Beroep gegrond: IND-besluit jongvolwassenenbeleid onvoldoende gemotiveerd
ECLI:NL:RBDHA:2026:28600, Rechtbank Den Haag, 23-09-2026, NL24.20441 en NL24.20444
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)VK; mvv-aanvraag op grond van artikel 8 van het EVRM; jongvolwassenenbeleid; belangenafweging; gg.
Kern van de zaak
Twee meerderjarige dochters (eiseressen) procederen tegen een afwijzend verblijfsrechtelijk besluit van de IND. Zij stellen recht te hebben op verblijf bij hun moeder (referent) op grond van het jongvolwassenenbeleid en artikel 8 EVRM. De IND erkende enerzijds dat sprake is van familie- en gezinsleven, maar motiveerde het besluit tegenstrijdig.
Beslissing van de rechter
Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit is vernietigd. Doorslaggevend is dat de IND de feiten en omstandigheden die ten grondslag liggen aan de vaststelling van familie- en gezinsleven onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt én niet kenbaar heeft betrokken bij de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM, terwijl het besluit bovendien tegenstrijdige standpunten bevat over het voldoen aan het jongvolwassenenbeleid.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele vreemdelingenzaak op rechtbankniveau zonder nieuwe rechtsnormen; de uitspraak past binnen bestaande bestuursrechtelijke motiveringseisen en vreemdelingenrechtelijke jurisprudentie over artikel 8 EVRM.
Belangrijkste punten
- 1Het jongvolwassenenbeleid (par. B7/3.8.1 Vc) stelt vier cumulatieve vereisten: jongvolwassen, samenleven in gezinsverband, niet in eigen onderhoud voorzien, geen zelfstandig gezin gevormd.
- 2De IND erkende op zitting dat eiseressen onder het jongvolwassenenbeleid vallen, maar het bestreden besluit suggereert het tegendeel – een onopgehelderde tegenstrijdigheid.
- 3Feiten en omstandigheden die de vaststelling van familie- en gezinsleven rechtvaardigen, moeten kenbaar worden betrokken bij de artikel 8 EVRM-belangenafweging.
- 4Het besluit voldoet niet aan de motiveringseis: niet inzichtelijk is hoe de IND desondanks tot het oordeel 'jongvolwassenenbeleid van toepassing' is gekomen.
- 5Verweerder is opgedragen binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen en wordt veroordeeld in de proceskosten van € 1.868,-.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat de IND bij de artikel 8 EVRM-toets de concrete feiten en omstandigheden die ten grondslag liggen aan de kwalificatie van familie- en gezinsleven expliciet en kenbaar moet meewegen in de belangenafweging. Tegenstrijdige motivering tussen besluit en zittingsstandpunt leidt tot vernietiging.
Praktische impact
Eiseressen krijgen een nieuwe beslissing op bezwaar, waarbij de IND alsnog een deugdelijk gemotiveerde en inhoudelijk consistente beoordeling moet geven van hun verblijfsrecht. Totdat dit besluit er is, bestaat rechtsonzekerheid over hun verblijfsstatus.
Onderwerp-impact
Voor meerderjarige kinderen die een verblijfsvergunning aanvragen op grond van het jongvolwassenenbeleid onderstreept deze uitspraak het belang van een transparante en consistente motivering door de IND, in het bijzonder wanneer gezinsband via artikel 8 EVRM een rol speelt.
Samenvatting
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag staan twee meerderjarige dochters (eiseressen) tegenover de IND (verweerder) over de afwijzing van hun aanvraag voor een verblijfsvergunning. Zij beroepen zich op het jongvolwassenenbeleid (paragraaf B7/3.8.1 van de Vreemdelingencirculaire) en op het recht op eerbiediging van familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM. Het jongvolwassenenbeleid stelt vier cumulatieve vereisten: het meerderjarige kind moet jongvolwassen zijn, met zijn ouder(s) in gezinsverband samenleven, niet in eigen onderhoud voorzien en geen zelfstandig gezin hebben gevormd. Tussen partijen was niet in geschil dat sprake is van familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM op grond van dit beleid. De rechtbank constateert echter twee wezenlijke gebreken. Ten eerste heeft de IND de feiten en omstandigheden die tot dit oordeel hebben geleid niet inzichtelijk gemaakt in het bestreden besluit, en heeft zij deze bovendien niet kenbaar betrokken bij de verplichte belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM. Ten tweede bevat het besluit een interne tegenstrijdigheid: enerzijds stelt de IND in het besluit dat eiseressen niet (langer) in gezinsverband samenleven met hun moeder – waarmee niet aan een cumulatief vereiste wordt voldaan – terwijl de IND op zitting juist inneemt dat eiseressen wél onder het jongvolwassenenbeleid vallen. Hoe de IND desondanks tot dat laatste standpunt is gekomen, blijkt niet uit het bestreden besluit. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de motiveringseisen. De IND wordt opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak, en wordt veroordeeld in de proceskosten van € 1.868,-. De uitspraak bevestigt de bestaande lijn dat de IND bij de artikel 8 EVRM-toets niet kan volstaan met een abstracte erkenning van gezinsleven, maar de onderliggende feiten expliciet en consistent moet meewegen.