JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:3332Middel38/100

Biologische geitenhouder krijgt faunaschade vergoed van provincie

ECLI:NL:RVS:2026:3332, Raad van State, 10-06-2026, 202502322/1/A2

Raad van StateUitspraak: 10 juni 2026Publicatie: 10 juni 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202502322/1/A2
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Milieu
Wilde Zwijnen
Wet Natuurbescherming
Faunaschade
Biologische Landbouw
Risicoaanvaarding

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluiten van 9 november 2022, kenmerk TKA112478, 9 november 2022, kenmerk TKA119105, en 9 januari 2023, kenmerk TKA117902, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant de aanvragen van [appellante] om een tegemoetkoming in schade die wilde zwijnen hebben toegebracht aan de door haar gepachte gronden, afgewezen. [appellante] exploiteert een biologische geitenhouderij met een akkerbouwtak aan de [locatie] in Heeze. Zij teelt onder meer rogge als voer en stro voor de geiten. Sinds 1984 is [appellante] een biologisch bedrijf en sinds 1998 een biologisch dynamisch bedrijf. Zij is SKAL- en Demeter gecertificeerd. Op 12 augustus 2021 heeft [appellante] schade door wilde zwijnen aan het gewas grasland geconstateerd. Zij heeft voor de schade aan het gewas op 16 augustus 2021 een tegemoetkoming aangevraagd. BIJ12, die de regeling voor faunaschade namens het college uitvoert, heeft een taxateur ingeschakeld die de percelen heeft bezocht en die de schade heeft getaxeerd op € 7.318,60. De rechtbank heeft de besluiten van 10 juli 2023 vernietigd, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten. Volgens de rechtbank had het college terecht actieve risicoaanvaarding tegengeworpen, maar dat niet deugdelijk gemotiveerd.

Kern van de zaak

Een biologisch-dynamische geitenhouderij in Heeze leed in 2021 en 2022 schade aan grasland en rogge door wilde zwijnen (totaal circa €41.000). De provincie Noord-Brabant weigerde tegemoetkomingen omdat de houder het risico actief zou hebben aanvaard. Na vernietiging door de rechtbank volgden nieuwe besluiten.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is gegrond verklaard: de Afdeling vernietigt de instandlating van de rechtsgevolgen door de rechtbank en verklaart het beroep tegen de nieuwe besluiten van 25 november 2025 ongegrond, waarmee de provincie wordt veroordeeld tot schadevergoeding. De doorslaggevende reden is een eerdere uitspraak van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2025:5203) waarin in een vergelijkbare zaak is geoordeeld dat het college geen risicoaanvaarding mocht tegenwerpen.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak past een reeds in 2025 door de Afdeling uitgezette lijn toe op een nieuwe zaak, zonder zelf nieuwe rechtsregels te stellen; de impact is daarmee beperkt tot bevestiging van bestaand beleid voor een specifieke groep agrarische ondernemers.

Belangrijkste punten

  • 1SKAL- en Demeter-gecertificeerde biologisch-dynamische geitenhouderij kon geen wildafrasteringsverplichting worden tegengeworpen als grond voor risicoaanvaarding.
  • 2Drie afzonderlijke schadegebeurtenissen door wilde zwijnen (augustus 2021, november 2021, juni 2022) werden bij elkaar beoordeeld.
  • 3BIJ12 taxeerde de totale schade op circa €41.288, maar het college weigerde aanvankelijk alle drie aanvragen.
  • 4De rechtbank vernietigde de weigeringsbesluiten maar liet de rechtsgevolgen in stand; de Afdeling vernietigt dat laatste oordeel.
  • 5Precedentwerking van ECLI:NL:RVS:2025:5203 is bepalend: actieve risicoaanvaarding kon niet worden tegengeworpen in vergelijkbare omstandigheden.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat bij biologisch-gecertificeerde agrarische bedrijven terughoudendheid is geboden bij het tegenwerpen van actieve risicoaanvaarding in het kader van de Wet natuurbescherming (oud), mede gezien de beperkingen die certificering oplegt aan het nemen van preventieve maatregelen. De lijn van ECLI:NL:RVS:2025:5203 wordt doorgetrokken.

Praktische impact

De biologische geitenhouderij ontvangt alsnog de gevraagde tegemoetkomingen in de faunaschade, en de provincie wordt veroordeeld in de proceskosten. Vergelijkbare biologisch-gecertificeerde bedrijven kunnen zich beroepen op deze lijn bij weigering van faunaschade-tegemoetkomingen.

Onderwerp-impact

Voor de agrarische sector – met name biologische en biologisch-dynamische bedrijven – verduidelijkt deze uitspraak dat certificeringsvereisten een rol spelen bij de beoordeling van risicoaanvaarding bij faunaschade, wat de rechtspositie van deze bedrijven versterkt.

Samenvatting

Een biologisch-dynamische geitenhouderij in Heeze (Noord-Brabant) leed in de periode 2021-2022 op drie afzonderlijke momenten schade aan grasland en akkerbouwgewas rogge door wilde zwijnen, voor een totaalbedrag van circa €41.288. Het bedrijf is al sinds 1984 biologisch gecertificeerd (SKAL en Demeter), wat beperkingen oplegt aan de te nemen preventieve maatregelen. BIJ12 taxeerde de schade namens de provincie, maar het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant wees alle drie de aanvragen om faunaschade-tegemoetkoming af op grond van actieve risicoaanvaarding. Na bezwaar bleef het college bij zijn standpunt. De rechtbank Oost-Brabant vernietigde de weigeringsbesluiten wegens gebrekkige motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat zij de afwijzing inhoudelijk juist achtte. In hoger beroep beriep appellante zich met succes op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 29 oktober 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:5203), waarin in een nagenoeg vergelijkbare zaak was geoordeeld dat het college geen actieve risicoaanvaarding mocht tegenwerpen. Naar aanleiding hiervan nam de provincie op 25 november 2025 nieuwe besluiten. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de instandlating van de rechtsgevolgen door de rechtbank en verklaart het beroep tegen de nieuwe besluiten ongegrond, waarmee de weg vrijkomt voor uitbetaling van de tegemoetkomingen. Tevens wordt de provincie veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en is sprake van overschrijding van de redelijke termijn. De uitspraak onderstreept dat biologische certificering relevant is bij de beoordeling van risicoaanvaarding: van zulke bedrijven kan niet zonder meer worden verlangd dat zij maatregelen nemen die hun certificering in gevaar brengen, en de provincie dient dit bij de besluitvorming over faunaschade te verdisconteren.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 15 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19357Laag
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:19357, Rechtbank Den Haag, 10-07-2026, NL25.56506

Rechtbank Den Haag10 jul 2026OverheidAansprakelijkheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied