JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:2574Middel38/100

Korpschef niet verwerkingsverantwoordelijk voor e-screener antwoorden

ECLI:NL:RVS:2026:2574, Raad van State, 06-05-2026, 202402752/1/A3

Raad van StateUitspraak: 6 mei 2026Publicatie: 6 mei 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202402752/1/A3
Bestuursrecht
Privacyrecht / AVG
Overheid
Vergunningen
Databescherming
Technologie
Inzagerecht
E Screener
Verwerkingsverantwoordelijkheid
Jachtakte
Wwm

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij twee onderscheiden besluiten van 23 december 2019 heeft de korpschef van politie de verzoeken van [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] om inzage in hun persoonsgegevens op grond van artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ingewilligd. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] hebben ieder een aanvraag ingediend voor verlenging van hun jachtaktes. In het kader van deze aanvragen hebben zij allebei een zogenoemde e-screener ingevuld, een digitale vragenlijst die deel uitmaakt van het door de minister aangewezen onderzoek als bedoeld in artikel 6a, sub b, van de Wet wapens en munitie (Wwm). De e-screener bestaat uit vragenlijsten over persoonlijkheidskenmerken en risicofactoren waarvan de uitslag het risico bij wapen- en munitiebezit van de aanvrager aangeeft. Ook hebben [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] ieder voor zich de korpschef op grond van artikel 15, eerste lid, onder a, b, c, d, g en h, van de AVG verzocht om inzage in de persoonsgegevens die over hen zijn verwerkt in het kader van de e-screener.

Kern van de zaak

Twee jachtaktehouders vroegen inzage in hun persoonsgegevens die verwerkt waren in de e-screener, een digitale vragenlijst bij wapenverlofaanvragen. De korpschef verleende alleen inzage in het klantnummer en de uitslag, niet in de concrete antwoorden en de weging daarvan. Appellanten betwistten dit bij de rechter, stellende dat de korpschef als verwerkingsverantwoordelijke ook inzage moest geven in de antwoorden.

Beslissing van de rechter

De Raad van State oordeelt — op basis van een onvolledige uitspraaктекст — dat de korpschef zich op het standpunt stelt uitsluitend verwerkingsverantwoordelijke te zijn voor de uitslag van de e-screener en niet voor de verwerking van de concrete antwoorden en de weging daarvan, omdat de bepalende beslissingen over de e-screener door de minister zijn genomen. De uitkomst van het hoger beroep is op grond van de beschikbare tekst niet volledig vast te stellen.

38van 100

Impactscore

Middel

De zaak betreft een specifieke AVG-inzagekwestie bij een niche publiekrechtelijk instrument (e-screener voor jachtaktes), maar de afbakening van verwerkingsverantwoordelijkheid bij gedeelde overheidssystemen heeft bredere relevantie voor vergelijkbare digitale screeningspraktijken. De beschikbare uitspraaktekst is onvolledig, wat de impact-inschatting met onzekerheid omgeeft.

Belangrijkste punten

  • 1De e-screener is een digitale vragenlijst die risico bij wapenbezit beoordeelt en onderdeel vormt van het wettelijk aangewezen onderzoek ex artikel 6a Wwm.
  • 2Appellanten verzochten inzage op grond van artikel 15 AVG in meerdere categorieën persoonsgegevens, waaronder concrete antwoorden en de weging daarvan.
  • 3De korpschef stelde slechts verwerkingsverantwoordelijke te zijn voor de uitslag en niet voor de antwoorden, mede omdat hij de antwoorden niet in zijn bezit heeft.
  • 4De minister wordt als de partij aangemerkt die de bepalende beslissingen over de e-screener neemt, wat de verwerkingsverantwoordelijkheid beïnvloedt.
  • 5De zaak raakt aan de afbakening van verwerkingsverantwoordelijkheid bij gedeelde digitale verwerkingssystemen in een publiekrechtelijke context.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt hoe verwerkingsverantwoordelijkheid onder de AVG wordt afgebakend bij gedecentraliseerde uitvoering van een wettelijk aangewezen digitaal screeningsinstrument, waarbij de uitvoerende instantie (korpschef) en de beleidsverantwoordelijke (minister) mogelijk gezamenlijk of afzonderlijk verwerkingsverantwoordelijk zijn. Dit heeft gevolgen voor de reikwijdte van het inzagerecht ex artikel 15 AVG in de publiekrechtelijke context.

Praktische impact

Jachtaktehouders en andere aanvragers die de e-screener invullen, kunnen op basis van deze lijn mogelijk geen inzage vorderen bij de korpschef van de concrete antwoorden en de weging ervan; zij zullen zich daarvoor tot de minister moeten wenden als (mede-)verwerkingsverantwoordelijke.

Onderwerp-impact

Voor de praktijk rond digitale screeningsinstrumenten bij vergunningverlening wordt benadrukt dat de partij die het systeem beheert en de verwerkingsdoeleinden bepaalt als verwerkingsverantwoordelijke geldt, niet automatisch de uitvoerende instantie die het instrument toepast.

Samenvatting

In deze zaak stonden twee houders van een jachtakte centraal die elk een verzoek om verlenging hadden ingediend. In dat kader vulden zij een zogenoemde e-screener in, een digitale vragenlijst die risicofactoren voor wapenbezit in kaart brengt en die deel uitmaakt van het wettelijk voorgeschreven onderzoek op grond van artikel 6a van de Wet wapens en munitie. Op grond van artikel 15 AVG verzochten zij de korpschef om inzage in de persoonsgegevens die over hen in het kader van de e-screener waren verwerkt, waaronder de concrete antwoorden en de weging daarvan. De korpschef verleende slechts inzage in het klantnummer en de uitslag en stelde zich op het standpunt dat zijn verwerkingsverantwoordelijkheid beperkt was tot de uitslag van de e-screener. De antwoorden en de weging zouden buiten zijn verwerkingsverantwoordelijkheid vallen, mede omdat de minister de bepalende beslissingen over het systeem heeft genomen en de korpschef de antwoorden ook feitelijk niet in bezit heeft. De appellanten betwistten dit en voerden aan dat de verwerkingsverantwoordelijkheid van de korpschef rechtstreeks voortvloeit uit zijn wettelijke taak en exclusieve bevoegdheid in het kader van de vergunningverlening. De Raad van State buigt zich over de vraag hoe verwerkingsverantwoordelijkheid onder de AVG moet worden afgebakend wanneer een uitvoerende overheidsinstantie een door de minister aangewezen digitaal instrument toepast. Op grond van de beschikbare uitspraaктекст — die onvolledig is — lijkt de Afdeling de redenering van de korpschef en de minister te volgen dat de verwerkingsverantwoordelijkheid voor de antwoorden en de weging niet bij de korpschef berust, maar mogelijk bij de minister als beheerder van het systeem. Deze uitspraak is relevant voor de bredere vraag hoe inzagerechten onder de AVG functioneren bij gedeelde digitale overheidssystemen waarbij uitvoering en beleid bij verschillende instanties zijn belegd.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 10 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied