Raad van State oordeelt over openbaarheid raadsenquêtedocumenten Zevenaar
ECLI:NL:RVS:2026:2692, Raad van State, 20-05-2026, 202300320/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 25 oktober 2017, op 12 augustus 2020 bekendgemaakt in het Gemeenteblad 2020, nr. 206781, heeft de enquêtecommissie van de gemeente Zevenaar met toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Archiefwet 1995 beperkingen aan de openbaarheid van de documenten van de gemeentelijke raadsenquêtecommissie P&O Zevenaar gesteld. Bij besluit van 11 februari 2021 heeft de raad van de gemeente Zevenaar het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. [wederpartij] was 35 jaar werkzaam als ambtenaar van de gemeente Zevenaar op de afdeling Handhaving. In augustus 2005 is een bureau verzocht om het functioneren van de afdeling Handhaving van de gemeente Zevenaar in kaart te brengen met het doel de samenwerking te ‘ontstroeven’ en te professionaliseren. Op 18 oktober 2005 zijn de bevindingen en voorstellen uit het zogenoemde rapport Bunt aan de hand van sheets gepresenteerd. De rechtbank heeft - onder verwijzing naar haar uitspraak van 29 juni 2022 - overwogen dat de enquêtecommissie niet bevoegd was om het besluit tot beperking van de openbaarheid te nemen. De raad betoogt dat de enquêtecommissie wel degelijk bevoegd was het besluit van 25 oktober 2017 te nemen.
Kern van de zaak
Een oud-ambtenaar van de gemeente Zevenaar procedeerde over de openbaarheid van documenten van een gemeentelijke enquêtecommissie. De enquêtecommissie had in 2017 een openbaarheidbeperking van 75 jaar opgelegd aan haar documenten en deze overgebracht naar het streekarchief. Het college besloot later tot herbeoordeling, gedeeltelijke opheffing van beperkingen én vernietiging van bepaalde stukken.
Beslissing van de rechter
De Raad van State deed uitspraak in een procedure over de besluiten rond de raadsenquêtedocumenten van de gemeente Zevenaar, waaronder de opgelegde openbaarheidsbeperkingen en de opdracht tot vernietiging van bepaalde archiefbescheiden. De tekst van de uitspraak is onvolledig weergegeven, waardoor de definitieve beslissing en doorslaggevende motivering niet volledig kunnen worden vastgesteld.
Impactscore
MiddelDe zaak heeft betekenis voor de archief- en openbaarheidspraktijk bij gemeentelijke enquêtecommissies, maar betreft een casuïstische situatie; de onvolledige tekst maakt een volledig gefundeerde impactbeoordeling onmogelijk.
Belangrijkste punten
- 1Gemeentelijke enquêtecommissie legde in 2017 een openbaarheidbeperking van 75 jaar op aan haar documenten
- 2De CRvB oordeelde eerder (2015) dat het college onrechtmatig handelde door zich zonder voorbehoud te scharen achter het onprofessionele rapport-Bunt over de betrokken ambtenaar
- 3Het college besloot tot bekrachtiging van de vervroegde overbrenging naar het streekarchief, met uitzondering van als 'te vernietigen' aangeduide stukken
- 4De opdracht tot vernietiging van bepaalde archiefbescheiden is onderdeel van het bestreden besluit
- 5De procedure betreft samenloop van archief-, openbaarheids- en ambtenarenrechtelijke vraagstukken
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak raakt aan de grenzen van gemeentelijke bevoegdheden bij het opleggen van openbaarheidsbeperkingen op grond van de Archiefwet en de verhouding tot het recht op toegang tot overheidsinformatie. Onzeker is welke rechtsnorm de Raad van State doorslaggevend heeft geacht, omdat de beslissingstekst onvolledig is.
Praktische impact
Voor de betrokken oud-ambtenaar en andere belanghebbenden heeft de uitspraak directe gevolgen voor de toegankelijkheid van documenten die betrekking hebben op zijn loopbaan en de gemeentelijke P&O-praktijk. Vernietiging van stukken maakt latere inzage definitief onmogelijk.
Onderwerp-impact
Voor gemeenten en andere overheidsorganen verduidelijkt deze zaak de reikwijdte van bevoegdheden om openbaarheidsbeperkingen op te leggen aan enquêtedocumenten en de grenzen van de archiveringsplicht tegenover vernietigingsopdrachten.
Samenvatting
Deze procedure bij de Raad van State vloeit voort uit een langlopend conflict tussen een oud-ambtenaar van de gemeente Zevenaar en het gemeentebestuur. De ambtenaar, die 35 jaar werkzaam was op de afdeling Handhaving, was in 2005 onderwerp van een extern onderzoeksrapport (rapport-Bunt) dat door de Centrale Raad van Beroep in 2015 werd gekwalificeerd als subjectief en onprofessioneel. Het college werd daarvoor aansprakelijk gehouden. Naar aanleiding van die uitspraak stelde de gemeenteraad een enquêtecommissie in die onderzoek deed naar het P&O-beleid van de gemeente Zevenaar over de periode 2002-2015. De enquêtecommissie besloot in oktober 2017 een openbaarheidbeperking van 75 jaar op te leggen aan alle haar ter beschikking gestelde documenten en deze over te brengen naar het Streekarchivariaat de Liemers en Doesburg. Dat besluit vormde de kern van de onderhavige procedure. Parallel hieraan besloot de raad tot herbeoordeling van de aan de raadsenquêtedocumenten opgelegde openbaarheidsbeperkingen. Het college bekrachtigde de vervroegde overbrenging naar het streekarchief, met uitzondering van documenten die als 'te vernietigen' waren aangeduid. Voor die stukken werd de streekarchivaris opgedragen tot vernietiging over te gaan zodra het besluit daartoe onherroepelijk zou zijn. De juridische vragen spitsen zich toe op de rechtmatigheid van de opgelegde openbaarheidsbeperkingen en de vernietigingsopdracht in het licht van de Archiefwet en de beginselen van behoorlijk bestuur. Omdat de uitspraaktekst onvolledig is weergegeven, kunnen de definitieve beslissing van de Raad van State en de dragende motivering niet met zekerheid worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare tekst lijkt de zaak te draaien om de vraag in hoeverre gemeentelijke organen bevoegd zijn documenten van een enquêtecommissie voor langdurige periode aan openbaarheid te onttrekken en te laten vernietigen.