JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:121Middel38/100

Hoger beroep asielzoeker niet-ontvankelijk, minister betaalt proceskosten

ECLI:NL:RVS:2026:121, Raad van State, 09-01-2026, 202503722/1/V3

Raad van StateUitspraak: 9 januari 2026Publicatie: 9 januari 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202503722/1/V3
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Niet Ontvankelijk
Proceskosten
Dublin Verordening
Interstatelijk Vertrouwensbeginsel
Belgie

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 15 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Kern van de zaak

Een vreemdeling stelde hoger beroep in omdat de minister zijn asielaanvraag niet in behandeling nam en hem wilde overdragen aan België. Nadat het hoger beroep was ingesteld, nam de minister de aanvraag alsnog in behandeling, deels omdat de overdrachtstermijn was verstreken en deels omdat de Raad van State eerder had geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België niet langer geldt voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de vreemdeling zijn doel had bereikt doordat de minister de asielaanvraag alsnog inhoudelijk in behandeling nam. De minister is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten (€ 1.868,00), omdat zij aan de vreemdeling is tegemoetgekomen – niet alleen door tijdsverloop maar ook door de gewijzigde rechtspraak over het vertrouwensbeginsel voor België.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak past de reeds gevormde rechtspraak over het vertrouwensbeginsel voor België toe in een concreet geval en bevestigt de proceskostenlogica bij tegemoetkoming; zij stelt geen nieuwe rechtsregel maar heeft wel praktische relevantie voor meerdere lopende Dublin-België-zaken.

Belangrijkste punten

  • 1Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang nadat de minister de asielaanvraag alsnog in behandeling nam.
  • 2De Raad van State oordeelde eerder (23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3305) dat voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België niet meer geldt.
  • 3De minister mag om die reden geen asielzoekers meer overdragen aan België, wat meebracht dat zij inhoudelijk verantwoordelijk werd voor de aanvraag.
  • 4Omdat de minister aan de vreemdeling tegemoet is gekomen (ook door eigen toedoen, niet enkel tijdsverloop), is er aanleiding tot proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 Awb.
  • 5De proceskosten worden volledig toegekend wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand (€ 1.868,00).

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat de gewijzigde rechtspraak over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België (ECLI:NL:RVS:2025:3305) directe gevolgen heeft voor lopende Dublin-procedures: de minister kan niet langer overdragen aan België en is daarmee automatisch verantwoordelijk voor de behandeling. Dit rechtvaardigt een proceskostenveroordeling ook wanneer de aanvraag formeel wegens termijnverloop in behandeling wordt genomen.

Praktische impact

Asielzoekers die werden geconfronteerd met een voorgenomen overdracht aan België, kunnen in vergelijkbare gevallen aanspraak maken op vergoeding van proceskosten als de minister de aanvraag alsnog in behandeling neemt. De minister dient in dergelijke Dublin-zaken met België haar beleid aan te passen.

Onderwerp-impact

Voor de asielpraktijk betekent dit dat de wegvallende mogelijkheid om asielzoekers over te dragen aan België nu ook procesrechtelijke gevolgen heeft: lopende beroepsprocedures worden niet-ontvankelijk maar gaan gepaard met een proceskostenveroordeling ten laste van de minister.

Samenvatting

In deze zaak had een vreemdeling hoger beroep ingesteld tegen de weigering van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag in behandeling te nemen. De minister wilde de vreemdeling overdragen aan België op grond van de Dublin-verordening. Nadat het hoger beroep was ingesteld, nam de minister de asielaanvraag alsnog inhoudelijk in behandeling. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde daarom dat de vreemdeling onvoldoende belang had bij een verdere inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep: hij had immers bereikt wat hij beoogde. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard. De centrale juridische vraag was vervolgens of de minister desondanks in de proceskosten moest worden veroordeeld. Dat is het geval wanneer zij aan de vreemdeling tegemoet is gekomen of wanneer het procesbelang door haar toedoen is vervallen. De minister stelde dat zij de aanvraag uitsluitend in behandeling had genomen omdat de overdrachtstermijn op 10 augustus 2025 was verstreken. De Afdeling verwierp deze redenering echter gedeeltelijk. Zij wees op haar uitspraak van 23 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3305), waarin zij had geoordeeld dat voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België niet langer geldt. Dit betekent dat de minister structureel geen asielzoekers meer mag overdragen aan België. Daarmee was de minister ook inhoudelijk – en niet louter door tijdsverloop – verantwoordelijk geworden voor de behandeling van de aanvraag. De Afdeling concludeerde dat de minister aan de vreemdeling tegemoet was gekomen en veroordeelde haar op grond van artikel 8:75 Awb tot vergoeding van de proceskosten van € 1.868,00, geheel toe te rekenen aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak illustreert hoe gewijzigde rechtspraak over het interstatelijk vertrouwensbeginsel doorwerkt in lopende Dublin-procedures en de proceskostenvraag beïnvloedt.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 17 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:RBGEL:2026:5525Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RBGEL:2026:5525, Rechtbank Gelderland, 13-07-2026, AWB-25_4431 e.a.

Rechtbank Gelderland13 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1123Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1123, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00132

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
12/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1261Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1261, Hoge Raad, 10-07-2026, 24/03361

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen