Raad van State: Bibob-toets horeca rechtmatig ondanks summier politieadvies
ECLI:NL:RVS:2026:3346, Raad van State, 10-06-2026, 202406191/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 22 februari 2023 heeft de burgemeester Sax te kennen gegeven haar aanvraag om een exploitatievergunning, Alcoholwetvergunning en aanwezigheidsvergunning niet in behandeling te nemen. Sax heeft op 4 augustus 2022 een aanvraag gedaan voor een exploitatievergunning, Alcoholwetvergunning en aanwezigheidsvergunning voor een café aan [adres] in Rotterdam. De politie heeft geadviseerd de vergunningen te verlenen omdat er geen aanleiding is negatief te adviseren over de beheerders en leidinggevenden. De politie adviseerde wel een onderzoek uit te voeren op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) vanwege de geldstromen en het hoge bedrag dat gemoeid is met de overname van de horeca-inrichting.
Kern van de zaak
Sax vroeg exploitatievergunningen aan voor een café in Rotterdam. De burgemeester nam de aanvraag niet in behandeling omdat Sax onvoldoende financieel inzicht gaf tijdens een Bibob-toets. De rechtbank Rotterdam vernietigde dit besluit, waarop de burgemeester in hoger beroep ging bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De Raad van State verklaart het hoger beroep van de burgemeester gegrond en het oorspronkelijke beroep van Sax ongegrond. Anders dan de rechtbank oordeelde, was de Bibob-toets en het niet in behandeling nemen van de aanvraag op grond van artikel 4:5 lid 1 onder c Awb rechtmatig.
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft relevantie voor de Bibob-praktijk in de horeca en verduidelijkt de lat voor politieadviezen, maar betreft een enkelvoudige kamer en stelt geen fundamenteel nieuwe rechtsregels; de praktische betekenis is vooral sectoraal.
Belangrijkste punten
- 1De burgemeester nam de vergunningsaanvraag niet in behandeling wegens onvoldoende financieel inzicht van aanvrager (art. 4:5 lid 1 onder c Awb)
- 2De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het politieadvies te summier was om een Bibob-toets te rechtvaardigen
- 3De Raad van State verwerpt dit oordeel en herstelt de beslissing van de burgemeester
- 4Sax had volgens de rechtbank procesbelang wegens geleden schade, ook zonder nog over de horeca-inrichting te beschikken
- 5De uitspraak betreft de reikwijdte van de bevoegdheid om een Bibob-toets in te stellen op basis van politieadvies
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat een politieadvies over geldstromen en overnamebedragen voldoende grondslag kan bieden voor een Bibob-toets, ook als dat advies beknopt is geformuleerd. Bestuursorganen hebben daarmee ruimere beleidsvrijheid bij het initiëren van integriteitsonderzoeken in de horecabranche.
Praktische impact
Voor horecaondernemers betekent dit dat een summier politieadvies over financiële stromen al kan leiden tot een verplichte Bibob-toets en bij onvoldoende medewerking tot het buiten behandeling stellen van de vergunningsaanvraag. De burgemeester hoeft niet nader te motiveren waarom het politieadvies aanleiding geeft tot Bibob-onderzoek.
Onderwerp-impact
In de horeca- en vergunningenpraktijk bevestigt deze uitspraak de stevige positie van gemeentebesturen bij het weigeren of buiten behandeling stellen van vergunningaanvragen op integriteitsgronden, wat drempelverhoging voor aspirant-exploitanten met onduidelijke financieringsstructuren tot gevolg heeft.
Samenvatting
Op 4 augustus 2022 diende Sax een aanvraag in voor een exploitatievergunning, Alcoholwetvergunning en aanwezigheidsvergunning voor een café in Rotterdam. Hoewel de politie positief adviseerde over de beheerders, wees zij op opmerkelijke geldstromen en een hoog overnamebedrag en beval zij een Bibob-onderzoek aan. De burgemeester startte een integriteitstoets en stelde herhaaldelijk aanvullende vragen over de financiële situatie van Sax. Omdat Sax naar het oordeel van de burgemeester onvoldoende inzicht verschafte, nam hij de aanvraag op 22 februari 2023 niet in behandeling op grond van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht. Dit besluit werd na bezwaar gehandhaafd. De rechtbank Rotterdam vernietigde het besluit van de burgemeester. Zij oordeelde dat het politieadvies te summier en onvoldoende concreet was om zonder nader onderzoek een Bibob-toets te rechtvaardigen; de burgemeester had de politie eerst om nadere toelichting moeten vragen. De burgemeester tekende hoger beroep aan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Raad van State volgt de redenering van de rechtbank niet en verklaart het hoger beroep gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en verklaart het oorspronkelijke beroep van Sax alsnog ongegrond. Dit betekent dat het besluit van de burgemeester om de aanvraag niet in behandeling te nemen in stand blijft. De doorslaggevende reden is dat de burgemeester op goede gronden een Bibob-toets mocht initiëren op basis van het politieadvies over de financiële stromen en het overnamebedrag, en dat Sax vervolgens onvoldoende financiële openheid heeft geboden om de aanvraag verder te kunnen behandelen. De uitspraak bevestigt dat bestuursorganen bij integriteitstoetsing in de horecasector niet gehouden zijn een politieadvies uitputtend nader te laten onderbouwen alvorens een Bibob-procedure in gang te zetten.