Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op nareisaanvraag
ECLI:NL:RBDHA:2026:26006, Rechtbank Den Haag, 07-09-2026, NL26.38826
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Beroep niet tijdig, nareis, 8 EVRM, beroep ontvankelijk en gegrond, nadere beslistermijn van 8+12 weken
Kern van de zaak
Een vreemdeling (eiser) heeft een aanvraag ingediend voor een mvv voor gezinshereniging (nareis asiel). De minister besliste niet tijdig op de aanvraag. Na een rechtsgeldige ingebrekestelling en het uitblijven van een besluit stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
Beslissing van de rechter
Het beroep is gegrond verklaard: de minister heeft de beslistermijn overschreden en heeft na ingebrekestelling nog steeds geen besluit genomen. De minister krijgt acht weken om een besluit te nemen, of twintig weken indien nader onderzoek wordt aangeboden, op straffe van een dwangsom van € 50,- per dag.
Impactscore
LaagDe uitspraak is een toepassing van vaste jurisprudentie en wettelijke kaders rondom niet-tijdig beslissen in vreemdelingenzaken; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en het betreft een individuele zaak zonder richtinggevende precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Beslistermijn door de minister overschreden; eiser heeft rechtsgeldig ingebrekestelling verzonden conform artikel 6:12 Awb.
- 2Beroep niet-tijdig beslissen is kennelijk gegrond verklaard op grond van artikel 6:2 onder b Awb.
- 3Rechtbank past de uitgangspunten toe uit de uitspraak van 17 maart 2023 (zittingsplaats Arnhem) over nareisaanvragen als bijzonder geval.
- 4Beslistermijn gesteld op acht weken, verlengbaar tot twintig weken bij aangeboden nader onderzoek.
- 5Dwangsom van € 50,- per dag bij niet-nakoming van de opgelegde beslistermijn.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat bij nareisaanvragen een ruimere beslistermijn dan de standaard twee weken kan worden opgelegd, in lijn met de precedentuitspraak van Rechtbank Den Haag zittingsplaats Arnhem van 17 maart 2023. De toepasselijkheid van artikel 6:12 Awb bij niet-tijdig beslissen in vreemdelingenzaken wordt daarmee opnieuw bevestigd.
Praktische impact
De minister is nu gehouden binnen acht (of twintig) weken een besluit te nemen op de nareisaanvraag, bij gebreke waarvan een dwangsom verbeurd raakt. Dit biedt de eiser en zijn gezinsleden concrete rechtsbescherming tegen verdere vertraging.
Onderwerp-impact
In gezinsherenigingszaken (nareis asiel) wordt hiermee nogmaals duidelijk dat bestuursorganen niet onbeperkt kunnen talmen met besluitvorming, ook niet bij complexere vreemdelingendossiers die nader onderzoek vereisen.
Samenvatting
In deze zaak bij Rechtbank Den Haag stond de vraag centraal of de minister (van Justitie en Veiligheid) onrechtmatig heeft nagelaten tijdig te beslissen op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van gezinshereniging nareis asiel. Eiser had een aanvraag ingediend op grond van artikel 8 EVRM en de nationale nareisregeling. Omdat de minister de wettelijke beslistermijn overschreed, stelde eiser een ingebrekestelling in conform artikel 6:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Toen ook na twee weken geen besluit volgde, ging eiser in beroep bij de rechtbank wegens het niet tijdig nemen van een besluit (artikel 6:2 onder b Awb). De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn inderdaad is overschreden en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was. Het beroep is dan ook kennelijk gegrond verklaard. De rechtbank vernietigt het fictief besluit (het gelijkgestelde niet-beslissen) en legt de minister een nadere beslistermijn op. Daarbij sluit de rechtbank aan bij de uitspraak van 17 maart 2023 van dezelfde rechtbank (zittingsplaats Arnhem), waarin is bepaald dat nareisaanvragen een bijzonder geval vormen dat een ruimere termijn rechtvaardigt dan de standaard twee weken. Nu de minister geen verweerschrift heeft ingediend en onduidelijk is wanneer een besluit te verwachten valt, acht de rechtbank een termijn van acht weken passend, met de mogelijkheid van verlenging tot twintig weken indien de minister besluit tot nader onderzoek en eiser daarvan schriftelijk in kennis stelt. Om naleving te waarborgen, wordt een dwangsom van € 50,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister in gebreke blijft. De uitspraak bevestigt de bestaande rechtslijn en biedt de eiser concrete rechtsbescherming bij verdere vertraging.