JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:28658Laag18/100

Beroep gezinshereniging Egyptenaar ongegrond wegens ontbrekende gezinsband

ECLI:NL:RBDHA:2026:28658, Rechtbank Den Haag, 28-09-2026, NL25.9873

Rechtbank Den HaagUitspraak: 28 september 2026Publicatie: 28 september 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL25.9873
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Mensenrechten
Arbeidsrelaties
Overheid
Artikel 8 Evrm
Gezinshereniging
Middelenvereiste
Gezinsherenigingsrichtlijn
Egypte

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

afwijzing mvv verblijf bij vader, niet aannemelijk gemaakt dat (-) feitelijk behoort en in het buitenland al behoorde tot het gezin van referent, omdat er vanwege het ontbreken van hechte persoonlijke banden tussen hen geen sprake is van beschermen waardig familieleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM.

Kern van de zaak

Een Egyptische man wil verblijf in Nederland bij zijn vader (referent). De IND wees de aanvraag voor gezinshereniging af omdat de vader niet voldoet aan het middelenvereiste en er geen aantoonbare hechte persoonlijke band bestaat tussen vader en zoon, zodat geen sprake is van beschermenswaardig familieleven ex artikel 8 EVRM.

Beslissing van de rechter

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De doorslaggevende reden is dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij feitelijk behoort tot het gezin van referent en dat er sprake is van beschermenswaardig familieleven in de zin van artikel 8 EVRM; het identiteitsverweer werd door verweerder ter zitting ingetrokken maar veranderde de uitkomst niet.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele vreemdelingrechtelijke procedure bij de rechtbank Den Haag zonder principieel nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is in lijn met bestaande jurisprudentie over artikel 8 EVRM en het middelenvereiste in gezinsherenigingszaken.

Belangrijkste punten

  • 1Aanvraag gezinshereniging afgewezen wegens het niet voldoen aan het middelenvereiste door referent (vader).
  • 2Verweerder stelt dat geen sprake is van hechte persoonlijke banden en daarmee geen beschermenswaardig familieleven ex artikel 8 EVRM.
  • 3Het identiteitsstandpunt (ontbrekende handtekening paspoort) is door verweerder ter zitting ingetrokken.
  • 4Eiser beroept zich primair op een islamitisch huwelijk en een relatie van meer dan dertig jaar tussen zijn ouders, en subsidiair op de Gezinsherenigingsrichtlijn (artikelen 4 en 16 Richtlijn 2003/86/EG).
  • 5De rechtbank volgt het standpunt van verweerder en verklaart het beroep ongegrond; eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat voor gezinshereniging van meerderjarige kinderen bij een ouder zowel aan het middelenvereiste als aan het vereiste van feitelijk gezinsleven (inclusief hechte persoonlijke banden) moet worden voldaan, en dat een islamitisch huwelijk of langdurige relatie van de ouders niet automatisch beschermenswaardig familieleven oplevert. De beroepsgrond gebaseerd op de Gezinsherenigingsrichtlijn slaagde evenmin.

Praktische impact

Voor eiser betekent de uitspraak dat hij Nederland dient te verlaten dan wel een nieuwe aanvraag moet indienen waarbij hij zowel aantoonbare gezinsbanden als een voldoende inkomen van referent kan bewijzen. Referenten in vergelijkbare situaties worden geconfronteerd met strikte bewijseisen omtrent feitelijk gezinsleven.

Onderwerp-impact

In gezinsherenigingszaken waarbij sprake is van volwassen kinderen die verblijf wensen bij een in Nederland verblijvende ouder, blijft de lat voor het aantonen van beschermenswaardig familieleven hoog; een culturele of religieuze huwelijksachtergrond van de ouders volstaat daarvoor niet.

Samenvatting

Een man met de Egyptische nationaliteit vroeg verblijf bij zijn vader in Nederland op grond van gezinshereniging als familie- of gezinslid. De vader diende daartoe op 26 oktober 2023 een aanvraag in bij de IND (verweerder). De IND wees de aanvraag af op drie gronden: (1) de vader voldoet niet aan het middelenvereiste voor duurzaam en zelfstandig inkomen, (2) de identiteit van eiser kon aanvankelijk niet worden vastgesteld omdat zijn paspoort geen handtekening bevatte, en (3) eiser behoort niet feitelijk tot het gezin van referent, omdat er geen hechte persoonlijke banden bestaan en dus geen beschermenswaardig familieleven in de zin van artikel 8 EVRM. Ter zitting heeft verweerder het identiteitsstandpunt ingetrokken, maar de overige afwijzingsgronden bleven ongewijzigd van kracht. De rechtsvraag die centraal staat is of verweerder ten onrechte heeft geoordeeld dat geen sprake is van gezinsleven en of het vereiste van hechte persoonlijke banden rechtens juist is toegepast. Eiser betoogde primair dat de islamitische huwelijksrelatie en de meer dan dertigjarige relatie tussen zijn ouders tot de erkenning van gezinsleven moeten leiden. Subsidiair beriep hij zich op de Gezinsherenigingsrichtlijn (Richtlijn 2003/86/EG, artikelen 4 en 16), stellende dat verweerder ten onrechte aanvullende eisen stelt aan het aantonen van persoonlijke banden. De Rechtbank Den Haag verklaart het beroep ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij feitelijk behoort tot het gezin van referent en dat er beschermenswaardig familieleven bestaat. De cultuurrechtelijke context van het huwelijk van de ouders noch de beroepsgrond op de Gezinsherenigingsrichtlijn levert een toereikende onderbouwing op. Eiser krijgt het griffierecht niet terug en ontvangt geen proceskostenvergoeding. Hoger beroep staat open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 28 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Hoge Raad·25 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Zorg
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1555

Hoge Raad: digitaal ingediend verzoek telt vanaf ontvangstmoment

62/100Bekijk
Hoge Raad·25 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1554

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen gemeente Alphen aan den Rijn

8/100Bekijk
Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5644

Bestemmingsplan Gemert-Bakel deels vernietigd door parkeergebrek

28/100Bekijk
Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5626

Omgevingsvergunning poorten geweigerd wegens strijd met welstand

18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied