Beroep landbouwer op overmacht GLB-aanvraag ongegrond
ECLI:NL:CBB:2026:352, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, AWB 24/964
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Inhoudsindicatie: GLB 2023. Aanvraag te laat. Maatschap veronderstelde dat zij een definitieve aanvraag had ingediend. Geen sprake van overmacht. Het als niet tijdig aanmerken van de aanvraag leidt ook niet tot een onbillijkheid van overwegende aard en er is ook geen sprake van strijd met het evenredigheidsbeginsel. De minister heeft de maatschap meerdere keren gewezen op de uiterste aanvraagdatum en herinneringen gestuurd dat de aanvraag nog niet was ontvangen. De door de minister toegezegde coulance is niet op deze situatie van toepassing.
Kern van de zaak
Een maatschap diende haar aanvraag voor landbouwsteun (GLB 2023) niet tijdig in, omdat zij dacht de aanvraag al te hebben ingediend maar geen ontvangstbevestiging had ontvangen. Zij deed een beroep op overmacht, het evenredigheidsbeginsel en de hardheidsclausule. RVO weigerde de aanvraag alsnog in behandeling te nemen.
Beslissing van de rechter
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart het beroep ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de gestelde omstandigheden — onduidelijkheid en stress door wijzigingen in de Gecombineerde opgave — niet kwalificeren als overmacht, en dat het beroep op de hardheidsclausule en het evenredigheidsbeginsel evenmin slaagt.
Impactscore
LaagHet betreft een zaak-specifieke toepassing van vaste rechtspraak over termijnen en overmacht in het GLB-subsidierecht, zonder nieuwe rechtsnormen. De maatschappelijke relevantie is beperkt tot vergelijkbare individuele gevallen in de agrarische sector.
Belangrijkste punten
- 1De maatschap meende haar GLB-aanvraag 2023 te hebben ingediend, maar ontving geen ontvangstbevestiging en diende pas twaalf dagen na het verlopen van de termijn een melding overmacht in.
- 2RVO had wijzigingen aangebracht in de Gecombineerde opgave naar aanleiding van een aanmelding, wat de maatschap aanvoerde als oorzaak van de verwarring.
- 3Het CBb bevestigt dat uiterste indieningstermijnen voor GLB-steun meerdere legitieme doelen dienen en als uitgangspunt gelden.
- 4Een beroep op de hardheidsclausule in de Uitvoeringsregeling GLB 2023 en op het evenredigheidsbeginsel werd door het College verworpen.
- 5Ondanks aangekondigde coulance door de minister voor het 'leerjaar' 2023 (kamerbrief 14 november 2022) leidt dit in dit geval niet tot een andere uitkomst.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn van het CBb dat termijnoverschrijdingen bij GLB-aanvragen in beginsel voor risico van de aanvrager komen en dat stress of verwarring door systeemwijzigingen geen overmacht opleveren. De hardheidsclausule biedt slechts in uitzonderlijke gevallen soelaas.
Praktische impact
Landbouwers die door onduidelijkheden in het aanvraagproces hun GLB-aanvraag te laat hebben ingediend, kunnen niet rekenen op een geslaagd overmachtberoep louter op grond van verwarring of stress; zij missen daardoor mogelijk aanspraak op landbouwsubsidie over het betreffende jaar.
Onderwerp-impact
De uitspraak heeft betekenis voor de agrarische sector in het eerste jaar van het herziene GLB-stelsel (2023), waarbij veel boeren te maken hadden met een fundamenteel gewijzigd aanvraagproces; ondanks aangekondigde coulance blijft strikte naleving van indieningstermijnen vereist.
Samenvatting
Een landbouwmaatschap deed in 2023 mee aan de nieuwe systematiek voor het aanvragen van GLB-subsidies, waarbij het aanmeldproces voor het eerst in twee stappen verliep. De maatschap verkeerde in de veronderstelling dat zij haar aanvraag tijdig had ingediend, maar ontving geen ontvangstbevestiging. Pas twaalf dagen na het verlopen van de indieningstermijn realiseerde zij zich dat er iets fout was gegaan en diende zij een melding overmacht in bij RVO. Als oorzaak wees zij op wijzigingen die RVO had doorgevoerd in haar Gecombineerde opgave naar aanleiding van een eerdere aanmelding, wat had geleid tot onduidelijkheid en stress bij het nalopen van de perceelsopgave. RVO weigerde de aanvraag alsnog in behandeling te nemen. De maatschap ging in beroep en voerde naast overmacht ook het evenredigheidsbeginsel en de hardheidsclausule uit de Uitvoeringsregeling GLB 2023 aan. Zij wees daarbij op een kamerbrief van 14 november 2022 waarin de minister coulance had aangekondigd voor het 'leerjaar' 2023, nu de wijze van aanvragen fundamenteel was gewijzigd ten opzichte van eerdere jaren. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart het beroep ongegrond. Het College bevestigt de lijn uit eerdere rechtspraak (ECLI:NL:CBB:2025:334) dat uiterste indieningstermijnen voor GLB-steun meerdere legitieme doelen dienen en als vast uitgangspunt gelden. De gestelde omstandigheden — onduidelijkheid en stress als gevolg van systeemwijzigingen door RVO — worden niet aangemerkt als overmacht die de termijnoverschrijding rechtvaardigt. Ook het beroep op de hardheidsclausule en het evenredigheidsbeginsel slaagt niet. Hoewel de minister coulance had aangekondigd voor 2023, leidt dit in het concrete geval niet tot een andere uitkomst. De uitspraak onderstreept dat landbouwers ook in een overgangsjaar de verantwoordelijkheid dragen voor tijdige en correcte indiening van hun subsidieaanvraag.