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat geen sprake is van een zeer onredelijke of ongewenste situatie als bedoeld in artikel 2 van de Beleidsregels Planologische Afwijking Blaricum 2011 (beleidsregels), zodat geen vergunning kon worden verleend met de hardheidsclausule.

Kern van de zaak

Het college van burgemeester en wethouders verleende een omgevingsvergunning voor een aan- en opbouw aan de achterzijde van een woning in Blaricum, in afwijking van het bestemmingsplan 'Kom Beschermd Dorpsgezicht'. De naastgelegen buurman was het hier niet mee eens en ging in beroep. Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State.

Beslissing van de rechter

De uitspraak is onvolledig weergegeven, waardoor de definitieve beslissing van de Raad van State niet volledig kan worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare tekst is duidelijk dat het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet van toepassing is (Wabo blijft gelden) en dat de bestuursrechter toetst aan de beroepsgronden en evenredigheid, maar de einduitspraak is niet leesbaar.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele vergunningskwestie in een beschermd dorpsgezicht zonder richtinggevende rechtsvragen; de uitspraak past binnen bestaande jurisprudentie over afwijkingsvergunningen en overgangsrecht Omgevingswet. De onvolledigheid van de uitspraaaktekst beperkt bovendien de beoordeling.

Belangrijkste punten

  • 1Aanvraag omgevingsvergunning ingediend op 31 maart 2021, dus Wabo (oud recht) blijft van toepassing op grond van artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet
  • 2Vergunning verleend op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 Wabo (binnenplanse/buitenplanse afwijking bestemmingsplan)
  • 3Het perceel ligt in beschermd dorpsgezicht 'Kom Beschermd Dorpsgezicht' Blaricum, wat extra ruimtelijke bescherming impliceert
  • 4Het college heeft beleidsruimte bij verlening van afwijkingsvergunning; rechterlijke toets is beperkt tot rechtmatigheid en evenredigheid
  • 5De wederpartij (buurman) is gedurende de procedure overleden; de procedure werd vermoedelijk voortgezet door diens rechtsopvolgers

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepasselijkheid van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet voor vóór 2024 ingediende aanvragen. De inhoudelijke uitkomst is wegens onvolledigheid van de tekst niet te beoordelen.

Praktische impact

Voor vergunninghouder en de naastgelegen eigenaren is de uitkomst van dit hoger beroep bepalend voor de rechtmatigheid van de vergunde aan- en opbouw in een beschermd dorpsgezicht. Door de onvolledigheid van de uitspraak kan de praktische impact niet volledig worden bepaald.

Onderwerp-impact

De zaak raakt aan ruimtelijke ordening in beschermde dorpsgezichten en de toepassing van overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, wat relevant is voor vergelijkbare lopende procedures.

Samenvatting

Deze zaak betreft een hoger beroepsprocedure bij de Raad van State over een door het college van burgemeester en wethouders verleende omgevingsvergunning voor de bouw van een aan- en opbouw aan de achterzijde van een woning in Blaricum. De vergunning werd verleend in afwijking van het bestemmingsplan 'Kom Beschermd Dorpsgezicht', op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 van de Wabo. De naastgelegen bewoner (inmiddels overleden) verzette zich tegen deze vergunning en ging in beroep. Het college tekende vervolgens hoger beroep aan bij de Raad van State. Een belangrijk procedureel uitgangspunt in deze zaak is het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Omdat de aanvraag om omgevingsvergunning reeds op 31 maart 2021 was ingediend, blijft op grond van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht — de Wabo — van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is. Dit overgangsrechtelijk kader is van belang voor alle lopende procedures die vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn gestart. De Raad van State benadrukt het beperkte toetsingskader van de bestuursrechter: het college heeft beleidsruimte bij het al dan niet verlenen van een afwijkingsvergunning en moet de betrokken belangen afwegen. De bestuursrechter toetst niet zelf of verlening in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt slechts of het besluit in overeenstemming is met het recht, inclusief de vraag of de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn ten opzichte van de te dienen doelen. De volledige beslissing en motivering van de Raad van State zijn op basis van de beschikbare uitspraaaktekst niet vast te stellen, omdat de tekst onvolledig is weergegeven. De juridische en praktische uitkomst voor partijen kan daarom slechts gedeeltelijk worden beoordeeld.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 15 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19357Laag
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:19357, Rechtbank Den Haag, 10-07-2026, NL25.56506

Rechtbank Den Haag10 jul 2026OverheidAansprakelijkheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied