JurispRadar
ECLI:NL:RBNNE:2026:1212Laag5/100

ECLI:NL:RBNNE:2026:1212, Rechtbank Noord-Nederland, 14-04-2026, 11737730 \ CV EXPL 25-3391

Rechtbank Noord-NederlandUitspraak: 14 april 2026Publicatie: 15 april 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:11737730 \ CV EXPL 25-3391

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

In geschil is of sprake is van een ernstig gebrek in de als slaapkamer ingerichte en gebruikte kelderruimte vanwege vochtproblemen. De kantonrechter oordeelt, anders dan de Huurcommissie, dat geen sprake is van een gebrek. De kantonrechter heeft de vraag beoordeeld aan de hand van wat gedaagde mocht verwachten van een kelder. Daarbij geldt een objectieve maatstaf: het gaat er niet om wat deze huurder mag verwachten, maar wat een - doorsnee - huurder mag verwachten. De kelderruimte heeft geen ramen of andere ventilatiemogelijkheden, de stahoogte is minder is dan 2.10 meter. Het gaat om een oude woning dicht bij een waterweg en de kelder ligt onder het maaiveld. Een doorsnee huurder mag van een dergelijke ruimte niet verwachten dat deze geheel waterdicht is en als slaapruimte is te gebruiken. Dat de wanden en de vloer zijn bekleed en er een radiator aanwezig is, maakt dat niet anders. Daarbij betrekt de kantonrechter dat het een feit van algemene bekendheid is dat bij hevige (en/of langdurige) regenval in Nederland (onder het maaiveld) gelegen kelders kunnen onderlopen. Dat gedaagde uit de advertentie en de inrichting van de kelderruimte heeft begrepen dat zij mocht verwachten dat de kelderruimte als slaapkamer diende, is dus niet bepalend.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak