Omgevingsvergunning BVA mestvergisting deels vernietigd, voorschriften aangepast
ECLI:NL:RBOVE:2026:5164, Rechtbank Overijssel, 24-08-2026, ak_22_1507
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Wabo. Omgevingsvergunning voor het wijzigen en uitbreiden van de capaciteit van een co-/mestvergistingsinstallatie. Eisers vrezen dat de omgevingsvergunning leidt tot onaanvaardbare geur- en geluidhinder bij hun woning. Inschakeling STAB. Mede op basis van het advies van de STAB oordeelt de rechtbank dat de bestreden omgevingsvergunning in stand kan blijven, maar niet ongewijzigd. Enkele vergunningvoorschriften moeten worden aangepast en aangevuld. Het beroep is gegrond en de rechtbank voorziet zelf in de zaak. Ook wordt aan eisers een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM.
Kern van de zaak
Omwonenden aan de [adres 3] op circa 200 meter van een co-/mestvergistingsinstallatie van BVA hebben beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning die Gedeputeerde Staten aan BVA hebben verleend voor uitbreiding van de inputcapaciteit en mestverwerking. Zij konden zich niet verenigen met (een aantal van) de aan de vergunning verbonden voorschriften.
Beslissing van de rechter
Het beroep is gegrond verklaard: de rechtbank heeft het bestreden besluit vernietigd voor zover het de voorschriften 5.1.2, 5.2.2 en 5.3.2 betreft, en deze voorschriften vervangen respectievelijk aangevuld met nieuwe en strengere voorschriften. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde gedeelte van het besluit, zodat de vergunning met gewijzigde en aanvullende voorschriften in stand blijft.
Impactscore
MiddelDe uitspraak betreft een specifieke omgevingsvergunningsprocedure op lokaal niveau en heeft geen prejudiciële of richtinggevende werking, maar is relevant voor vergelijkbare uitbreidingen van agrarische vergistingsinstallaties en de toepassing van zelf voorzien door de bestuursrechter.
Belangrijkste punten
- 1BVA exploiteert sinds 2007 een co-/mestvergistingsinstallatie waarvoor meerdere onherroepelijke omgevingsvergunningen zijn verleend.
- 2De aangevochten uitbreidingsvergunning (2019) ziet op verhoging van de inputcapaciteit van 49.500 naar 70.000 ton per jaar en separate mestverwerking van 70.000 ton per jaar.
- 3De rechtbank oordeelde in een eerdere uitspraak (2021) al dat voor de separate mestverwerking een planologische vergunning (strijdig gebruik bestemmingsplan) vereist was die ontbrak.
- 4De rechtbank vernietigt specifiek de voorschriften 5.1.2, 5.2.2 en 5.3.2 en formuleert zelf vervangende en aanvullende voorschriften (5.2.3, 5.3.3 t/m 5.3.6).
- 5De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluitonderdeel, waarmee de rechter zelf in de zaak voorziet.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak illustreert de bevoegdheid van de bestuursrechter om zelf in de zaak te voorzien door vergunningvoorschriften te vervangen en aan te vullen, hetgeen relevant is voor de toepassing van artikel 8:72 lid 3 Awb in omgevingsrechtelijke zaken. Eerdere rechtspraak over de noodzaak van een planologische toestemming bij separate mestverwerking wordt hierin bevestigd.
Praktische impact
Voor BVA betekent de uitspraak dat zij de uitbreidingsactiviteiten slechts mag uitvoeren onder de door de rechtbank vastgestelde strengere en aangevulde voorschriften, wat operationele aanpassingen kan vereisen. Omwonenden krijgen meer bescherming doordat de milieunormen in de voorschriften zijn aangescherpt.
Onderwerp-impact
In de agrarische en energiesector benadrukt deze uitspraak dat uitbreiding van mestvergistings- en mestbewerkingsinstallaties zowel planologisch als milieurechtelijk volledig gedekt moet zijn, en dat vergunningvoorschriften voldoende beschermend moeten zijn voor de omgeving.
Samenvatting
Deze zaak betreft een beroepsprocedure van omwonenden tegen een door Gedeputeerde Staten van Overijssel verleende omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de co-/mestvergistingsinstallatie van BVA op het bedrijfsperceel aan de [adres 1] / [adres 2]. BVA exploiteert de installatie al sinds 2007 en beschikt over eerdere onherroepelijke vergunningen. De uitbreidingsvergunning van 17 oktober 2019 zag op een verhoging van de inputcapaciteit van 49.500 naar 70.000 ton biomassa per jaar, alsmede op het separaat verwerken van 70.000 ton mest per jaar buiten de vergistingsinstallatie. Eisers wonen op circa 200 meter van de inrichting en vreesden onder meer voor hinder en onvoldoende milieubescherming. In een eerdere uitspraak uit 2021 had de rechtbank al vastgesteld dat voor de separate mestverwerking een planologische vergunning (wegens strijd met het bestemmingsplan) vereist was die in het besluit van 2019 ontbrak. In de onderhavige procedure richtte het geschil zich op de toereikendheid van de aan de vergunning verbonden voorschriften. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit gedeeltelijk vernietigd, namelijk voor zover het de voorschriften 5.1.2, 5.2.2 en 5.3.2 betreft. De rechtbank heeft gebruikgemaakt van haar bevoegdheid om zelf in de zaak te voorzien: de vernietigde voorschriften worden vervangen door gewijzigde versies, en de vergunning wordt aangevuld met de nieuwe voorschriften 5.2.3, 5.3.3, 5.3.4, 5.3.5 en 5.3.6. De uitspraak treedt in zoverre in de plaats van het vernietigde besluitonderdeel, zodat BVA haar activiteiten slechts mag uitvoeren onder de door de rechter vastgestelde, strengere en aangevulde milieucondities. Voor omwonenden biedt de uitspraak meer bescherming; voor BVA brengt zij de verplichting mee haar bedrijfsvoering aan de nieuwe voorschriften aan te passen.