JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2025:6308Middel52/100

Asielaanvraag vernietigd: onvoldoende zorgvuldigheid bij onhoorbare vreemdeling

ECLI:NL:RVS:2025:6308, Raad van State, 29-12-2025, 202400024/1/V3

Raad van StateUitspraak: 29 december 2025Publicatie: 24 december 2025
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202400024/1/V3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Zorg
Asielrecht
Niet Hoorbare Vreemdeling
Zorgvuldigheidsbeginsel
Psychiatrische Beperking
Alternatieve Informatievergaring

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 2 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 6 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. I.J.M. Oomen, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Appellant heeft nadere stukken ingediend.

Kern van de zaak

Een Nigeriaanse asielzoeker met ernstige psychische stoornissen (schizofrenie, PTSS, geheugenproblemen) kon niet worden gehoord over zijn asielmotieven. De minister wees zijn asielaanvraag af wegens ongeloofwaardigheid, mede op basis van tegenstrijdigheden met een eerder Italiaans asieldossier. Appellant stelde dat de minister onvoldoende alternatieve onderzoeksinspanningen had verricht.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is gegrond verklaard en het asielbesluit van 2 december 2022 is vernietigd. De doorslaggevende reden is dat de minister niet alle redelijke alternatieve inspanningen heeft verricht om de asielmotieven te achterhalen voordat een besluit werd genomen, zoals vereist bij een blijvend niet-hoorbare vreemdeling.

52van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak bevestigt bestaande jurisprudentie en werkinstructies zonder nieuwe rechtsnormen te stellen, maar heeft relevante praktische betekenis voor de behandeling van een kwetsbare categorie asielzoekers door de IND.

Belangrijkste punten

  • 1Bij blijvend niet-hoorbare vreemdelingen moet de minister aantoonbaar alle redelijke alternatieve informatievergaring verrichten of uitputten alvorens te beslissen (Werkinstructie 2021/12, punt 4.6).
  • 2Het enkel aanbieden van schriftelijke relaasopstelling via de gemachtigde en opvragen van Italiaanse procesinformatie volstaat niet als uitputtend alternatief onderzoek.
  • 3De minister mocht de tegenstrijdigheid met het Italiaanse asieldossier niet zonder meer tegenwerpen aan appellant gezien zijn ernstige psychiatrische beperkingen.
  • 4De Afdeling verwijst naar haar eerdere uitspraak van 26 augustus 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2057) als toetsingskader voor alternatieve informatievergaring.
  • 5Het besluit en de rechtbankuitspraak zijn beide vernietigd; de minister dient proceskosten van € 4.081,50 te vergoeden.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt en verduidelijkt de zorgvuldigheidsplicht uit Werkinstructie 2021/12 bij psychiatrisch kwetsbare asielzoekers die niet gehoord kunnen worden, en maakt duidelijk dat onvolledige alternatieve informatievergaring een besluit onrechtmatig maakt. Dit sluit aan bij de reeds bestaande lijn uit RvS 2020:2057.

Praktische impact

De minister moet een nieuw besluit nemen waarbij eerst uitputtend alternatief onderzoek wordt verricht naar de asielmotieven van appellant; informatie uit een buitenlandse procedure kan niet klakkeloos worden tegengeworpen aan iemand met ernstige psychiatrische beperkingen.

Onderwerp-impact

Voor de uitvoeringspraktijk van de IND betekent dit dat bij psychiatrisch kwetsbare asielzoekers een breder scala aan alternatieve onderzoeksmaatregelen moet worden gedocumenteerd en uitgevoerd voordat een geloofwaardigheidsoordeel kan worden gegeven.

Samenvatting

Een Nigeriaanse asielzoeker met ernstige psychiatrische aandoeningen — waaronder een schizofreniforme stoornis, PTSS en geheugenproblemen — kon door zijn ziektebeeld niet worden gehoord over zijn asielmotieven. De minister van Asiel en Migratie zocht naar alternatieve vormen van informatievergaring: zij bood appellant de mogelijkheid zijn relaas schriftelijk op te stellen via zijn advocaat, vroeg informatie op bij de Italiaanse autoriteiten over de aldaar gevoerde asielprocedure en raadpleegde een landeninformatiespecialist. Op basis van dit onderzoek concludeerde de minister dat het asielrelaas niet geloofwaardig was, mede omdat de verklaringen in Nederland niet overeenkwamen met de informatie uit de Italiaanse procedure. De rechtbank Den Haag (zittingsplaats Haarlem) oordeelde aanvankelijk dat het besluit voldoende zorgvuldig was voorbereid. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt anders. Centrale rechtsvraag is of de minister bij een blijvend niet-hoorbare vreemdeling kon volstaan met de verrichte alternatieve onderzoeksmaatregelen. De Afdeling toetst aan Werkinstructie 2021/12 (punt 4.6) en haar eigen uitspraak van 26 augustus 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2057), die vereisen dat de minister aantoonbaar alle redelijke inspanningen heeft verricht dan wel uitgeput om de asielmotieven op alternatieve wijze te achterhalen. Pas daarna kan een besluit worden genomen. De Afdeling stelt vast dat het aanbieden van schriftelijke relaasopstelling en het opvragen van Italiaanse procesinformatie onvoldoende zijn als alternatief onderzoek. Bovendien mocht de minister de tegenstrijdigheden met het Italiaanse dossier niet zonder meer tegenwerpen aan iemand met deze ernstige psychiatrische beperkingen. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het ministersbesluit van 2 december 2022 worden beide vernietigd. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 4.081,50.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 13 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
52van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:HR:2026:1245Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1245, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00155

Hoge Raad10 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026OverheidArbeidsrelaties
28/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19357Laag
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:19357, Rechtbank Den Haag, 10-07-2026, NL25.56506

Rechtbank Den Haag10 jul 2026OverheidAansprakelijkheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19268Laag
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:19268, Rechtbank Den Haag, 09-07-2026, NL24.21094 en NL24.21095

Rechtbank Den Haag9 jul 2026OverheidZorg
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen