Hoger beroep AVG-inzageverzoek niet-ontvankelijk wegens kennelijke verschrijving
ECLI:NL:RVS:2025:6429, Raad van State, 31-12-2025, 202407260/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 30 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lisse de door [appellant] ingestelde ingebrekestelling vanwege het niet tijdig beslissen op zijn inzageverzoek, afgewezen. [appellant] heeft op 25 december 2023 bij het college een verzoek om inzage gedaan op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming in een factuur van La Gro Geelkerken Advocaten van 28 november 2022. Op 26 januari 2025 heeft [appellant] een ‘Formulier dwangsom bij niet tijdig beslissen’ ingediend bij het college. Het college heeft hierop per brief van 30 januari 2024 gereageerd en [appellant] medegedeeld dat tijdig, namelijk op 5 januari 2024, een besluit is genomen op zijn verzoek en dat per post een kopie van de factuur is toegestuurd. Het college is daarom geen dwangsom verschuldigd aan [appellant]. [appellant] heeft rechtstreeks beroep ingesteld omdat het college volgens hem niet tijdig heeft beslist op zijn verzoek.
Kern van de zaak
Appellant verzocht de gemeente Lisse op grond van de AVG om inzage in een advocatenfactuur. Toen hij meende dat niet tijdig was beslist, stelde hij rechtstreeks beroep in. De gemeente had echter op 5 januari 2024 een besluit genomen, zij het met een foutieve vermelding van een andere gemeente in de ondertekening.
Beslissing van de rechter
De Raad van State behandelt het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring door de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat het besluit van 5 januari 2024 geldig was ondanks de verschrijving (gemeente Teylingen i.p.v. Lisse), en dat het niet instellen van bezwaar voor rekening van appellant komt.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen bestaande Awb-rechtspraak over kennelijke verschrijvingen en niet-ontvankelijkheid; er worden geen nieuwe rechtsnormen gevestigd en de casus is sterk feitelijk van aard.
Belangrijkste punten
- 1AVG-inzageverzoek van 25 december 2023 werd op 5 januari 2024 beantwoord met toezending van de gevraagde factuur
- 2Onjuiste vermelding van 'gemeente Teylingen' in de ondertekening werd door de rechtbank als kennelijke verschrijving aangemerkt
- 3Gemeenten Lisse en Teylingen behoren tot dezelfde werkorganisatie HLTsamen, wat de verschrijving contextualiseert
- 4Appellant had bezwaar moeten maken in plaats van rechtstreeks beroep in te stellen vanwege beweerde niet-tijdige beslissing
- 5Het niet instellen van bezwaar omdat appellant het besluit als non-existent beschouwde, komt voor zijn eigen rekening
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een kennelijke verschrijving in de ondertekening van een besluit niet maakt dat er geen rechtsgeldig besluit in de zin van de Awb is genomen, mits de verschrijving voor de geadresseerde kenbaar was. Dit legt de lat hoog voor appellanten die een besluit op formele gronden willen aanvechten.
Praktische impact
Burgers die menen dat een besluit niet geldig is vanwege een formele fout zoals een verkeerde gemeentenaam, dienen toch bezwaar te maken; verzuimen zij dit, dan worden zij niet-ontvankelijk verklaard en verliezen zij hun rechtsbeschermingsmogelijkheden.
Onderwerp-impact
Voor AVG-inzageverzoeken betekent dit dat kleine administratieve fouten in de besluitvorming niet automatisch leiden tot een niet-tijdig-beslissen-situatie, wat de drempel voor het innen van dwangsommen verhoogt.
Samenvatting
In deze zaak verzocht appellant de gemeente Lisse op 25 december 2023 op grond van de AVG om inzage in een factuur van het advocatenkantoor La Gro Geelkerken Advocaten. Toen hij geen tijdige beslissing meende te ontvangen, diende hij een formulier dwangsom bij niet tijdig beslissen in. De gemeente reageerde dat op 5 januari 2024 reeds een besluit was genomen en een kopie van de factuur per post was toegestuurd. Appellant stelde vervolgens rechtstreeks beroep in bij de rechtbank, stellende dat er geen geldig besluit was genomen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Zij oordeelde dat het besluit van 5 januari 2024 rechtsgeldig was, ook al vermeldde de ondertekening abusievelijk 'gemeente Teylingen' in plaats van 'gemeente Lisse'. De rechtbank kwalificeerde dit als een kennelijke verschrijving die appellant had kunnen en moeten herkennen, gelet op het kenmerk in het besluit dat terugverwees naar zijn eigen inzageverzoek, het briefhoofd van gemeente Lisse en de rechtsmiddelenclausule. Bovendien behoren beide gemeenten tot de gezamenlijke werkorganisatie HLTsamen, wat de vergissing verder verklaart. De rechtbank overwoog dat de verschrijving in een bezwaarprocedure hersteld had kunnen worden en dat het feit dat appellant geen bezwaar heeft ingesteld — omdat hij het document niet als besluit erkende — voor zijn eigen rekening komt. In hoger beroep ligt de vraag voor of de rechtbank dit oordeel terecht heeft geveld. De zaak illustreert het belang van de verplichting om bezwaar te maken ook wanneer men twijfelt aan de geldigheid van een besluit, en bevestigt dat zuiver formele gebreken als een verschrijving in de ondertekening niet volstaan om een besluit zijn rechtskracht te ontnemen.