AVG-verzoeken student Erasmus Universiteit grotendeels afgewezen
ECLI:NL:RVS:2026:2769, Raad van State, 13-05-2026, 202206069/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 29 maart 2021 heeft het college van bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam de verzoeken van [appellant] op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) afgewezen. [appellant] is het niet eens met de uitspraken van de rechtbank. Hij heeft zijn standpunten uitgebreid uiteengezet. De Afdeling wijst er op dat uit de artikelen 8:69 en 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet volgt dat zij in haar uitspraak op alle aangevoerde argumenten afzonderlijk moet ingaan. Hoewel de Afdeling alle argumenten heeft bezien, zal zij zich hierna beperken tot de kern van de door [appellant] naar voren gebrachte gronden.
Kern van de zaak
Een student van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) verzocht om inzage in en verwijdering van zijn persoonsgegevens, waaronder camerabeelden en reserveringsgegevens van de Universiteitsbibliotheek, alsmede screenshots van zijn gegevens in universitaire systemen. Het college van de EUR wees de verzoeken deels af omdat de gevraagde gegevens al waren verwijderd of in een andere vorm waren verstrekt. De student ging in bezwaar en beroep.
Beslissing van de rechter
De uitspraak is onvolledig weergegeven; op basis van de beschikbare tekst heeft het college de AVG-inzageverzoeken deels toegewezen (via Excel-exports uit OSIRIS) en deels afgewezen. De doorslaggevende reden voor afwijzing was dat de gevraagde camerabeelden en reserveringsgegevens reeds waren verwijderd en dus niet meer konden worden verstrekt.
Impactscore
MiddelDe zaak betreft een praktisch veelvoorkomend scenario (AVG-inzageverzoeken bij onderwijsinstellingen) en de uitspraak komt van de Raad van State, maar de rechtsvragen zijn niet fundamenteel nieuw; de score wordt gedrukt door de onvolledigheid van de beschikbare uitspraaktekst.
Belangrijkste punten
- 1Verzoek om camerabeelden en reserveringsgegevens afgewezen omdat deze al verwijderd waren vóór het verzoek.
- 2Inzageverzoek op grond van artikel 15 AVG gedeeltelijk toegewezen via alternatieve vorm (Excel-exports en screenshot uit OSIRIS).
- 3Het college verstrekte gegevens in een andere vorm dan verzocht; de vraag of dit voldoet aan artikel 15 AVG speelt een centrale rol.
- 4De Afdeling hoeft niet op alle afzonderlijke argumenten in te gaan (artikelen 8:69 en 8:77 Awb).
- 5De uitspraak omvat meerdere samenhangende zaken (ROT 21/5910, 21/5911 en 21/5912) met betrekking tot AVG- en Wob-verzoeken.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak verduidelijkt de grenzen van het inzagerecht onder artikel 15 AVG wanneer gegevens reeds zijn verwijderd, en de vraag in welke vorm een verwerkingsverantwoordelijke persoonsgegevens mag verstrekken. Vanwege de onvolledige tekst is de definitieve juridische uitkomst onzeker.
Praktische impact
Betrokkenen (studenten, burgers) kunnen geen inzage of kopie krijgen van persoonsgegevens die al zijn verwijderd; de verwerkingsverantwoordelijke mag alternatieve exportvormen gebruiken als die de gevraagde informatie bevatten.
Onderwerp-impact
Voor onderwijsinstellingen verduidelijkt deze zaak dat zij AVG-verzoeken van studenten serieus moeten nemen, maar dat tijdige gegevensverwijdering de plicht tot verstrekking kan opheffen, mits de verwijdering rechtmatig was.
Samenvatting
Een student van de Erasmus Universiteit Rotterdam deed meerdere verzoeken op grond van de AVG en de Wet openbaarheid van bestuur. Hij vroeg om een elektronische kopie van zijn reserveringsgegevens bij de Universiteitsbibliotheek, om verwijdering van die gegevens, om de op hem gemaakte camerabeelden van 29 december 2020, en om screenshots van zijn persoonsgegevens zoals zichtbaar in de universitaire systemen voor medewerkers van Juridische Zaken. Het college van de EUR wees de verzoeken om camerabeelden en reserveringsgegevens af omdat deze al waren verwijderd. Het inzageverzoek op grond van artikel 15 AVG werd gedeeltelijk toegewezen, maar in plaats van de gevraagde screenshots verstrekte het college zeventien geëxporteerde Excel-bestanden en één screenshot uit studentsysteem OSIRIS. Het college verklaarde het bezwaar in de ene zaak ongegrond en in de andere zaak deels niet-ontvankelijk. De student was het niet eens met de uitspraken van de rechtbank en ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling benadrukt dat zij op grond van de artikelen 8:69 en 8:77 Awb niet gehouden is op elk afzonderlijk argument in te gaan, en beperkt zich tot de kern van de aangevoerde gronden. Omdat de uitspraaktekst onvolledig is weergegeven, is de definitieve beslissing van de Afdeling niet volledig kenbaar. Op basis van de beschikbare informatie lijkt de centrale juridische vraag te zijn of het college rechtmatig handelde door gegevens in een andere vorm te verstrekken dan verzocht, en of de reeds verwijderde gegevens alsnog hadden moeten worden bewaard of gereconstrueerd. De zaak illustreert de praktische spanning tussen enerzijds het recht op inzage onder de AVG en anderzijds de mogelijkheid dat gegevens reeds zijn verwijderd voordat een verzoek wordt ingediend.