JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:25001Laag22/100

Beroep Oekraïense vrouw om verblijfsvergunning artikel 8 EVRM ongegrond

ECLI:NL:RBDHA:2026:25001, Rechtbank Den Haag, 31-08-2026, NL25.45785

Rechtbank Den HaagUitspraak: 31 augustus 2026Publicatie: 31 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL25.45785
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Mensenrechten
Overheid
Verblijfsvergunning
Artikel 8 Evrm
Tijdelijke Bescherming
Oekraine
Rtb

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Regulier. Artikel 8 EVRM. Beroep is ongegrond.

Kern van de zaak

Een Oekraïense vrouw (eiseres) reisde op 23 juni 2024 Nederland in en wil bij haar moeder blijven. Zij vroeg een reguliere verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM (recht op gezinsleven). De minister wees de aanvraag af omdat eiseres al rechtmatig verblijf had op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne.

Beslissing van de rechter

De rechtbank Den Haag verklaart het beroep ongegrond en wijst de gevraagde verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM af. De doorslaggevende reden is dat eiseres ten tijde van het bestreden besluit rechtmatig verblijf had op grond van de RTB en er dus geen sprake was van een dreigende terugkeer naar Oekraïne die een schending van artikel 8 EVRM zou opleveren.

22van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past volledig binnen bestaande rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak en stelt geen nieuwe rechtsregels. De maatschappelijke relevantie is beperkt tot individuele Oekraïense RTB-houders die een reguliere verblijfsvergunning nastreven op grond van artikel 8 EVRM.

Belangrijkste punten

  • 1Eiseres verbleef rechtmatig in Nederland op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne (RTB), conform de Afdelingsuitspraak van 7 februari 2024.
  • 2De minister oordeelde dat het tijdelijke karakter van de RTB-bescherming op het moment van beslissen nog geen schending van artikel 8 EVRM oplevert.
  • 3Eiseres betoogde dat verblijf op RTB-basis wezenlijk verschilt van verblijf op een reguliere verblijfsvergunning, maar de rechtbank verwierp dit argument.
  • 4Het argument dat eiseres een direct en concreet belang had bij spoedige toetsing aan artikel 8 EVRM (vanwege het 'jongvolwassenenbeleid') trof geen doel.
  • 5Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet terugbetaald.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak dat een lopende RTB-bescherming in de weg staat aan een geslaagd beroep op artikel 8 EVRM voor een reguliere verblijfsvergunning. Zolang de tijdelijke bescherming geldt en terugkeer niet aan de orde is, ontstaat er geen toetsingsplicht aan artikel 8 EVRM.

Praktische impact

Oekraïense onderdanen die onder de RTB vallen kunnen zich in beginsel niet met succes beroepen op artikel 8 EVRM voor een reguliere verblijfsvergunning zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor eiseres betekent dit dat zij aangewezen blijft op het RTB-verblijfsrecht en geen duurzamer verblijfsrecht verkrijgt.

Onderwerp-impact

Deze uitspraak is relevant voor Oekraïense vluchtelingen in Nederland die gezinshereniging of bestendiging van verblijf nastreven via artikel 8 EVRM; het benadrukt de grenzen van de RTB als tijdelijk instrument en de beperkte mogelijkheden om dit om te zetten naar een reguliere verblijfsvergunning.

Samenvatting

In deze zaak staat centraal of een Oekraïense vrouw, die op 23 juni 2024 Nederland inreisde om bij haar moeder te verblijven, aanspraak kan maken op een reguliere verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM (recht op eerbiediging van het gezinsleven). De minister wees de aanvraag af, omdat eiseres ten tijde van het besluit al rechtmatig in Nederland verbleef op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne (RTB), in lijn met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 februari 2024. Nu terugkeer naar Oekraïne niet aan de orde was, kon er volgens de minister evenmin sprake zijn van een schending van artikel 8 EVRM. Eiseres bestreed dit standpunt met de stelling dat het RTB-verblijf wezenlijk van aard verschilt van een reguliere verblijfsvergunning, en dat zij een direct en concreet belang had bij een spoedige toetsing aan artikel 8 EVRM, mede vanwege het zogenoemde jongvolwassenenbeleid. De Rechtbank Den Haag verwierp beide beroepsgronden. Zij volgde de lijn van de Afdeling en oordeelde dat het enkele feit dat de RTB-bescherming tijdelijk is en op enig moment afloopt, niet maakt dat er ten tijde van het bestreden besluit al een schending van artikel 8 EVRM bestaat. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres heeft geen recht op vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak heeft een beperkte zelfstandige rechtsontwikkeling, maar onderstreept opnieuw de harde grens: zolang de RTB-bescherming van kracht is, biedt artikel 8 EVRM geen zelfstandige grondslag voor een reguliere verblijfsvergunning. Voor Oekraïense onderdanen in vergelijkbare omstandigheden betekent dit dat zij vooralsnog aangewezen blijven op het tijdelijke beschermingsregime.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 31 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen