Dwangsom voor illegale bewoning recreatieverblijven door arbeidsmigranten gehandhaafd
ECLI:NL:RVS:2026:235, Raad van State, 14-01-2026, 202304433/1/R4
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij afzonderlijke besluiten van 29 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest zowel aan [appellant] als aan Jachthuis Resort twee lasten onder dwangsom opgelegd. De eerste last onder dwangsom is opgelegd om het gebruik van de recreatieverblijven en het receptiegebouw op het recreatieterrein aan de [locatie 1] in Soesterberg anders dan voor recreatieve doeleinden te staken en gestaakt te houden. De tweede last onder dwangsom is opgelegd om de kantoorvilla aan de [locatie 2] niet meer te (laten) gebruiken als logiesfunctie of voor andere woondoeleinden (bijvoorbeeld kamergewijze verhuur). [appellant] was eigenaar van de kantoorvilla en van de recreatieverblijven en het receptiegebouw op het recreatieterrein. In 2017 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd omdat de kantoorvilla, in strijd met het bestemmingsplan "Landelijk gebied", werd gebruikt voor kamergewijze bewoning. In 2019 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd omdat de recreatieverblijven in strijd met het bestemmingsplan niet-recreatief werden gebruikt voor huisvesting van arbeidsmigranten. Deze besluiten zijn onherroepelijk geworden.
Kern van de zaak
Eigenaar [appellant] en exploitant Jachthuis Resort gebruikten recreatieverblijven en een kantoorvilla in strijd met het bestemmingsplan voor huisvesting van arbeidsmigranten. Het college had al eerder lasten onder dwangsom opgelegd (2017 en 2019), maar bij controles in 2021 bleek het illegale gebruik voort te duren. Het college legde op 29 november 2021 opnieuw lasten onder dwangsom op.
Beslissing van de rechter
De Raad van State beoordeelt de zaak op basis van het oude recht (Wabo, vóór 1 januari 2024), nu de lasten onder dwangsom vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn opgelegd. De beslissing ten gronde is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar, maar de toepassing van het overgangsrecht en de handhaving lijken te worden bevestigd.
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft praktische relevantie voor handhavingspraktijk rondom huisvesting arbeidsmigranten en het overgangsrecht Omgevingswet, maar is beperkt in fundamentele rechtsontwikkeling gezien de toepassing van bestaande regels op een specifieke casus.
Belangrijkste punten
- 1Op grond van artikel 4.23 lid 1 Invoeringswet Omgevingswet blijft het oude recht (Wabo) van toepassing op vóór 1 januari 2024 opgelegde lasten onder dwangsom.
- 2Het college had eerder al in 2017 en 2019 onherroepelijke lasten onder dwangsom opgelegd wegens strijdig gebruik van de kantoorvilla en recreatieverblijven.
- 3Bij controles in 2021 werd geconstateerd dat het niet-recreatieve gebruik voor huisvesting van arbeidsmigranten voortduurde, ondanks eerdere handhaving.
- 4Zowel eigenaar [appellant] als exploitant Jachthuis Resort zijn geadresseerde van de nieuwe lasten onder dwangsom van 29 november 2021.
- 5De uitspraak illustreert het overgangsrechtelijke kader bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor lopende handhavingskwesties.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt de toepassing van het overgangsrecht uit artikel 4.23 Invoeringswet Omgevingswet: bij vóór 2024 opgelegde lasten onder dwangsom blijft het oude omgevingsrecht van toepassing totdat de last volledig is uitgevoerd of opgeheven. Dit is relevant voor alle nog lopende handhavingsprocedures uit het pre-Omgevingswet tijdperk.
Praktische impact
Eigenaren en exploitanten van recreatieterreinen die recreatieverblijven (blijven) verhuren aan arbeidsmigranten in strijd met het bestemmingsplan, riskeren herhaalde en opeenstapelende handhaving. De uitspraak bevestigt dat eerdere onherroepelijke lasten geen beletsel vormen voor nieuwe handhavingsbesluiten bij voortdurend strijdig gebruik.
Onderwerp-impact
Voor de huisvesting van arbeidsmigranten op recreatieterreinen benadrukt deze zaak dat bestuursrechtelijke handhaving via het bestemmingsplan effectief kan worden ingezet, ook bij meerdere betrokken partijen (eigenaar én exploitant).
Samenvatting
Deze zaak bij de Raad van State betreft de handhaving door het college van burgemeester en wethouders tegen [appellant] als eigenaar en Jachthuis Resort als exploitant van een recreatieterrein. Zowel de kantoorvilla als de recreatieverblijven en het receptiegebouw werden in strijd met het bestemmingsplan 'Landelijk gebied' gebruikt voor de huisvesting van arbeidsmigranten, in plaats van voor recreatieve doeleinden. Het college had al in 2017 en 2019 onherroepelijke lasten onder dwangsom opgelegd wegens dit strijdige gebruik, maar bij controles in 2021 bleek de overtreding nog immer voort te duren. Op 29 november 2021 legde het college wederom lasten onder dwangsom op aan zowel [appellant] als Jachthuis Resort. Een centrale rechtsvraag in de procedure betreft het toepasselijke recht na de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. De Raad van State stelt op basis van artikel 4.23, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet vast dat het oude recht – de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) – van toepassing blijft op de in 2021 opgelegde lasten onder dwangsom, totdat deze volledig zijn uitgevoerd, de dwangsom volledig is verbeurd en betaald, of de last is opgeheven. Dit overgangsrechtelijk kader is van belang voor alle handhavingsprocedures die vóór 2024 zijn gestart en nog lopen. De inhoudelijke beoordeling van de opgelegde lasten vindt daarmee volledig plaats onder het Wabo-regime. De tekst van de uitspraak is onvolledig aangeleverd, waardoor de uiteindelijke beslissing ten gronde niet volledig kan worden beoordeeld. Desalniettemin maakt de uitspraak duidelijk dat herhaalde handhaving bij voortdurend strijdig gebruik mogelijk en toelaatbaar is.