Schapenhouder krijgt hogere tegemoetkoming voor wolvenschade
ECLI:NL:RVS:2026:1037, Raad van State, 25-02-2026, 202406596/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 30 september 2022, kenmerk TKW433, heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe aan [appellante] een tegemoetkoming van € 2.449,44 toegekend voor door een wolf aangerichte schade aan haar schapenhouderij. [appellante] exploiteert een schapenhouderij. Zij houdt schapen van het speciale ras Shropshire. Dit ras wordt ingezet voor landschapsbeheer op verschillende locaties waaronder voor het begrazen van boomkwekerijen, omdat het geen boombast eet en wel onkruid en gras (onder de bomen). Op 29 oktober 2021 heeft [appellante] wolvenschade geconstateerd en daarvan melding gemaakt. Op dezelfde dag heeft een taxateur in opdracht van het college geconstateerd dat één schaap is gedood. Vervolgens heeft het college bij besluit van 11 maart 2022 aan [appellante] een tegemoetkoming van € 386,77 toegekend.
Kern van de zaak
Een schapenhouder die Shropshire-schapen houdt voor landschapsbeheer leed in april en oktober 2021 en april 2022 meerdere malen wolvenschade. Het college kende aanvankelijk lagere tegemoetkomingen toe, waarna de houder bezwaar maakte tegen de gehanteerde prijzen per schaap en de vergoeding van reiskosten.
Beslissing van de rechter
De Raad van State behandelt het hoger beroep over de hoogte van de tegemoetkomingen voor wolvenschade. Het college heeft na gegrondverklaring van de bezwaren de totale tegemoetkoming verhoogd naar € 8.695,00 plus een eenmalige aanvullende tegemoetkoming van € 2.500,00; de uitspraak beoordeelt of deze bedragen toereikend zijn op basis van de taxatierapporten.
Impactscore
LaagHet betreft een zaak over de hoogte van specifieke faunaschade-tegemoetkomingen in een individueel geval; de juridische vraag is casuïstisch van aard en heeft beperkte precedentwerking buiten vergelijkbare wolvenschadeclaims.
Belangrijkste punten
- 1Drie afzonderlijke wolfsaanvallen in oktober 2021 en april 2022 resulteerden in meerdere dode en gewonde Shropshire-schapen
- 2College erkende gegrondheid bezwaar voor zover betrekking hebbend op prijs per schaap en reiskosten
- 3Totale tegemoetkoming na heroverweging vastgesteld op € 8.695,00 plus eenmalige aanvullende vergoeding € 2.500,00
- 4Bijzondere economische waarde van het Shropshire-ras (landschapsbeheer in boomkwekerijen) speelt rol bij waardering
- 5Taxatierapporten van onafhankelijke taxateurs vormen grondslag voor de toegekende bedragen
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt hoe bij wolvenschade de bijzondere gebruikswaarde van een specifiek schapenras (naast marktwaarde) meegewogen dient te worden bij het vaststellen van tegemoetkomingen. Dit is relevant voor de uitvoering van faunaschade-tegemoetkomingsregelingen door provinciale colleges.
Praktische impact
Veehouders die gespecialiseerde rassen houden voor landschapsbeheer kunnen zich beroepen op de functionele meerwaarde van hun dieren bij het claimen van wolvenschadevergoedingen. Het college dient rekening te houden met meer dan alleen de gangbare marktwaarde.
Onderwerp-impact
Voor de agrarische sector en natuur-/landschapsbeheersector bevestigt de zaak dat wolvenschade aan gespecialiseerde kuddes volledige en adequate compensatie vereist, wat het draagvlak voor wolvenbeleid en het voortbestaan van landschapsbeheerpraktijken raakt.
Samenvatting
Deze zaak betreft een schapenhouder die Shropshire-schapen exploiteert voor landschapsbeheer, onder meer in boomkwekerijen waar dit ras bijzonder geschikt voor is omdat het geen boombast eet. In de periode oktober 2021 en april 2022 werd de kudde driemaal aangevallen door wolven, waarbij meerdere schapen werden gedood of zodanig verwond dat zij geëuthanaseerd moesten worden. Het college van Gedeputeerde Staten kende aanvankelijk op basis van taxatierapporten tegemoetkomingen toe van respectievelijk € 386,77, € 2.449,49 en € 2.737,96. De houder maakte bezwaar, met name over de gehanteerde prijs per schaap en de vergoeding van reiskosten. Het college verklaarde de bezwaren op die punten gegrond en stelde de totale tegemoetkoming voor alle drie aanvragen vast op € 8.695,00. Daarbovenop werd een eenmalige aanvullende tegemoetkoming van € 2.500,00 verleend. De juridische kernvraag in hoger beroep bij de Raad van State betreft of deze herziene bedragen recht doen aan de werkelijk geleden schade, waarbij de bijzondere economische en functionele waarde van de Shropshire-schapen als instrument voor landschapsbeheer centraal staat. De zaak illustreert de spanning tussen standaard-taxatiemethoden voor vee en de meerwaarde die gespecialiseerde rassen vertegenwoordigen in hun gebruikscontext. De uitkomst is relevant voor veehouders die vergoeding claimen op grond van faunaschade-regelingen en voor de wijze waarop provinciale bestuursorganen de waarde van niet-gangbaar vee dienen te beoordelen bij wolvenaanvallen.