JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:1044Laag28/100

RvS: handhavingsweigering kaasmakerij en stallen op woonperceel

ECLI:NL:RVS:2026:1044, Raad van State, 25-02-2026, 202204300/1/R3

Raad van StateUitspraak: 25 februari 2026Publicatie: 25 februari 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202204300/1/R3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Handhaving
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Omgevingswet Overgangsrecht
Bestemmingsplan
Handhaving
Buitengebied
Hoorplicht

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 6 januari 2021 heeft het college geweigerd om handhavend op te treden tegen activiteiten op het perceel [locatie] in Berkenwoude. Op het perceel was in het verleden een melkrundvee- en varkenshouderij gevestigd. In 1995 is het bedrijf beëindigd en is de boerderij in gebruik genomen als burgerwoning. [partij] is sinds 2015 eigenaar en woont daar. [appellant] woont aan de Groene Zoom, ten noordoosten van het perceel van [partij]. Tussen zijn perceel en dat van [partij] ligt een watergang. [appellant] is het niet eens met de ontwikkelingen op het perceel van [partij]. In deze procedure gaat het over een verzoek om handhaving in verband met de hoeveelheid bebouwing op het perceel en het gebruik daarvan. Het college heeft geweigerd om handhavend op te treden. [appellant] is het daar niet mee eens.

Kern van de zaak

Buurman appellant vecht bij de Raad van State een geweigerde handhaving aan tegen bebouwing op het perceel van zijn buur in het buitengebied. Op dat perceel staan een kaasmakerij, varkensstal, paardenstal en mestsilo, deels op gronden met woonbestemming. Het college weigerde handhavend op te treden.

Beslissing van de rechter

De uitspraak is onvolledig weergegeven, waardoor de eindbeslissing niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Uit de beschikbare overwegingen blijkt dat de rechtbank een schending van de hoorplicht in de bezwaarfase heeft gepasseerd met artikel 6:22 Awb, waarbij de RvS dit oordeel beoordeelt.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele handhavingskwestie zonder aanwijzingen van richtinggevende rechtsontwikkeling; de uitspraaktekst is bovendien onvolledig, wat beoordeling van de werkelijke impact bemoeilijkt.

Belangrijkste punten

  • 1De Omgevingswet (inwerkingtreding 1 januari 2024) is niet van toepassing; oud recht geldt voor deze procedure.
  • 2Appellant is ten onrechte niet gehoord in de bezwaarfase, maar de rechtbank passeerde dit gebrek via artikel 6:22 Awb.
  • 3Op het perceel staan een kaasmakerij, varkensstal/pinkenstal, paardenstal en mestsilo, deels op gronden met bestemming 'Wonen'.
  • 4Vrijstaande bijgebouwen op de woonbestemming mogen niet voor zelfstandige bewoning worden gebruikt.
  • 5De uitspraak is onvolledig; de definitieve conclusie van de RvS over het hoger beroep ontbreekt in de verstrekte tekst.

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak illustreert de toepassing van het overgangsrecht bij de Omgevingswet en de grenzen van het passeren van proceduregebreken (hoorplicht) via artikel 6:22 Awb. Onzekerheid over de einduitkomst wegens onvolledige uitspraaktekst.

Praktische impact

Voor omwonenden die handhaving verzoeken bij illegale bebouwing in het buitengebied is van belang dat procedurele gebreken niet automatisch leiden tot vernietiging als de betrokkene later voldoende zijn standpunt heeft kunnen toelichten.

Onderwerp-impact

In het omgevingsrecht bevestigt deze zaak dat bestemmingsplanregels voor woonpercelen in het buitengebied strikt worden gehandhaafd, en dat agrarisch gebruik op woonbestemmingen in beginsel niet is toegestaan.

Samenvatting

Deze zaak bij de Raad van State draait om een geweigerde handhaving door het college jegens de eigenaar van een perceel in het buitengebied. Op het perceel, dat deels de bestemming 'Agrarisch met waarden' en deels de bestemming 'Wonen' heeft, bevinden zich een kaasmakerij, een varkensstal/pinkenstal, een paardenstal en een mestsilo. De buurman van de perceeleigenaar verzocht het college om handhavend op te treden wegens strijd met het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011', maar het college weigerde dit. De appellant kon zich niet vinden in deze weigering en stelde hoger beroep in. Een procedureel punt dat de RvS beoordeelt, betreft de schending van de hoorplicht in de bezwaarfase: appellant is ten onrechte niet gehoord. De rechtbank in eerste aanleg passeerde dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb, omdat appellant in de beroepsprocedure voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunt naar voren te brengen. De RvS toetst of dit passeren terecht was. Voor de beoordeling geldt het recht van vóór 1 januari 2024, nu de Omgevingswet weliswaar op die datum in werking is getreden, maar het overgangsrecht bepaalt dat het oude recht van toepassing blijft op lopende procedures. De verstrekte uitspraaktekst is onvolledig: de motivering en het dictum van de RvS ontbreken grotendeels. Daardoor kan niet met zekerheid worden vastgesteld wat de Raad van State uiteindelijk heeft beslist over het hoger beroep en de inhoudelijke beoordeling van de bestemmingsplanregels. Op basis van de beschikbare tekst kan slechts worden geconcludeerd dat de procedure ziet op handhaving van bestemmingsplanregels in het buitengebied en de procedurele vraag rondom de hoorplicht.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 14 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19357Laag
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:19357, Rechtbank Den Haag, 10-07-2026, NL25.56506

Rechtbank Den Haag10 jul 2026OverheidAansprakelijkheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied