JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:3341Laag18/100

Weigering omgevingsvergunning paardentraining in agrarisch gebied bevestigd

ECLI:NL:RVS:2026:3341, Raad van State, 10-06-2026, 202405070/1/R1

Raad van StateUitspraak: 10 juni 2026Publicatie: 10 juni 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202405070/1/R1
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Handhaving
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Omgevingsvergunning
Overgangsrecht Omgevingswet
Paardentrainbaan
Agrarisch Met Waarden
Instandhouding Rechtsgevolgen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 30 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leudal geweigerd om aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanleggen van een baan voor het trainen van paarden op het [perceel], ter hoogte van het perceel achter [locatie] in Haelen. [appellante] heeft op 27 februari 2022 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden. Het gaat om de aanleg van een baan voor het trainen van paarden op het perceel. Het college heeft geweigerd om de omgevingsvergunning te verlenen. Aan deze weigering heeft het college ten grondslag gelegd dat de werkzaamheden in strijd zijn met het bestemmingsplan. Met het uitvoeren van de werkzaamheden worden volgens het college de aanwezige waarden (ernstig) aangetast.

Kern van de zaak

Appellante vroeg in februari 2022 een omgevingsvergunning aan voor de aanleg van een paardentrainbaan op haar perceel in buitengebied Leudal. Het college weigerde de vergunning wegens strijd met het bestemmingsplan (bestemming 'Agrarisch met waarden - 4'). De rechtbank vernietigde het weigeringsbesluit wegens motiveringsgebreken, maar liet de rechtsgevolgen in stand.

Beslissing van de rechter

De Raad van State bevestigt dat de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit terecht in stand heeft gelaten. De Afdeling ziet geen grond voor een hernieuwde besluitvorming, omdat appellante niet heeft gemotiveerd waarom de instandhouding van de rechtsgevolgen onjuist is en haar wens om de aanvraag te wijzigen daarvoor onvoldoende grond biedt.

18van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is casuïstisch van aard en bevestigt bestaande jurisprudentie over instandhouding van rechtsgevolgen en overgangsrecht Omgevingswet; er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de aanvraag vóór 1 januari 2024 is ingediend, blijft de Wabo (oud recht) van toepassing tot onherroepelijkheid.
  • 2De aangevraagde werkzaamheden (aanleg paardentrainbaan) zijn in strijd met de bestemmingsplanregels voor 'Agrarisch met waarden - 4'.
  • 3Het primaire weigeringsbesluit bevatte zorgvuldigheids- en motiveringsgebreken en werd door de rechtbank vernietigd.
  • 4De rechtbank paste artikel 6:22 Awb toe en liet de rechtsgevolgen in stand, omdat het college de weigering alsnog toereikend had onderbouwd.
  • 5Appellantes wens om de aanvraag hangende hernieuwde besluitvorming aan te passen, vormt geen grond om de instandhouding van rechtsgevolgen terug te draaien.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de bestendige lijn dat motiveringsgebreken in een weigeringsbesluit kunnen worden gepasseerd met instandhouding van rechtsgevolgen als de weigering materieel gerechtvaardigd is. Het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet wordt conform vaste praktijk toegepast.

Praktische impact

Appellante kan de omgevingsvergunning voor de paardentrainbaan niet alsnog verkrijgen via een heroverweging en heeft evenmin de mogelijkheid de aanvraag nog aan te passen; de weigering staat definitief vast.

Onderwerp-impact

Voor eigenaren van percelen met de bestemming 'Agrarisch met waarden' bevestigt deze uitspraak dat functiewijzigingen of werken die aanwezige waarden (ernstig) aantasten consequent worden geweigerd, ook bij kleinschalige paardensportfaciliteiten.

Samenvatting

Deze zaak betreft een hoger beroep bij de Raad van State over de weigering van een omgevingsvergunning voor de aanleg van een paardentrainbaan op een perceel in het buitengebied van de gemeente Leudal. Appellante diende haar aanvraag in op 27 februari 2022, ruim vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Op grond van het overgangsrecht in artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet blijft de Wabo (oud recht) van toepassing op deze aanvraag totdat het besluit onherroepelijk is. Het college van burgemeester en wethouders weigerde de vergunning omdat de beoogde werkzaamheden in strijd zijn met het bestemmingsplan 'Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016'. Het perceel heeft de bestemming 'Agrarisch met waarden - 4' en de gebiedsaanduiding 'overige zone - oud bouwland', waarbinnen de aanleg van een trainbaan de aanwezige waarden (ernstig) zou aantasten. De rechtbank stelde vast dat het weigeringsbesluit van 15 februari 2023 zorgvuldigheids- en motiveringsgebreken bevatte en vernietigde dit besluit. Zij bepaalde echter dat de rechtsgevolgen in stand blijven, omdat het college de weigering op zitting en in aanvullende toelichting alsnog toereikend had gemotiveerd. Appellante stelde hoger beroep in en voerde aan dat het college opnieuw op de aanvraag moet beslissen, zodat zij deze hangende die heroverweging zou kunnen aanpassen. De Afdeling Bestuursrechtspraak volgt dit betoog niet. De enkele wens van appellante om de aanvraag te wijzigen vormt geen grond om de instandhouding van rechtsgevolgen ongedaan te maken. Bovendien heeft appellante niet onderbouwd waarom de beslissing van de rechtbank op dit punt onjuist zou zijn. De Afdeling bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank: de weigering van de omgevingsvergunning staat definitief vast.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 15 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19357Laag
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:19357, Rechtbank Den Haag, 10-07-2026, NL25.56506

Rechtbank Den Haag10 jul 2026OverheidAansprakelijkheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied