JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:27708Laag28/100

Hoorplicht geschonden in gezinsherenigingszaak vreemdeling

ECLI:NL:RBDHA:2026:27708, Rechtbank Den Haag, 22-09-2026, NL25.33624

Rechtbank Den HaagUitspraak: 22 september 2026Publicatie: 22 september 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL25.33624
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Mensenrechten
Arbeidsrelaties
Overheid
Artikel 8 Evrm
Gezinshereniging
Vreemdelingenrecht
Hoorplicht
Asieldossier

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Artikel 8 EVRM. Schending hoorplicht. Beroep gegrond.

Kern van de zaak

Een vreemdeling (eiser) en zijn referent (partner/familielid in Nederland) procederen tegen een afwijzing van een verblijfsvergunning voor gezinshereniging. Verweerder (IND) had in de bezwaarfase afgezien van horen omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was verklaard. In beroep bij Rechtbank Den Haag wordt beoordeeld of de hoorplicht is nageleefd en of alle relevante stukken zijn overgelegd.

Beslissing van de rechter

De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens schending van de hoorplicht; de doorslaggevende reden is dat verweerder in een zaak waarbij artikel 8 EVRM (recht op gezinsleven) speelt en individuele belangenafweging vereist is, ten onrechte heeft afgezien van horen in de bezwaarfase. Tevens is onduidelijk gebleven of alle op de zaak betrekking hebbende stukken (waaronder het asieldossier van referent) zijn overgelegd.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een zaak van Rechtbank Den Haag zonder principieel nieuwe rechtsvragen; de toepassing van de hoorplicht en artikel 8 EVRM in vreemdelingenzaken is reeds vaste rechtspraak. De uitkomst is relevant voor de betrokken partijen maar heeft beperkte precedentwerking.

Belangrijkste punten

  • 1Verweerder is op grond van artikel 8:42 Awb verplicht alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank toe te zenden; naleving was hier onduidelijk.
  • 2In bezwaar gold een hoorplicht; afzien van horen is alleen toegestaan bij kennelijk ongegrond bezwaar, hetgeen hier niet van toepassing was.
  • 3Zaken waarbij artikel 8 EVRM een rol speelt vereisen een individuele belangenafweging, waardoor de hoorplicht zwaarder weegt.
  • 4Referent had in bezwaar aangevoerd dat de scheiding met eiser onvrijwillig was en dat zijn asielrelaas was miskend; dit had nader onderzocht moeten worden.
  • 5Op grond van artikel 8:31 Awb kan de rechter gevolgtrekkingen verbinden aan het niet overleggen van stukken, maar de rechtbank beoordeelt eerst de hoorplicht.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat de hoorplicht in bezwaar niet lichtvaardig mag worden geschonden, met name in vreemdelingenzaken waarbij artikel 8 EVRM en individuele belangenafweging een rol spelen. Verweerder dient tevens zorg te dragen voor volledige dossieroverdracht conform artikel 8:42 Awb.

Praktische impact

Voor eiser en referent betekent dit dat de zaak terugverwezen wordt voor een nieuwe beslissing op bezwaar, waarbij zij alsnog gehoord moeten worden. De verblijfsvergunning voor gezinshereniging is daarmee nog niet verleend.

Onderwerp-impact

In gezinsherenigingszaken met een asielachtergrond wordt benadrukt dat procedurele waarborgen zoals de hoorplicht strikt moeten worden nageleefd, ook wanneer verweerder meent dat het bezwaar weinig kans van slagen heeft.

Samenvatting

In deze zaak bij Rechtbank Den Haag staat centraal of de IND (verweerder) terecht heeft afgezien van het horen van eiser en/of referent in de bezwaarfase bij de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning voor gezinshereniging. Referent, die eerder asiel heeft gekregen, had in bezwaar aangevoerd dat de scheiding met eiser een gedwongen karakter had en dat zijn asielrelaas bij de beoordeling was miskend. Verweerder verklaarde het bezwaar kennelijk ongegrond en hield daarbij rekening met informatie uit het asieldossier, maar bracht de relevante stukken uit dat dossier niet in het geding. In beroep kon de gemachtigde van verweerder niet aangeven of het nader gehoor van referent van 16 november 2022 betrokken was bij de besluitvorming, waardoor de volledigheid van het procesdossier onduidelijk bleef. De rechtbank oordeelt dat verweerder de hoorplicht heeft geschonden. De hoofdregel in bezwaar is dat een indiener gehoord dient te worden voordat op het bezwaar wordt beslist. Afzien van horen is slechts toegestaan indien het bezwaar kennelijk ongegrond is, bijvoorbeeld wanneer geen motivering of slechts een herhaling van zetten wordt gegeven. Hiervan was in deze zaak geen sprake: referent bracht nieuwe argumenten naar voren over de onvrijwillige scheiding en de rol van zijn asielachtergrond. Bovendien speelt artikel 8 EVRM (recht op eerbiediging van het gezinsleven) een rol, hetgeen een individuele belangenafweging vereist en de hoorplicht extra gewicht geeft. De rechtbank verbindt aan het onduidelijke dossier vooralsnog geen consequenties op grond van artikel 8:31 Awb, maar benadrukt dat verweerder bij een nieuwe beslissing op bezwaar alsnog volledig inzicht moet geven in de betrokken stukken. Het beroep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing op bezwaar met inachtneming van de hoorplicht.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 24 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vergunningen
Milieu
ECLI:NL:RVS:2026:5680

Omgevingsvergunning paardenhouderij Veluwe alsnog in stand gelaten

28/100Bekijk
Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Handhaving
Vastgoed
ECLI:NL:RVS:2026:5664

Raad van State: recreatieve verhuur woning strijdig met bestemmingsplan

38/100Bekijk
Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5638

Raad van State buigt zich over militair radarstation Herwijnen

38/100Bekijk
Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5673

Geen procesbelang herzieningsverzoek na schrapping vergunningvoorschrift

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied