JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:3192Middel38/100

Raad van State vernietigt dwangsombeslissing in toeslagenaffaire

ECLI:NL:RVS:2026:3192, Raad van State, 03-06-2026, 202504470/1/A2

Raad van StateUitspraak: 3 juni 2026Publicatie: 3 juni 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202504470/1/A2
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Socialezekerheidsrecht
Schadevergoeding
Overheid
Niet Tijdig Beslissen
Dwangsom
Toeslagenaffaire
Hersteloperatie Toeslagen
Compensatie Werkelijke Schade

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Deze uitspraak gaat over de nadere beslistermijn waarbinnen de Dienst Toeslagen bij een gegrond beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een besluit bekend moet maken en de dwangsom die daarbij van toepassing is. Het gaat daarbij om een besluit op aanvraag om compensatie voor de werkelijke schade in het kader van de hersteloperatie toeslagen. [appellant sub 2] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de Dienst Toeslagen verzocht om aanvullende compensatie voor de werkelijke schade, zoals bedoeld in artikel 2.1, derde lid, van de Wht. [appellant sub 2] heeft beroep ingesteld gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, omdat een besluit op haar aanvraag aanvullende compensatie voor de werkelijke schade uitbleef.

Kern van de zaak

Een gedupeerde van de toeslagenaffaire (appellant sub 2) vroeg aanvullende compensatie voor werkelijke schade bij de Dienst Toeslagen. Omdat de Dienst Toeslagen niet tijdig besliste, stelde zij beroep in wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank legde een dwangsom op van maximaal €15.000; de Dienst Toeslagen ging hiertegen in hoger beroep.

Beslissing van de rechter

De Raad van State verklaart het hoger beroep van de Dienst Toeslagen gegrond en vernietigt het oordeel van de rechtbank over de opgelegde dwangsom (€50 per dag, max. €15.000). Het incidenteel hoger beroep van de gedupeerde wordt niet-ontvankelijk verklaard. De doorslaggevende reden betreft de onjuiste toepassing van de nadere beslistermijn en de daarbij horende dwangsomregeling bij niet-tijdig beslissen in het kader van de hersteloperatie toeslagen.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak heeft betekenis voor een grote groep gedupeerden in de toeslagenaffaire en geeft uitleg over de samenloop van de Wht-termijnen en de dwangsomregeling, maar is proceduretechnisch van aard en stelt geen fundamenteel nieuwe rechtsregels.

Belangrijkste punten

  • 1Betreft een besluit op aanvraag aanvullende compensatie werkelijke schade op grond van artikel 2.1, derde lid, Wet hersteloperatie toeslagen (Wht)
  • 2De wettelijke beslistermijn bedraagt zes maanden na ontvangst aanvraag, eenmalig te verlengen met maximaal zes maanden (artikel 6.2, eerste lid, Wht)
  • 3De Commissie Werkelijke Schade (CWS) is verplicht advies te geven aan de Dienst Toeslagen vóór besluitvorming (artikel 5.2, eerste en tweede lid, Wht)
  • 4De rechtbank had een dwangsom opgelegd bij overschrijding van de nadere beslistermijn; de Raad van State vernietigt dit dwangsomonderdeel
  • 5Incidenteel hoger beroep van de gedupeerde wordt niet-ontvankelijk verklaard

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt hoe de nadere beslistermijn en de dwangsomregeling bij niet-tijdig beslissen in de hersteloperatie toeslagen moeten worden toegepast, wat relevant is voor de afhandeling van tienduizenden vergelijkbare aanvragen. Dit raakt de verhouding tussen artikel 8:55d Awb (dwangsom bij niet-tijdig beslissen) en de bijzondere termijnenregeling in de Wht.

Praktische impact

Voor gedupeerden van de toeslagenaffaire die aanvullende compensatie voor werkelijke schade aanvragen, biedt deze uitspraak duidelijkheid over de beperktere mogelijkheden om via een dwangsom druk te zetten op tijdige besluitvorming. De Dienst Toeslagen wordt vooralsnog niet geconfronteerd met de eerder opgelegde financiële prikkel.

Onderwerp-impact

Binnen de hersteloperatie toeslagen beperkt deze uitspraak de financiële prikkel die gedupeerden kunnen inzetten bij trage besluitvorming over aanvullende schadevergoeding, wat de positie van gedupeerden in bezwaar- en beroepsprocedures verzwakt.

Samenvatting

Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 juni 2026 betreft de hersteloperatie toeslagen, meer specifiek de procedure rondom aanvullende compensatie voor werkelijke schade op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Een gedupeerde van de toeslagenaffaire had bij de Dienst Toeslagen een aanvraag ingediend voor aanvullende compensatie voor werkelijke schade (artikel 2.1, derde lid, Wht). Deze compensatie kan worden aangevraagd nadat een gedupeerde al een basisvergoeding op grond van de integrale beoordeling heeft ontvangen en aannemelijk maakt dat de werkelijk geleden schade hoger is. De Dienst Toeslagen moet binnen zes maanden beslissen, eenmalig te verlengen met zes maanden, en heeft daarvoor een verplicht advies nodig van de Commissie Werkelijke Schade (CWS). Omdat een besluit uitbleef, stelde de gedupeerde beroep in wegens niet-tijdig beslissen. De rechtbank Midden-Nederland wees dit beroep gegrond toe en legde een dwangsom op van €50 per dag bij verdere overschrijding van de beslistermijn, met een maximum van €15.000. De Dienst Toeslagen stelde hoger beroep in tegen dit dwangsomonderdeel. De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep van de Dienst Toeslagen gegrond is en vernietigt het deel van de rechtbankuitspraak dat de dwangsom oplegde. De kern van het geschil betrof de vraag welke nadere beslistermijn en bijbehorende dwangsomregeling van toepassing is bij een gegrond beroep tegen niet-tijdig beslissen in het kader van de hersteloperatie toeslagen. Het incidenteel hoger beroep van de gedupeerde wordt niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is relevant voor de grote groep gedupeerden die wacht op een besluit over aanvullende compensatie, omdat zij de reikwijdte van dwangsomdruk bij vertraagde besluitvorming in dit bijzondere wettelijke kader beperkt.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 24 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4266Laag
Bestuursrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4266, Raad van State, 22-07-2026, 202305427/1/R2

Raad van State22 jul 2026OverheidVergunningen
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4297Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4297, Raad van State, 22-07-2026, 202504678/1/A3

Raad van State22 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4272Laag
Bestuursrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4272, Raad van State, 22-07-2026, 202500298/1/R2

Raad van State22 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4264Middel
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4264, Raad van State, 22-07-2026, 202506029/1/A2

Raad van State22 jul 2026SchadevergoedingOverheid
35/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied