JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:28600Laag32/100

Beroep gegrond: IND-besluit jongvolwassenenbeleid onvoldoende gemotiveerd

ECLI:NL:RBDHA:2026:28600, Rechtbank Den Haag, 23-09-2026, NL24.20441 en NL24.20444

Rechtbank Den HaagUitspraak: 23 september 2026Publicatie: 28 september 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL24.20441 en NL24.20444
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Mensenrechten
Overheid
Dienstverlening
Verblijfsvergunning
Artikel 8 Evrm
Motiveringsgebrek
Gezinsleven
Jongvolwassenenbeleid

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

VK; mvv-aanvraag op grond van artikel 8 van het EVRM; jongvolwassenenbeleid; belangenafweging; gg.

Kern van de zaak

Twee meerderjarige dochters (eiseressen) procederen tegen een afwijzend verblijfsrechtelijk besluit van de IND. Zij stellen recht te hebben op verblijf bij hun moeder (referent) op grond van het jongvolwassenenbeleid en artikel 8 EVRM. De IND erkende enerzijds dat sprake is van familie- en gezinsleven, maar motiveerde het besluit tegenstrijdig.

Beslissing van de rechter

Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit is vernietigd. Doorslaggevend is dat de IND de feiten en omstandigheden die ten grondslag liggen aan de vaststelling van familie- en gezinsleven onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt én niet kenbaar heeft betrokken bij de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM, terwijl het besluit bovendien tegenstrijdige standpunten bevat over het voldoen aan het jongvolwassenenbeleid.

32van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele vreemdelingenzaak op rechtbankniveau zonder nieuwe rechtsnormen; de uitspraak past binnen bestaande bestuursrechtelijke motiveringseisen en vreemdelingenrechtelijke jurisprudentie over artikel 8 EVRM.

Belangrijkste punten

  • 1Het jongvolwassenenbeleid (par. B7/3.8.1 Vc) stelt vier cumulatieve vereisten: jongvolwassen, samenleven in gezinsverband, niet in eigen onderhoud voorzien, geen zelfstandig gezin gevormd.
  • 2De IND erkende op zitting dat eiseressen onder het jongvolwassenenbeleid vallen, maar het bestreden besluit suggereert het tegendeel – een onopgehelderde tegenstrijdigheid.
  • 3Feiten en omstandigheden die de vaststelling van familie- en gezinsleven rechtvaardigen, moeten kenbaar worden betrokken bij de artikel 8 EVRM-belangenafweging.
  • 4Het besluit voldoet niet aan de motiveringseis: niet inzichtelijk is hoe de IND desondanks tot het oordeel 'jongvolwassenenbeleid van toepassing' is gekomen.
  • 5Verweerder is opgedragen binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen en wordt veroordeeld in de proceskosten van € 1.868,-.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat de IND bij de artikel 8 EVRM-toets de concrete feiten en omstandigheden die ten grondslag liggen aan de kwalificatie van familie- en gezinsleven expliciet en kenbaar moet meewegen in de belangenafweging. Tegenstrijdige motivering tussen besluit en zittingsstandpunt leidt tot vernietiging.

Praktische impact

Eiseressen krijgen een nieuwe beslissing op bezwaar, waarbij de IND alsnog een deugdelijk gemotiveerde en inhoudelijk consistente beoordeling moet geven van hun verblijfsrecht. Totdat dit besluit er is, bestaat rechtsonzekerheid over hun verblijfsstatus.

Onderwerp-impact

Voor meerderjarige kinderen die een verblijfsvergunning aanvragen op grond van het jongvolwassenenbeleid onderstreept deze uitspraak het belang van een transparante en consistente motivering door de IND, in het bijzonder wanneer gezinsband via artikel 8 EVRM een rol speelt.

Samenvatting

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag staan twee meerderjarige dochters (eiseressen) tegenover de IND (verweerder) over de afwijzing van hun aanvraag voor een verblijfsvergunning. Zij beroepen zich op het jongvolwassenenbeleid (paragraaf B7/3.8.1 van de Vreemdelingencirculaire) en op het recht op eerbiediging van familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM. Het jongvolwassenenbeleid stelt vier cumulatieve vereisten: het meerderjarige kind moet jongvolwassen zijn, met zijn ouder(s) in gezinsverband samenleven, niet in eigen onderhoud voorzien en geen zelfstandig gezin hebben gevormd. Tussen partijen was niet in geschil dat sprake is van familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM op grond van dit beleid. De rechtbank constateert echter twee wezenlijke gebreken. Ten eerste heeft de IND de feiten en omstandigheden die tot dit oordeel hebben geleid niet inzichtelijk gemaakt in het bestreden besluit, en heeft zij deze bovendien niet kenbaar betrokken bij de verplichte belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM. Ten tweede bevat het besluit een interne tegenstrijdigheid: enerzijds stelt de IND in het besluit dat eiseressen niet (langer) in gezinsverband samenleven met hun moeder – waarmee niet aan een cumulatief vereiste wordt voldaan – terwijl de IND op zitting juist inneemt dat eiseressen wél onder het jongvolwassenenbeleid vallen. Hoe de IND desondanks tot dat laatste standpunt is gekomen, blijkt niet uit het bestreden besluit. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de motiveringseisen. De IND wordt opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak, en wordt veroordeeld in de proceskosten van € 1.868,-. De uitspraak bevestigt de bestaande lijn dat de IND bij de artikel 8 EVRM-toets niet kan volstaan met een abstracte erkenning van gezinsleven, maar de onderliggende feiten expliciet en consistent moet meewegen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 28 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Rechtbank Den Haag·28 sep 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Arbeidsrelaties
Overheid
ECLI:NL:RBDHA:2026:28658

Beroep gezinshereniging Egyptenaar ongegrond wegens ontbrekende gezinsband

18/100Bekijk
Hoge Raad·25 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Zorg
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1555

Hoge Raad: digitaal ingediend verzoek telt vanaf ontvangstmoment

62/100Bekijk
Hoge Raad·25 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1554

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen gemeente Alphen aan den Rijn

8/100Bekijk
Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5644

Bestemmingsplan Gemert-Bakel deels vernietigd door parkeergebrek

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied