Aanvraag bedrijfswoning buiten behandeling gesteld wegens ontbrekende gegevens
ECLI:NL:RVS:2026:3340, Raad van State, 10-06-2026, 202504551/1/R1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 16 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad de aanvraag van [appellant] om een omgevingsvergunning voor het legaliseren van een bedrijfswoning in het bedrijfspand aan het [perceel] in Krommenie (perceel) buiten behandeling gesteld. [appellant] woont in het bedrijfspand op het perceel. Op 28 juli 2023 heeft hij een aanvraag gedaan om het pand te legaliseren als een bedrijfswoning. Met de brief van 15 augustus 2023 heeft het college [appellant] gevraagd om aanvullende gegevens aan te leveren, waaronder informatie over de goede ruimtelijke ordening vanwege de strijd met het bestemmingsplan. Omdat [appellant] die gegevens niet heeft aangeleverd, heeft het college de aanvraag van [appellant] met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten behandeling gesteld. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college de aanvraag buiten behandeling mocht stellen. Volgens [appellant] is het bouwplan in overeenstemming met het bestemmingsplan en was de gevraagde informatie over de goede ruimtelijke ordening daarom niet nodig.
Kern van de zaak
Appellant woont in een bedrijfspand en vroeg op 28 juli 2023 een omgevingsvergunning aan om de situatie te legaliseren als bedrijfswoning. Het college vroeg aanvullende gegevens over de ruimtelijke ordening vanwege mogelijke strijdigheid met het bestemmingsplan. Omdat appellant deze gegevens niet aanleverde, stelde het college de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb.
Beslissing van de rechter
De Raad van State behandelt het hoger beroep van appellant tegen het oordeel van de rechtbank dat het college de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld. De kern van het geschil is of de aanvraag in overeenstemming is met het bestemmingsplan 'Krommenie-Oost', omdat bij overeenstemming de gevraagde informatie over ruimtelijke ordening overbodig zou zijn geweest. De uitspraak is onvolledig overgeleverd, waardoor de definitieve beslissing niet met zekerheid kan worden vastgesteld.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele zaak over een enkelvoudige omgevingsvergunningaanvraag met toepassing van bekende regels omtrent artikel 4:5 Awb en overgangsrecht. De uitspraak stelt geen nieuwe rechtsregels en heeft beperkte precedentwerking; bovendien is de tekst onvolledig.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de aanvraag vóór 1 januari 2024 is ingediend, blijft de Wabo (oud recht) van toepassing tot het besluit onherroepelijk is.
- 2Het college heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld op grond van artikel 4:5 Awb wegens het niet aanleveren van gevraagde aanvullende gegevens.
- 3De rechtbank oordeelde dat het buiten behandeling stellen rechtmatig was; appellant bestrijdt dit in hoger beroep.
- 4Kernvraag is of de aangevraagde bedrijfswoning in overeenstemming is met het bestemmingsplan 'Krommenie-Oost', hetgeen de noodzaak van de gevraagde informatie bepaalt.
- 5De tekst van de uitspraak is onvolledig; de definitieve beslissing van de Raad van State kan niet worden vastgesteld.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak verduidelijkt de toepassing van het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de grenzen van de bevoegdheid om een aanvraag buiten behandeling te stellen wanneer de aanvraag mogelijk in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Bij planconformiteit kan het college geen aanvullende ruimtelijke onderbouwing verlangen als grond voor buiten behandeling stelling.
Praktische impact
Voor aanvragers van omgevingsvergunningen die vóór 1 januari 2024 zijn ingediend, geldt nog het oude Wabo-regime. Indien een bouwplan in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan, kan het bestuursorgaan geen informatie over de goede ruimtelijke ordening verlangen als voorwaarde voor behandeling van de aanvraag.
Onderwerp-impact
In de sfeer van ruimtelijke ordening benadrukt deze zaak het belang van de vraag of een bouwplan planconform is, als drempelcriterium voor welke aanvullende informatie het college rechtmatig kan opvragen voordat het de aanvraag in behandeling neemt.
Samenvatting
Deze zaak bij de Raad van State betreft een hoger beroep van een appellant die in een bedrijfspand woont en op 28 juli 2023 een aanvraag om een omgevingsvergunning heeft ingediend om zijn woonsituatie te legaliseren als bedrijfswoning. Omdat de aanvraag vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is ingediend, blijft op grond van het overgangsrecht in de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht — de Wabo — van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is geworden. Het college van burgemeester en wethouders heeft appellant verzocht aanvullende gegevens te verstrekken, waaronder informatie over de goede ruimtelijke ordening, omdat de aanvraag mogelijk in strijd was met het bestemmingsplan 'Krommenie-Oost'. Toen appellant deze gegevens niet aanleverde, heeft het college de aanvraag buiten behandeling gesteld op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank in eerste aanleg oordeelde dat het college hiertoe bevoegd was. In hoger beroep betoogt appellant dat de aanvraag wél in overeenstemming is met het bestemmingsplan, zodat het college geen informatie over de ruimtelijke ordening had mogen verlangen. De juridische kernvraag is dan ook of de aangevraagde bedrijfswoning planconform is: als dat het geval is, was de gevraagde aanvullende informatie niet relevant en mocht het college de aanvraag niet op die grond buiten behandeling stellen. De overgeleverde tekst van de uitspraak is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing van de Raad van State en de inhoudelijke beoordeling van de planconformiteit niet kunnen worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare overwegingen kan slechts worden geconcludeerd dat de Raad van State het hoger beroep inhoudelijk behandelt en dat de planconforme uitleg van het bestemmingsplan de spil vormt van de beoordeling.