ECLI:NL:RBMNE:2026:3540, Rechtbank Midden-Nederland, 23-06-2026, UTR 25/2867 en UTR 25/2873
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Omgevingswet. Omgevingsvergunning wateractiviteit. Eén eiser heeft gelet op de grote afstand tussen zijn woning en de watergangen waarin de met de omgevingsvergunning vergunde wateractiviteiten plaatvinden geen gevolgen van enige betekenis hiervan. En dus is hij geen belanghebbende bij de omgevingsvergunning wateractiviteit. Zijn beroep is niet-ontvankelijk. De overige eisers zijn wel ontvankelijk maar krijgen geen gelijk. Er is geen rechtsregel op grond waarvan het waterschap de aanvraag die vergunninghouder heeft ingediend had moeten aanhouden tot ruimtelijke besluiten in het plangebied onherroepelijk zijn of tot de planvorming van de totale gebiedsontwikkeling en de daarbij behorende opgaven voor de waterhuishouding in de gehele polder meer vorm heeft gekregen. Van een onvoldoende belangenafweging is geen sprake. De voorschriften uit de omgevingsvergunning zijn voldoende duidelijk en handhaafbaar om opbarsting in watergangen te voorkomen of door vergunninghouder te laten herstellen. Er is geen sprake van détournement de pouvoir. De beroepen van deze eisers zijn dus ongegrond.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.