Last onder dwangsom bomenverwijdering in polderlandschap bevestigd
ECLI:NL:RVS:2026:3335, Raad van State, 10-06-2026, 202304239/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 2 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 5.000,00 ineens gelast de op kadastraal perceel 112, sectie E, aan de Laan van Heemstede in Puttershoek (het perceel) geplante bomen te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] is eigenaar van het perceel nr. 112, sectie E aan de Laan van Heemstede in Puttershoek. Dit perceel wordt gebruikt door [partij C] en [partij D]. Zij hebben op het perceel 17 bomen geplant. [partijen] hebben het college verzocht handhavend op te treden tegen het planten van deze bomen, omdat volgens hen de bomen afbreuk doen aan het open polderlandschap.
Kern van de zaak
Eigenaar van een perceel in Puttershoek (gemeente Hoeksche Waard) zag 17 bomen planten door gebruikers van zijn terrein. Omwonenden verzochten handhaving omdat de bomen het open polderlandschap zouden aantasten. Het college legde uiteindelijk een last onder dwangsom op tot verwijdering van de bomen.
Beslissing van de rechter
De Raad van State bevestigt de aangevallen uitspraak en verklaart de beroepen tegen het besluit van 12 juli 2023 ongegrond. Doorslaggevend is dat het college terecht handhavend heeft opgetreden wegens strijd met de regels ter bescherming van het open polderlandschap, en dat het oude recht (Wabo) van toepassing blijft omdat de last vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet werd opgelegd.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaand overgangsrecht en handhavingsrecht toe op een specifieke feitelijke situatie zonder nieuwe rechtsnormen te stellen. De zaak heeft beperkte precedentwerking buiten vergelijkbare lokale handhavingskwesties.
Belangrijkste punten
- 1Op de vóór 1 januari 2024 opgelegde last onder dwangsom blijft het oude recht (Wabo) van toepassing op grond van artikel 4.23 lid 1 Invoeringswet Omgevingswet.
- 2Het college heeft na rechterlijk ingrijpen opnieuw op bezwaar beslist en een nieuwe last onder dwangsom opgelegd tot verwijdering en verwijderd houden van 17 geplante bomen.
- 3De Raad van State bevestigt de aangevallen rechtbankuitspraak volledig.
- 4De beroepen van rechtswege tegen het nieuwe besluit op bezwaar van 12 juli 2023 worden ongegrond verklaard.
- 5De bescherming van het open polderlandschap vormt de planologische grondslag voor het handhavingsbesluit.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt de toepassing van het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet: lasten onder dwangsom opgelegd vóór 1 januari 2024 worden volledig beheerst door het oude Wabo-regime. Dit biedt rechtszekerheid over welk toetsingskader geldt in lopende handhavingszaken.
Praktische impact
De eigenaar en de gebruikers van het perceel zijn verplicht de 17 geplante bomen te verwijderen en verwijderd te houden op straffe van verbeurte van de dwangsom. Verdere juridische procedures lijken uitgeput.
Onderwerp-impact
Voor handhaving in het omgevingsrecht bij bescherming van open landschappen bevestigt deze uitspraak dat gemeenten met succes kunnen optreden tegen beplanting die het polderlandschap aantast, ook via een langdurig bezwaar- en beroepstraject.
Samenvatting
Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betreft een handhavingskwestie over 17 geplante bomen op een perceel in Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard. De eigenaar van het perceel, waarvan de gebruikers de bomen hadden geplant, werd geconfronteerd met een verzoek tot handhaving van omwonenden die stelden dat de bomen het open polderlandschap aantasten. Na een bewogen bestuurlijke procedure – waarbij het college aanvankelijk een last onder dwangsom oplegde, deze in bezwaar herriep, vervolgens door de rechtbank werd teruggestuurd om opnieuw te beslissen, en daarna wederom een last oplegde – lag de zaak voor bij de Raad van State. Centraal stond zowel een overgangsrechtelijke vraag als de inhoudelijke rechtmatigheid van de last. De Afdeling oordeelt allereerst dat, nu de oorspronkelijke last onder dwangsom al op 2 juni 2020 werd opgelegd, het overgangsrecht van artikel 4.23 lid 1 Invoeringswet Omgevingswet meebrengt dat de Wabo van toepassing blijft. De inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 heeft geen gevolgen voor de toepasselijke rechtsregels in deze zaak. Inhoudelijk bevestigt de Afdeling de aangevallen rechtbankuitspraak en verklaart zij de beroepen van rechtswege tegen het nieuwe besluit op bezwaar van 12 juli 2023 ongegrond. Het college heeft terecht en rechtmatig een last onder dwangsom opgelegd tot het verwijderen en verwijderd houden van de geplante bomen, ter bescherming van het open polderlandschap. De appellant slaagde er niet in zijn grieven te doen slagen. De uitkomst is dat de handhavingsbeslissing in stand blijft en de bomen dienen te worden verwijderd.