JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:1046Middel38/100

Raad van State: moestuin in agrarisch gebied verboden na handhavingsverzoek

ECLI:NL:RVS:2026:1046, Raad van State, 25-02-2026, 202204301/1/R3

Raad van StateUitspraak: 25 februari 2026Publicatie: 25 februari 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202204301/1/R3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Bestemmingsplan
Moestuin
Agrarische Bestemming
Handhaving Buitengebied
Veenweidelandschap

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 18 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard geweigerd om handhavend op te treden tegen een moestuin, beplanting, beschoeiing en oppervlakteverharding op het perceel [locatie] in Berkenwoude. Op het perceel was in het verleden een melkrundvee- en varkenshouderij gevestigd. In 1995 is het bedrijf beëindigd en is de boerderij in gebruik genomen als burgerwoning. [appellant B] is sinds 2015 eigenaar en woont daar. [appellant A] woont aan de Groene Zoom, ten noordoosten van het perceel van [appellant B]. Tussen zijn perceel en dat van [appellant B] ligt een watergang. [appellant A] is het niet eens met de ontwikkelingen op het perceel van [appellant B]. In deze procedure gaat het over een verzoek om handhaving in verband met een moestuin, beplanting, beschoeiing en oppervlakteverharding op het perceel. Het college heeft geweigerd om handhavend op te treden. [appellant A] is het daar niet mee eens.

Kern van de zaak

Buurman [appellant A] verzocht het college van B&W van Krimpenerwaard handhavend op te treden tegen een moestuin, beplanting, beschoeiing en oppervlakteverharding op het naburige perceel van [appellant B], dat de bestemming 'Agrarisch met waarden' heeft. Het college weigerde te handhaven. [appellant A] vocht deze weigering aan bij de rechtbank en vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep van [appellant A] gegrond en vernietigt zowel de uitspraak van de rechtbank Den Haag als het besluit van het college van 29 september 2020. De doorslaggevende reden is dat de moestuin niet past binnen de bestemmingsomschrijving van de bestemming 'Agrarisch met waarden', mede gelet op de Nota van zienswijzen waaruit blijkt dat een moestuin niet past in de karakteristiek van het veenweidelandschap.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak betreft een relatief specifieke handhavingskwestie in het buitengebied, maar heeft enige bredere betekenis voor de uitleg van agrarische bestemmingen met waarden en de rol van de Nota van zienswijzen bij planinterpretatie.

Belangrijkste punten

  • 1Een moestuin is niet opgenomen in de doeleindenomschrijving van de bestemming 'Agrarisch met waarden' en is daarmee in strijd met het bestemmingsplan.
  • 2De Nota van zienswijzen bij het bestemmingsplan bevestigt expliciet dat een moestuin niet is toegestaan in het veenweidelandschap.
  • 3Het college had ten onrechte geweigerd handhavend op te treden tegen de moestuin op het perceel.
  • 4Op de zitting is de hogerberoepsgrond over beplanting ingetrokken en speelt de beschoeiing in hoger beroep geen rol meer; het geschil beperkt zich tot de moestuin en oppervlakteverharding.
  • 5Het recht van vóór 1 januari 2024 blijft van toepassing vanwege het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat planologische bestemmingsomschrijvingen strikt worden uitgelegd en dat toelichting in de Nota van zienswijzen relevant is bij de interpretatie van planregels. Bestuursorganen kunnen handhaving van strijdig gebruik niet weigeren door de bestemmingsregels ruimer uit te leggen dan de plansystematiek toestaat.

Praktische impact

Het college van Krimpenerwaard is verplicht alsnog handhavend op te treden tegen de moestuin en dient de proceskosten van [appellant A] te vergoeden. Voor [appellant B] betekent dit dat de moestuin op zijn perceel verwijderd of aangepast moet worden.

Onderwerp-impact

Deze uitspraak is relevant voor eigenaren van voormalige agrarische percelen die een woonbestemming of gemengde bestemming hebben en die nevenfuncties zoals moestuinen willen aanleggen; dit is in agrarische bestemmingen met waardebescherming in principe niet toegestaan.

Samenvatting

Deze zaak draait om een handhavingsverzoek van een buurman ([appellant A]) bij de gemeente Krimpenerwaard tegen activiteiten op het naburige perceel van [appellant B], waaronder een moestuin, beplanting, beschoeiing en oppervlakteverharding. Het perceel van [appellant B] heeft de bestemming 'Agrarisch met waarden' in het bestemmingsplan 'Buitengebied'. In het verleden was op het perceel een melkrundvee- en varkenshouderij gevestigd, maar sinds 1995 is de boerderij in gebruik als burgerwoning. Het college van burgemeester en wethouders weigerde handhavend op te treden, met het standpunt dat de activiteiten niet in strijd waren met de bestemming. De rechtbank Den Haag volgde dit standpunt in 2022. In hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde [appellant A] dat een moestuin niet is opgenomen in de doeleindenomschrijving van artikel 3 van de planregels, en dat de Nota van zienswijzen bij het bestemmingsplan uitdrukkelijk aangeeft dat een moestuin niet past in de karakteristiek van het veenweidelandschap. De Afdeling volgt dit betoog. De bestemmingsomschrijving van de bestemming 'Agrarisch met waarden' laat geen ruimte voor een moestuin, en de Nota van zienswijzen ondersteunt deze strikte uitleg. Het college had de bestemmingsregels niet ruimer mogen uitleggen om handhaving te vermijden. De Afdeling verklaart het hoger beroep van [appellant A] gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten. Het incidenteel hoger beroep van [appellant B] wordt ongegrond verklaard. De uitspraak is gewezen onder het oude recht, dat van toepassing blijft vanwege het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 14 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19357Laag
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:19357, Rechtbank Den Haag, 10-07-2026, NL25.56506

Rechtbank Den Haag10 jul 2026OverheidAansprakelijkheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied