Libische agnost krijgt geen asiel wegens onvoldoende vervolgingsrisico
ECLI:NL:RBDHA:2026:26008, Rechtbank Den Haag, 08-09-2026, NL26.21992
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)asiel; Libië; vrees voor vervolging; agnosticisme; afvalligheid; 3 EVRM bij terugkeer; ambtsbericht; beroep ongegrond.
Kern van de zaak
Een Libische man die in 2024 zijn land ontvluchtte vanwege zijn afvalligheid van de Islam (hij beschouwt zichzelf als agnost) vroeg asiel aan in Nederland. Hij vreest bij terugkeer gevangenisstraf, marteling of executie, maar uitte zijn overtuigingen enkel anoniem op sociale media.
Beslissing van de rechter
De rechtbank Den Haag oordeelt dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft aangetoond; doorslaggevend is dat eiser zijn afvalligheid al in Libië anoniem via sociale media uitte, zijn telefoon al eens gecontroleerd werd zonder gevolgen, en onvoldoende is gebleken dat hij bij terugkeer daadwerkelijk problemen zal ondervinden van de Libische autoriteiten.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele eerstelijns asielzaak die de bestaande rechtspraak toepast zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de impact is beperkt tot de directe partijen en vergelijkbare individuele gevallen.
Belangrijkste punten
- 1Eiser is geloofwaardig agnost en afvallig van de Islam, maar dit leidt niet automatisch tot gegronde vrees voor vervolging.
- 2Eiser uitte zijn overtuigingen enkel anoniem op sociale media; er zijn geen openbare of publieke uitingen gedaan.
- 3Eiser verklaarde al in Libië dezelfde sociale media-activiteiten te hebben ontplooid zonder problemen te ondervinden, ook na controle van zijn telefoon.
- 4De minister heeft onvoldoende gemotiveerd geacht dat toegenomen monitoring door Libische autoriteiten tot een concreet risico leidt voor deze eiser.
- 5De uitspraak is onvolledig weergegeven; het oordeel over het risico op ernstige schade vanwege willekeurig geweld ontbreekt in de beschikbare tekst.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat geloofwaardige afvalligheid op zichzelf niet voldoende is voor asielstatus; er dient ook een concreet en individueel risico op vervolging aannemelijk te worden gemaakt. Dit sluit aan bij de bestaande lijn in de vreemdelingenrechtspraak waarbij de subjectieve vrees wordt getoetst aan objectieve omstandigheden.
Praktische impact
Eiser krijgt vooralsnog geen verblijfsvergunning asiel en dient terug te keren naar Libië, tenzij het beroep op willekeurig geweld (waarover de uitspraak incompleet is) alsnog slaagt of hij in hoger beroep gaat.
Onderwerp-impact
Voor Libische asielzoekers die op basis van religieuze afvalligheid bescherming zoeken, benadrukt deze uitspraak dat anonieme sociale media-activiteiten zonder concrete, individueel ondervonden problemen onvoldoende zijn om bescherming te verkrijgen.
Samenvatting
Een Libische man die in 2024 zijn land ontvluchtte vanwege zijn afvalligheid van de Islam vroeg in Nederland asiel aan. Hij beschouwt zichzelf als agnost en vreest bij terugkeer naar Libië gevangen te worden gezet, gemarteld of geëxecuteerd. Zijn afvalligheid heeft hij nooit openlijk geuit; hij plaatste enkel anoniem kritische berichten en reacties op sociale media. In Nederland is hij gewend geraakt aan openheid over zijn overtuigingen, waardoor hij vreest dat hij bij terugkeer niet langer de nodige terughoudendheid kan opbrengen. De minister wees de asielaanvraag af en stelde dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft. Eiser betoogde in beroep dat zijn afvalligheid een wezenlijk onderdeel vormt van zijn religieuze identiteit en dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij zijn overtuigingen in Libië niet op een manier zou uiten die hem aan vervolging blootstelt. Ook wees hij op toegenomen monitoring van afvalligheid door Libische autoriteiten. De Rechtbank Den Haag volgt de minister en oordeelt dat onvoldoende is gebleken dat eiser bij terugkeer daadwerkelijk problemen zal ondervinden. Doorslaggevend is dat eiser verklaart al in Libië dezelfde sociale media-activiteiten te hebben ontplooid, dat zijn telefoon reeds eens gecontroleerd werd en dat hij daardoor tot op heden geen problemen heeft ondervonden. Hoewel de geloofwaardigheid van zijn afvalligheid niet ter discussie staat, is een individueel en concreet risico op vervolging niet aannemelijk gemaakt. Het beroep op willekeurig geweld als grond voor ernstige schade kon op basis van de beschikbare tekst niet volledig worden beoordeeld, omdat de uitspraak op dat punt incompleet is weergegeven.