Burgemeester moet handhaven tegen aanhoudende woonoverlast buurman
ECLI:NL:RVS:2026:1039, Raad van State, 25-02-2026, 202407136/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 10 oktober 2022 heeft de burgemeester van Zoetermeer het handhavingsverzoek van [wederpartij] c.s afgewezen. Bij besluit van 11 april 2023 heeft de burgemeester beslist op het daartegen door [wederpartij] c.s. ingediende bezwaarschrift en daarbij het besluit van 10 oktober 2022 herroepen. [wederpartij] c.s. woont met zijn twee kinderen (geboren in 2014 en 2018) in Zoetermeer. [buurman] woont daar vlakbij. Zijn woning en tuin grenzen aan de tuin van [wederpartij] c.s. De buurman krijgt begeleiding vanwege een autismespectrumstoornis. Hij heeft moeite met het verdragen van het leefgeluid uit de woning van [wederpartij] c.s., met name de geluiden van de kinderen. Sinds 2020 ervaart het gezin overlastgevend gedrag van de buurman. Vanaf mei 2020 hebben zij herhaaldelijk meldingen gedaan bij de politie. De meldingen betreffen het opzettelijk veroorzaken van geluidsoverlast door luide muziek ten gehore te brengen, het uiten van beledigingen en het richten van scheldpartijen tot leden van het gezin.
Kern van de zaak
Een gezin in Zoetermeer ervaart sinds 2020 ernstige woonoverlast van een buurman met een autismespectrumstoornis: luide muziek, beledigingen en scheldpartijen. Het gezin heeft herhaaldelijk handhaving gevraagd bij de burgemeester, die dit verzoek meerdere keren afwees met als argument dat bestuurlijke handhaving een laatste redmiddel is en de overlast onvoldoende ernstig en herhaaldelijk zou zijn.
Beslissing van de rechter
De uitspraaktekst is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing van de Raad van State niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare tekst lijkt de Raad van State te oordelen over de rechtmatigheid van de herhaalde weigering van de burgemeester om handhavend op te treden op grond van artikel 151d Gemeentewet (woonoverlast), waarbij de motivering van de burgemeester centraal staat.
Impactscore
MiddelDe zaak betreft een specifieke feitelijke situatie op het snijvlak van woonoverlasthandhaving en de positie van een zorgbehoevende buurman; de uitspraak kan richtinggevend zijn voor gemeentelijke handhavingspraktijk, maar de onvolledige tekst beperkt de beoordeling van de daadwerkelijke rechtsontwikkeling.
Belangrijkste punten
- 1Burgemeester weigerde herhaaldelijk handhaving op grond van woonoverlastbeleid, stellend dat bestuurlijke handhaving een 'laatste redmiddel' is
- 2Bezwaarcommissie constateerde al eerder dat de burgemeester onvoldoende onderzoek had verricht, waarna opnieuw afwijzing volgde
- 3Burgemeester betwijfelde de ernst en herhaaldelijkheid van de overlast, mede vanwege het seizoensgebonden karakter van de geluidsoverlast
- 4De buurman heeft een autismespectrumstoornis en ontvangt begeleiding, wat de beoordeling van verwijtbaarheid en proportionaliteit van handhaving compliceert
- 5Civielrechtelijk vonnis was al gewezen, maar burgemeester stelde de gevolgen daarvan eerst te moeten afwachten alvorens bestuursrechtelijk te handhaven
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak raakt aan de reikwijdte van de gemeentelijke handhavingsbevoegdheid ex artikel 151d Gemeentewet en de vraag wanneer de burgemeester verplicht is tot handhaving bij woonoverlast ondanks een beroep op beginselplicht tot handhaving versus beleidsruimte. De uitkomst (onvolledig beschikbaar) kan verduidelijken in hoeverre een burgemeester het 'laatste redmiddel'-argument kan hanteren als rechtvaardiging voor niet-handhaving.
Praktische impact
Voor het getroffen gezin is de uitkomst van groot belang voor de dagelijkse leefbaarheid; bij toewijzing zou de burgemeester alsnog handhavend moeten optreden. Voor gemeenten verduidelijkt de uitspraak de grenzen van bestuurlijke terughoudendheid bij woonoverlast.
Onderwerp-impact
De zaak illustreert de spanning tussen het woonrecht van slachtoffers van overlast en de beleidsruimte van gemeenten bij handhaving, met bijzondere aandacht voor situaties waarin de veroorzaker van overlast zelf kwetsbaar is.
Samenvatting
Dit geschil draait om de weigering van de burgemeester van Zoetermeer om handhavend op te treden tegen ernstige en herhaaldelijke woonoverlast die een gezin met twee jonge kinderen ervaart van een naburige bewoner. De buurman, die begeleiding ontvangt vanwege een autismespectrumstoornis, veroorzaakt sinds 2020 overlast in de vorm van luide muziek, beledigingen en scheldpartijen. Het gezin heeft tientallen meldingen gedaan bij de politie en heeft de burgemeester meerdere malen verzocht gebruik te maken van zijn bevoegdheid op grond van artikel 151d Gemeentewet om op te treden tegen woonoverlast. De burgemeester weigerde dit verzoek herhaaldelijk. Na een eerste afwijzing, waarbij de bezwaarcommissie al oordeelde dat onvoldoende onderzoek was verricht, volgde op 11 september 2023 opnieuw een afwijzing. De burgemeester betoogde dat bestuurlijke handhaving een 'laatste redmiddel' is, dat de gevolgen van een eerder civiel vonnis eerst moesten worden afgewacht, en dat de ernst en herhaaldelijkheid van de overlast onvoldoende onomstotelijk waren vastgesteld. Met name het seizoensgebonden karakter van de geluidsoverlast en twijfels over de ernst van scheldpartijen lagen aan deze conclusie ten grondslag. De Raad van State buigt zich over de rechtmatigheid van deze weigering. Centrale juridische vragen zijn of de burgemeester zijn beleidsruimte correct heeft ingevuld, of de motivering van de afwijzing voldoet aan de eisen van zorgvuldigheid en deugdelijke motivering, en in hoeverre de kwetsbaarheid van de overlastgever een rol mag spelen bij de handhavingsbeslissing. De uitspraaktekst is echter onvolledig aangeleverd, waardoor de definitieve beslissing van de Raad van State en de dragende overwegingen niet volledig kunnen worden weergegeven. Op basis van de beschikbare informatie lijkt de zaak te draaien om de vraag of de burgemeester zijn herhaalde weigering voldoende heeft onderbouwd.