JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:28937Laag28/100

Rwandese man na 25 jaar nog steeds zonder verblijfsvergunning

ECLI:NL:RBDHA:2026:28937, Rechtbank Den Haag, 30-09-2026, NL25.43207

Rechtbank Den HaagUitspraak: 30 september 2026Publicatie: 30 september 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL25.43207
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Mensenrechten
Overheid
Zorg
Artikel 8 Evrm
Evenredigheidsbeginsel
Artikel 64 Vw
Uitstel Van Vertrek
Langdurig Verblijf

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Aanvraag verblijfsvergunning regulier voor medische behandeling. Herhaalde afwijzing. Strafrechtelijke veroordeling. Artikel 64 Vw van toepassing. Artikel 4:84 Awb en artikel 8 EVRM. Gevolg gegeven aan uitspraak Afdeling. Geen deugdelijke motivering. Rapport Forensisch Maatwerk. Rechtbank verklaart beroep gegrond, vernietigt besluit op bezwaar en draagt minister op nieuw besluit op bezwaar te nemen waarbij verblijfsvergunning wordt verleend.

Kern van de zaak

Een man uit Rwanda verblijft al 25 jaar in Nederland zonder verblijfsvergunning. Sinds 2013 krijgt hij telkens tijdelijk uitstel van vertrek op medische gronden (art. 64 Vw). Hij vecht de weigering van een verblijfsvergunning aan, onder meer op grond van artikel 8 EVRM (privéleven) en het evenredigheidsbeginsel.

Beslissing van de rechter

De uitspraak is onvolledig weergegeven en bevat geen definitieve eindbeslissing; de rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst. Op basis van de beschikbare tekst kan geen eindoordeel worden vastgesteld.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele vreemdelingenzaak bij de rechtbank Den Haag zonder gepubliceerde eindbeslissing; de tekst is onvolledig waardoor de feitelijke impact beperkt beoordeelbaar is. De Afdelingsuitspraak van 26 mei 2025 heeft reeds de richtinggevende overweging gegeven.

Belangrijkste punten

  • 1Eiser verblijft 25 jaar in Nederland zonder verblijfsvergunning, maar met herhaald uitstel van vertrek op grond van art. 64 Vw wegens medische situatie
  • 2De Afdeling Bestuursrechtspraak oordeelde op 26 mei 2025 dat de minister onvoldoende kenbaar heeft meegewogen of eiser nog een gevaar vormt voor de openbare orde
  • 3Centrale vraag is of weigering van verblijfsvergunning bij blijvend uitstel van vertrek en geen actueel gevaar voor openbare orde onevenredig is (art. 4:84 Awb)
  • 4Beroep is mede gericht op bescherming van het privéleven op grond van artikel 8 EVRM
  • 5De tekst van de uitspraak is onvolledig; de eindbeslissing van de rechtbank ontbreekt

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak raakt aan de spanning tussen het openbare-ordebeleid in het vreemdelingenrecht en het evenredigheidsbeginsel bij langdurig verblijf zonder verblijfsvergunning. De Afdelingsuitspraak van 26 mei 2025 legt de minister een zwaardere motiveringsplicht op bij de afwijking van beleid in dit soort gevallen.

Praktische impact

Voor eiser betekent de voortdurende afhankelijkheid van tijdelijk uitstel van vertrek grote rechtsonzekerheid; een definitieve verblijfsvergunning zou zijn positie aanzienlijk stabiliseren. De uitkomst is op basis van de beschikbare tekst nog onbekend.

Onderwerp-impact

De zaak is relevant voor vreemdelingen die langdurig in Nederland verblijven op medische gronden zonder reguliere verblijfsstatus, en illustreert de kwetsbaarheid van het herhaaldelijk moeten aanvragen van uitstel van vertrek.

Samenvatting

In deze zaak bij de Rechtbank Den Haag staat een man uit Rwanda centraal die al 25 jaar in Nederland verblijft zonder ooit een verblijfsvergunning te hebben gehad. Sinds 2013 ontvangt hij op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet (Vw) steeds tijdelijk uitstel van vertrek vanwege zijn medische situatie. Dit uitstel vereist telkens een nieuwe aanvraag, wat structurele rechtsonzekerheid met zich meebrengt. De rechtbank moet in dit beroep beoordelen of de minister zich heeft gehouden aan de opdracht van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, neergelegd in een uitspraak van 26 mei 2025. De Afdeling oordeelde destijds dat de minister in het besluit op bezwaar onvoldoende kenbaar had meegewogen dat eiser stelt geen gevaar meer te vormen voor de openbare orde. Omdat eiser om medische redenen vermoedelijk blijvend uitstel van vertrek zal krijgen, achtte de Afdeling het mogelijk onevenredig om onder die omstandigheden een verblijfsvergunning te weigeren, zonder dit expliciet te motiveren in het licht van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht en het evenredigheidsbeginsel. Eiser beroept zich tevens op artikel 8 van het EVRM, dat het recht op eerbiediging van het privéleven beschermt. Na 25 jaar verblijf in Nederland is de band met het land aanzienlijk, hetgeen in de belangenafweging een rol dient te spelen. De beschikbare tekst van de uitspraak is echter onvolledig: de rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en er is geen eindbeslissing gepubliceerd. Daardoor kan geen definitief oordeel worden gegeven over de uitkomst van dit beroep. De zaak illustreert de complexe samenloop van medisch uitstel van vertrek, openbare-ordetoets en langdurig verblijf in het Nederlandse vreemdelingenrecht.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 1 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Zorg
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5799

Buurman verliest hoger beroep over uitbouw woonzorgcentrum Doorn

22/100Bekijk
Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5816

Burgemeester niet bevoegd last onder dwangsom bij demonstratie op te leggen

62/100Bekijk
Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5803

Raad van State beoordeelt herstelbesluit bestemmingsplan Schiermonnikoog

22/100Bekijk
Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Handhaving
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5779

Handhaving geluidsnormen motorcrossterrein onder oud recht voortgezet

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen