Radboud-studente terecht gesanctioneerd voor AI-hallucinerende bronnen
ECLI:NL:RVS:2026:3322, Raad van State, 10-06-2026, 202600728/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij beslissing van 24 november 2025 heeft de examencommissie Communicatiewetenschap van de Faculteit der Sociale Wetenschappen wegens plagiaat alle door [appellante] afgelegde (deel)tentamens voor de cursus Leerproject 2 ongeldig verklaard en haar uitgesloten van deelname aan tentamens voor de cursus gedurende het academisch jaar 2025-2026. [appellante] volgt de bacheloropleiding Communicatiewetenschap aan de Radboud Universiteit. Voor de cursus Leerproject 2 moest zij vier methode-opdrachten maken en een onderzoeksverslag schrijven dat bestaat uit vijf paragrafen, waarbij telkens een concept-paragraaf moest worden ingediend. Na het inleveren van concept-paragraaf 2 heeft een docent een melding gemaakt over ‘hallucinerende bronnen’ in de door [appellante] ingeleverde tekst. Naar aanleiding daarvan is zij door de examencommissie uitgenodigd voor een gesprek. Hier heeft zij verklaard dat zij voor het opmaken van de bronvermelding gebruik heeft gemaakt van Scribbr, waardoor in de bronvermelding fouten zijn ontstaan.
Kern van de zaak
Een studente Communicatiewetenschap aan de Radboud Universiteit werd door de examencommissie gesanctioneerd wegens fraude, nadat in haar ingeleverde concept-paragraaf zeven niet-traceerbare ('hallucinerende') bronnen waren aangetroffen. De studente stelde dat zij Scribbr had gebruikt voor bronvermelding en wees op een lastige thuissituatie. Zij stapte naar de rechter omdat zij de sanctie onterecht en onvoldoende gemotiveerd achtte.
Beslissing van de rechter
De Raad van State bevestigt de beslissing van het College van Beroep voor het Onderwijs (CBE): de sancties — ongeldigverklaring van tentamens en uitsluiting van deelname voor het academiejaar 2025-2026 — blijven in stand. De doorslaggevende reden is dat zeven niet-bestaande bronnen een adequate verklaring ontberen en het inleveren van een concept-versie de fraudeconclusie niet wegneemt.
Impactscore
MiddelDe uitspraak is praktisch relevant voor onderwijsinstellingen en studenten in de context van toenemend AI-gebruik, maar stelt geen nieuw rechtsbeginsel vast en betreft een individuele casus; de bredere precedentwerking is beperkt tot bevestiging van bestaand kader.
Belangrijkste punten
- 1Gebruik van niet-traceerbare ('hallucinerende') bronnen in een ingeleverd werk wordt aangemerkt als fraude in de zin van het overnemen van gegevens zonder correcte bronvermelding.
- 2Het feit dat een concept en geen definitieve versie werd ingeleverd, doet niet af aan de fraudekwalificatie.
- 3De examencommissie heeft de belangen van de studente voldoende meegewogen; de sancties (ongeldigverklaring tentamens én uitsluiting voor een academiejaar) zijn evenredig bevonden.
- 4Verwijzing naar gebruik van een hulptool (Scribbr) of persoonlijke omstandigheden vormt geen afdoende verklaring voor zeven niet-bestaande bronnen.
- 5De beslissing van het CBE werd door de RvS deugdelijk gemotiveerd geacht; het betoog van appellante faalt.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat examencommissies fraude kunnen vaststellen op basis van niet-traceerbare bronnen in concept-werk, en dat de inzet van AI-tools die foutieve bronnen genereren geen disculperende omstandigheid vormt. Dit versterkt de handhavingsmogelijkheden van onderwijsinstellingen bij AI-gerelateerde academische fraude.
Praktische impact
Studenten die AI-tools of automatische citeertools gebruiken dragen volledige verantwoordelijkheid voor de juistheid van bronvermeldingen; een beroep op technische hulpmiddelen of persoonlijke omstandigheden biedt geen verweer tegen een fraudesanctie.
Onderwerp-impact
Voor onderwijsinstellingen biedt deze uitspraak een bevestiging dat het bestaande fraudekader toepasbaar is op AI-gegenereerde of AI-geassisteerde teksten, ook in conceptfase, wat relevant is voor de handhaving van academische integriteit in het tijdperk van generatieve AI.
Samenvatting
Een studente Communicatiewetenschap aan de Radboud Universiteit leverde voor de cursus Leerproject 2 een concept-paragraaf in waarin een docent zeven 'hallucinerende' — dat wil zeggen niet-bestaande — bronnen aantrof. De examencommissie kwalificeerde dit als fraude op grond van de Frauderegeling (artikelen 5 en 6), verklaarde alle afgelegde (deel)tentamens voor de cursus ongeldig en sloot de studente uit van tentamendeelname voor het academisch jaar 2025-2026. De studente verklaarde de fouten te wijten aan gebruik van de citeertoool Scribbr, aan bronnen die zij mogelijk uit een ander artikel had overgenomen, en aan een lastige thuissituatie. Het College van Beroep voor het Onderwijs (CBE) oordeelde dat de beslissing van de examencommissie zorgvuldig was voorbereid, voldoende geconcretiseerd en evenredig, waarbij ook de persoonlijke belangen van de studente waren meegewogen. Voor de Raad van State betoogde de studente dat de beslissing van het CBE onvoldoende was gemotiveerd. De Raad van State verwierp dit betoog. Centraal juridisch punt is dat het gebruik van niet-traceerbare bronnen — ongeacht de oorzaak, of dit nu een AI-tool, een citeerplatform of onzorgvuldigheid betreft — fraude oplevert in de zin van het overnemen van gegevens zonder volledige en correcte bronvermelding. Het gegeven dat het om een concept ging en niet om een definitief werkstuk, vormt geen rechtvaardiging: ook in de conceptfase gelden de integriteitsnormen. Persoonlijke omstandigheden en een beroep op technische hulpmiddelen kunnen de verantwoordelijkheid van de student voor de juistheid van ingeleverd werk niet wegnemen. De sancties werden evenredig bevonden. De uitspraak is relevant voor de praktijk van academische integriteitshandhaving in een tijdperk waarin generatieve AI steeds vaker wordt ingezet bij het schrijven van academische teksten.