ECLI:NL:RVS:2025:6388, Raad van State, 24-12-2025, 202303532/3/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij tussenuitspraak van 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:894, heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank bevestigd en bepaald dat het onderzoek in deze zaak wordt heropend voor zover het de beroepen tegen de besluiten van 21 juni 2023 en 26 juli 2023 betreft. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het bezwaar van Omroep Flevoland tegen het besluit van het college van 23 februari 2022 mede geacht wordt te zijn gericht tegen de besluiten van de raad van 13 september 2021 en 8 november 2021 op het verzoek om opheffing van geheimhouding. Verder heeft de Afdeling overwogen dat de besluiten van de raad van 13 september 2021 en 8 november 2021 geen motivering bevatten. De Afdeling heeft daarom geoordeeld dat de rechtbank deze besluiten terecht heeft vernietigd en terecht de raad heeft opgedragen nieuwe besluiten te nemen. Ten slotte heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank voor wat betreft de beoordeling van het verslag van de besloten raadvergadering niet uitdrukkelijk heeft aangegeven dat de raad daarbij ook een mogelijk belang als bedoeld in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid mag betrekken. Uit rechtsoverweging 9.5 van de tussenuitspraak volgt dat de raad dat wel mag doen.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.