JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:29522Laag18/100

Beroep Algerijn op artikel 8 EVRM bij dochter afgewezen

ECLI:NL:RBDHA:2026:29522, Rechtbank Den Haag, 07-10-2026, NL24.36648

Rechtbank Den HaagUitspraak: 7 oktober 2026Publicatie: 7 oktober 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL24.36648
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Mensenrechten
Arbeidsrelaties
Overheid
Artikel 8 Evrm
Gezinshereniging
Mvv Vereiste
Familieleven
Meerderjarige Referent

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Verblijfsaanvraag Algerijnse vader bij Nederlandse dochter – Mvv-vrijstelling op grond van artikel 8 EVRM? Geen bijkomende elementen van afhankelijkheid die de gebruikelijke emotionele banden tussen een vader en een meerderjarige dochter overstijgen – Geen beschermenswaardig familie- of gezinsleven. Beroep ongegrond.

Kern van de zaak

Een Algerijnse vader vroeg een verblijfsvergunning aan in Nederland om bij zijn meerderjarige dochter (met Nederlandse nationaliteit) te verblijven. Verweerder (IND) wees de aanvraag af omdat eiser geen mvv had en niet in aanmerking kwam voor vrijstelling. Eiser stelde dat sprake was van beschermenswaardig familieleven onder artikel 8 EVRM.

Beslissing van de rechter

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en laat het bestreden besluit in stand. Doorslaggevend is dat er tussen de vader en zijn meerderjarige dochter geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie bestaat die beschermenswaardig familieleven in de zin van artikel 8 EVRM oplevert, en dat de belangenafweging ten aanzien van het privéleven in het nadeel van eiser uitvalt.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele eerste-aanleg uitspraak die bestaande rechtspraak over artikel 8 EVRM en het mvv-vereiste toepast zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden; de impact reikt niet verder dan de direct betrokkenen.

Belangrijkste punten

  • 1Eiser had geen machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en kon geen aanspraak maken op vrijstelling daarvan.
  • 2Verweerder oordeelde dat er geen beschermenswaardig familieleven bestaat tussen een vader en zijn meerderjarige dochter bij afwezigheid van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.
  • 3Hoewel beschermenswaardig privéleven wél werd erkend, viel de belangenafweging in het nadeel van eiser uit.
  • 4De medische situatie van eiser leverde evenmin een grond op voor vrijstelling van het mvv-vereiste.
  • 5Ook een beroep op de hardheidsclausule werd door verweerder afgewezen en door de rechtbank niet gecorrigeerd.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat meerderjarigheid van het referentiekind de drempel voor beschermenswaardig familieleven onder artikel 8 EVRM aanzienlijk verhoogt: enkel samenwoning en financiële verwevenheid volstaan niet zonder aantoonbare bijzondere afhankelijkheid. Dit heeft beperkte precedentwerking omdat het een toepassing betreft van reeds gevestigde rechtspraak.

Praktische impact

De Algerijnse vader kan niet in Nederland verblijven bij zijn dochter en dient Nederland te verlaten; hij kan eventueel een procedure starten via een reguliere mvv-aanvraag vanuit Algerije. De dochter moet haar vader in het buitenland opzoeken of afzien van verdere procedures, tenzij in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak succes wordt behaald.

Onderwerp-impact

In vreemdelingenzaken met meerderjarige referenten blijft de lat voor gezinshereniging hoog; gemeenschappelijke huishouding en wederzijdse financiële afhankelijkheid worden op zichzelf onvoldoende geacht om familieleven te constitueren als het kind volwassen is.

Samenvatting

In deze zaak verzocht een Algerijnse vader om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in Nederland, met als doel verblijf bij zijn meerderjarige dochter die de Nederlandse nationaliteit bezit. De IND wees de aanvraag af omdat eiser niet beschikte over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en evenmin in aanmerking kwam voor vrijstelling daarvan. Eiser stelde dat tussen hem en zijn dochter sprake is van beschermenswaardig familieleven in de zin van artikel 8 EVRM, vanwege samenwoning, financiële verwevenheid en wederzijdse afhankelijkheid. De IND erkende weliswaar dat beschermenswaardig privéleven aanwezig was, maar oordeelde dat de belangenafweging in het nadeel van eiser uitviel. Van beschermenswaardig familieleven was geen sprake, omdat tussen een vader en zijn meerderjarige dochter een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie vereist is, die hier niet was aangetoond. Ook de medische toestand van eiser en een beroep op de hardheidsclausule boden geen soelaas. De Rechtbank Den Haag volgt het standpunt van verweerder en verklaart het beroep ongegrond. Centraal in de motivering staat dat meerderjarigheid van de referent de bewijslast voor beschermenswaardig familieleven verzwaart: samenwonen en financiële ondersteuning zijn op zichzelf onvoldoende om de drempel voor artikel 8 EVRM-bescherming te halen. Nu eiser deze bijzondere afhankelijkheidsrelatie niet aannemelijk heeft gemaakt, en de belangenafweging voor zijn privéleven eveneens negatief uitpakt, blijft het bestreden besluit intact. De uitspraak past geheel binnen de vaste bestuursrechtelijke en vreemdelingrechtelijke jurisprudentie inzake gezinshereniging met meerderjarige kinderen en bevat geen nieuwe rechtsvragen. Eiser heeft de mogelijkheid hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 8 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Handhaving
Vastgoed
ECLI:NL:RVS:2026:5915

Last onder dwangsom herroepen na omgevingsvergunning van rechtswege

38/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5904

Terrasvergunning Maansteen Arnhem gedeeltelijk toegewezen na nieuw beleid

28/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5928

Woningbouw bij bedrijventerrein vernietigd wegens geurcontour

38/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5716

Raad van State vernietigt Woo-besluit over NVWA-handhavingsverzoek

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied