JurispRadar
ECLI:NL:RBNHO:2026:4408Laag10/100

ECLI:NL:RBNHO:2026:4408, Rechtbank Noord-Holland, 23-04-2026, K/4101/12112719

Rechtbank Noord-HollandUitspraak: 23 april 2026Publicatie: 23 april 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:K/4101/12112719

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

In dit kort geding vordert een verhuurder dat een huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van een woning. De verhuurder beroept zich op een beëindigingsovereenkomst op grond waarvan de huur per 31 maart 2026 is geëindigd. De huurder vindt dat zij huurbescherming geniet omdat de beëindigingsovereenkomst is gesloten voor of gelijktijdig met de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een beëindiging met wederzijds goedvinden nadat de huur voor onbepaalde tijd is ingegaan en het einde van de huurovereenkomst daarom rechtsgeldig is overeengekomen. De vordering tot ontruiming wordt daarom toegewezen.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak