JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:3337Middel38/100

Raad van State gelast wijziging persoonsgegevens in BRP

ECLI:NL:RVS:2026:3337, Raad van State, 10-06-2026, 202304430/1/A3

Raad van StateUitspraak: 10 juni 2026Publicatie: 10 juni 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202304430/1/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Databescherming
Identiteitsvaststelling
Brp
Rectificatie Persoonsgegevens
Brondocumenten
Chinese Documenten

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 15 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht een verzoek van [naam A] om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen en haar persoonsgegevens ambtshalve gewijzigd. [appellante] stond ingeschreven in de brp als [naam A], geboren op [geboortedatum A] 1985 in Sihai, China, op basis van een verklaring die zij onder ede heeft afgelegd. Zij heeft het college op 22 mei 2021 verzocht haar persoonsgegevens in de brp te wijzen naar [naam B], geboren op [geboortedatum B] 1979 in Fuzhou, China.

Kern van de zaak

Een vrouw die in de BRP stond ingeschreven onder een andere naam en geboortedatum verzocht de gemeente Barendrecht haar persoonsgegevens te rectificeren naar haar werkelijke Chinese identiteit. Het college weigerde dit omdat het twijfelde aan de authenticiteit en toepasbaarheid van de overgelegde Chinese brondocumenten.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is gegrond verklaard: de Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en het besluit van het college van Barendrecht, en herroept het eerdere primaire besluit. Het college wordt opgedragen de BRP-inschrijving binnen vier weken te wijzigen, omdat de weigering onvoldoende was gemotiveerd gelet op de omvang van de overgelegde documentatie.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak betreft een individuele BRP-rectificatiezaak en stelt geen fundamenteel nieuw rechtsregel, maar biedt wel relevante guidance voor gemeenten over de weging van buitenlandse brondocumenten gecombineerd met forensisch bewijs in identiteitszaken.

Belangrijkste punten

  • 1Appellante had haar verzoek onderbouwd met twee Chinese paspoorten, een Household Register, een notarieel geboortecertificaat, een DNA-verwantschapsonderzoek en een gezichtsvergelijkend onderzoek van het NFO.
  • 2Het college erkende de paspoorten als brondocumenten maar stelde grote twijfels te hebben over de juistheid van de daarin vermelde gegevens en over de identiteitscontrole bij afgifte.
  • 3De overige documenten werden door het college niet aangemerkt als brondocumenten in de zin van artikel 2.8, tweede lid, Wet BRP.
  • 4De Raad van State verklaarde zowel het beroep als het hoger beroep gegrond en herriep het primaire besluit, wat inhoudt dat de Afdeling zelf in de zaak voorziet.
  • 5Het college wordt opgedragen de bestaande BRP-inschrijving binnen vier weken na verzending van de uitspraak aan te passen.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt dat een combinatie van brondocumenten, forensisch gezichtsvergelijkend onderzoek en DNA-bewijs zwaarwegend bewijs kan vormen voor identiteitsvaststelling in de BRP, ook als het college twijfels heeft bij de afgifte van buitenlandse documenten. De drempel voor gemeenten om rectificatieverzoeken met meervoudige onderbouwing af te wijzen wordt hierdoor verhoogd.

Praktische impact

Voor appellante betekent de uitspraak dat haar werkelijke Chinese identiteit – inclusief naam en geboortedatum – in de BRP wordt opgenomen, wat consequenties heeft voor alle afgeleide registraties en rechten. Gemeenten dienen bij soortgelijke verzoeken voortaan grondiger te motiveren waarom uitgebreide forensische en notariële documentatie onvoldoende wordt geacht.

Onderwerp-impact

In het kader van overheidsregistratie en identiteitsbeheer onderstreept deze uitspraak dat gemeenten bij de beoordeling van BRP-rectificatieverzoeken van (voormalige) vreemdelingen rekening moeten houden met een breed scala aan ondersteunend bewijs, waaronder forensisch en wetenschappelijk bewijs.

Samenvatting

In deze zaak had een vrouw van Chinese afkomst de gemeente Barendrecht verzocht haar persoonsgegevens in de Basisregistratie Personen (BRP) te rectificeren. Zij stond ingeschreven onder een andere naam en geboortedatum dan haar werkelijke identiteit, welke situatie was ontstaan doordat zij destijds onder een andere identiteit was ingeschreven op basis van een eedsverklaring. Ter onderbouwing van haar verzoek legde zij een uitgebreid pakket aan documenten over: twee Chinese paspoorten, een Household Register met bijbehorend notarieel certificaat, een Certificate of Family Relation, een notarieel geboortecertificaat, een DNA-verwantschapsonderzoek uitgevoerd door Verilabs, en een gezichtsvergelijkend onderzoek van het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau. Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht wees het verzoek af. Hoewel het de paspoorten erkende als brondocumenten in de zin van de Wet BRP, stelde het college dat er grote twijfels bestonden over de juistheid van de daarin vermelde gegevens en de identiteitscontrole bij afgifte. De overige documenten werden niet als brondocumenten gekwalificeerd. Het college wijzigde de naam wel ambtshalve gedeeltelijk, maar handhaafde de oorspronkelijke geboortedatum en geboorteplaats. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep gegrond is. Zij vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar van 30 augustus 2022, en herriep tevens het primaire besluit van 15 oktober 2021. Het college van Barendrecht wordt opgedragen de BRP-inschrijving binnen vier weken te wijzigen en de proceskosten te vergoeden. De uitspraak benadrukt dat gemeenten bij de afwijzing van goed gedocumenteerde rectificatieverzoeken – zeker wanneer forensisch en wetenschappelijk bewijs wordt overgelegd – een deugdelijke en toereikende motivering moeten geven.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 15 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19357Laag
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:19357, Rechtbank Den Haag, 10-07-2026, NL25.56506

Rechtbank Den Haag10 jul 2026OverheidAansprakelijkheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied