Woo-verzoek over padelinformatie Omgevingsdienst grotendeels afgewezen
ECLI:NL:RVS:2026:1036, Raad van State, 25-02-2026, 202403779/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 16 juni 2023 heeft het dagelijks bestuur van Omgevingsdienst IJmond beslist op het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid en documenten openbaar gemaakt. [appellant] heeft de Omgevingsdienst verzocht om openbaarmaking van documenten op grond van de Woo. Het verzoek ziet op alle informatie over het spelen van padel, waaronder de correspondentie daarover, de aanpak van padel, metingen, akoestische rapporten en reacties daarop. Ook wil [appellant] alle reacties en mails van de - ook externe - adviseurs die de Omgevingsdienst heeft ingeschakeld. Naar aanleiding van dit verzoek heeft de Omgevingsdienst diverse documenten openbaar gemaakt. Nadat [appellant] bij de rechtbank een beroep niet tijdig beslissen heeft ingesteld, heeft de Omgevingsdienst op 16 juni 2023 alsnog op het verzoek beslist en documenten openbaar gemaakt.
Kern van de zaak
Een appellant verzocht de Omgevingsdienst om openbaarmaking van alle documenten over padel (correspondentie, akoestische rapporten, adviseursmails) op grond van de Woo. Na een beroep niet-tijdig beslissen maakte de Omgevingsdienst documenten openbaar, maar appellant betwistte de volledigheid van de zoekslag en de wijze van anonimisering.
Beslissing van de rechter
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de Omgevingsdienst geloofwaardig heeft aangetoond dat er geen aanvullende documenten (zoals WhatsApp-berichten of padeloverlegstukken) bestaan. Tevens wordt een kennelijke verschrijving in het proceskostenvergoedingsbedrag gecorrigeerd van € 418,50 naar € 437,50, waardoor de Omgevingsdienst € 19,00 dient na te betalen.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een feitelijke toetsing van een individuele zoekslag bij één omgevingsdienst en bevat geen nieuwe rechtsnormen; de correctie van de verschrijving is administratief van aard en heeft geen bredere precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1De Omgevingsdienst heeft geloofwaardig onderbouwd hoe hij heeft gezocht in archieven, systemen en bij betrokken medewerkers.
- 2De stelling dat er geen WhatsApp-berichten of padeloverlegdocumenten aanwezig zijn, werd niet ongeloofwaardig geacht.
- 3Appellant kon niet concreet maken op welk punt de anonimisering onjuist was of waarom openbaarheid van persoonsgegevens zwaarder moet wegen dan privacy.
- 4De bevoegdheid van de directeur om het Woo-besluit te nemen werd niet in twijfel getrokken.
- 5Een kennelijke verschrijving in het proceskostenbedrag (€ 418,50 i.p.v. € 437,50) wordt door de Afdeling gecorrigeerd, met nabetaling van € 19,00.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een bestuursorgaan bij een Woo-verzoek volstaat met een geloofwaardige en onderbouwde beschrijving van de zoekslag; de bewijslast voor het bestaan van niet-openbaar gemaakte documenten ligt bij de verzoeker. Daarnaast wordt verduidelijkt dat kennelijke verschrijvingen in een dictum door de Afdeling zelf kunnen worden verstaan zonder formele rectificatieprocedure.
Praktische impact
Voor appellant levert de uitspraak geen aanvullende openbaarmaking op; hij krijgt enkel een nabetaling van € 19,00 aan proceskosten. Omgevingsdiensten worden bevestigd in de aanpak waarbij een gedegen beschrijving van de zoekslag volstaat om het vermoeden van volledigheid te wekten.
Onderwerp-impact
Voor handhavingspraktijk rondom omgevingsgeluid (padel) en Woo-verzoeken bij omgevingsdiensten onderstreept deze uitspraak dat verzoeken om interne overlegstukken en WhatsApp-communicatie goed moeten worden onderbouwd om kans van slagen te hebben.
Samenvatting
In deze zaak verzocht appellant de Omgevingsdienst op grond van de Wet open overheid (Woo) om openbaarmaking van alle documenten die betrekking hebben op het spelen van padel, waaronder correspondentie, akoestische rapporten en communicatie met externe adviseurs. Nadat appellant een beroep niet-tijdig beslissen had ingesteld bij de rechtbank, nam de Omgevingsdienst alsnog een besluit en maakte een deel van de documenten openbaar. Appellant bestreed echter de volledigheid van de zoekslag, met name ten aanzien van WhatsApp-berichten en documenten van het zogenoemde 'padelteam', en stelde dat de anonimisering van openbaar gemaakte stukken niet correct had plaatsgevonden. De rechtbank oordeelde dat de Omgevingsdienst geloofwaardig had onderbouwd hoe hij had gezocht, en dat de mededeling dat er geen WhatsApp-berichten of padeloverlegdocumenten aanwezig waren niet ongeloofwaardig was. Ook zag de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de bevoegdheid van de directeur om het Woo-besluit te nemen, en kon appellant niet concreet maken waarom de anonimisering onjuist was. In hoger beroep bij de Raad van State wees appellant op e-mailberichten die niet openbaar zouden zijn gemaakt, maar de Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank. De verklaringen van de Omgevingsdienst over de zoekslag werden geloofwaardig geacht, en appellant slaagde er niet in het tegendeel aannemelijk te maken. Het hoger beroep faalt op alle inhoudelijke punten. De Afdeling stelt voorts vast dat in het dictum van de rechtbank een kennelijke verschrijving staat: het bedrag van € 418,50 aan proceskosten had € 437,50 moeten zijn. De Afdeling verstaat het dictum dienovereenkomstig, zodat de Omgevingsdienst gehouden is € 19,00 na te betalen. Dit betreft een administratieve correctie zonder inhoudelijke gevolgen voor de zaak.