ECLI:NL:RBNHO:2026:4408Laag10/100
ECLI:NL:RBNHO:2026:4408, Rechtbank Noord-Holland, 23-04-2026, K/4101/12112719
Rechtbank Noord-HollandUitspraak: 23 april 2026Publicatie: 23 april 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:K/4101/12112719
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)In dit kort geding vordert een verhuurder dat een huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van een woning. De verhuurder beroept zich op een beëindigingsovereenkomst op grond waarvan de huur per 31 maart 2026 is geëindigd. De huurder vindt dat zij huurbescherming geniet omdat de beëindigingsovereenkomst is gesloten voor of gelijktijdig met de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een beëindiging met wederzijds goedvinden nadat de huur voor onbepaalde tijd is ingegaan en het einde van de huurovereenkomst daarom rechtsgeldig is overeengekomen. De vordering tot ontruiming wordt daarom toegewezen.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.
Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraakRecente uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2026:4823Laag
ECLI:NL:GHARL:2026:4823, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-07-2026, 200.369.668
Instantie23 jul 2026
10/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4294
ECLI:NL:RVS:2026:4294, Raad van State, 22-07-2026, 202406064/5/A2, 202501491/1/A2, 202501494/1/A2, 202503357/1/A2 en 202504330/1/A2.
Raad van State22 jul 2026
~59geschat
Bekijk ECLI:NL:RVS:2026:4293
ECLI:NL:RVS:2026:4293, Raad van State, 22-07-2026, 202601161/1/A2
Raad van State22 jul 2026
~55geschat
Bekijk ECLI:NL:RVS:2026:4284
ECLI:NL:RVS:2026:4284, Raad van State, 22-07-2026, 202506214/1/R4
Raad van State22 jul 2026
~55geschat
Bekijk