JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:24353Laag32/100

Beroep Syrische asielzoeker gegrond, besluit vernietigd

ECLI:NL:RBDHA:2026:24353, Rechtbank Den Haag, 25-08-2026, NL26.3768

Rechtbank Den HaagUitspraak: 25 augustus 2026Publicatie: 27 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer:NL26.3768
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Dienstverlening
Motiveringsgebrek
Subsidiaire Bescherming
Syrische Asielzoekers
Willekeurig Geweld
Landenbeleid Syrie

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Beroep tegen de afwijzing van een asielaanvraag. De rechtbank is van oordeel dat alleen humanitaire omstandigheden die momenteel worden veroorzaakt en/of in stand worden gehouden door het handelen en/of nalaten van de partijen die actief zijn in het gewapende conflict betrokken moeten worden bij de 15c-beoordeling. Hoewel de door verweerder in het bestreden besluit verrichte beoordeling van de gradatie van het willekeurige geweld niet volledig was, heeft verweerder in beroep voldoende gemotiveerd dat er in Aleppo sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Verweerder heeft zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiser met de door hem aangevoerde persoonlijke omstandigheden niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Aleppo een verhoogd risico op ernstige schade als gevolg van willekeurig geweld loopt. Daarnaast is de humanitaire situatie in Aleppo op zichzelf ook onvoldoende om een schending van artikel 3 van het EVRM zoals bedoeld in het arrest Sufi en Elmi aan te nemen. Beroep gegrond met instandlating van de rechtsgevolgen.

Kern van de zaak

Een Syrische asielzoeker (geboren 1999) die negen jaar in Turkije verbleef en eind 2024 naar Nederland reisde, vocht een afwijzing van zijn asielverzoek aan. Verweerder (IND) had geconcludeerd dat eiser geen reëel risico op ernstige schade liep bij terugkeer naar Syrië wegens willekeurig geweld. Eiser betwistte de motivering van het vastgestelde lage geweldsniveau.

Beslissing van de rechter

Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit van 19 januari 2026 is vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. De doorslaggevende reden is dat verweerder niet alle relevante omstandigheden kenbaar heeft betrokken bij de beoordeling van het niveau van willekeurig geweld in Syrië, waaronder informatie over ontplofbare oorlogsresten en de humanitaire situatie uit de 15c-bijlage bij de Nota landenbeleid Syrië van 4 juni 2025.

32van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is een individuele enkelvoudige-kamerutspraak die een eerder gemotiveerde meervoudige-kamerlijn bevestigt; de rechtsgevolgen blijven in stand, zodat de praktische impact voor eiser beperkt is. De bredere beleidsmatige betekenis is aanwezig maar bescheiden, omdat het primair een motiveringsgebrek betreft zonder fundamentele nieuwe rechtsnorm.

Belangrijkste punten

  • 1Verweerder nam voor heel Syrië, inclusief eisers herkomstplaats, de laagste gradatie van willekeurig geweld aan zonder alle relevante informatie kenbaar te betrekken.
  • 2De rechtbank sluit aan bij de uitspraak van de meervoudige kamer van Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 11 december 2025 over ondeugdelijke motivering van het geweldsniveau in Syrië.
  • 3De 15c-bijlage bij de Nota landenbeleid Syrië van 4 juni 2025 (ontplofbare oorlogsresten, humanitaire situatie) had kenbaar meegewogen moeten worden.
  • 4Hoewel het besluit wegens motiveringsgebrek wordt vernietigd, blijven de rechtsgevolgen in stand, wat betekent dat eiser niet automatisch een verblijfsvergunning krijgt.
  • 5Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat besluiten over willekeurig geweld in Syrië (artikel 15c Definitierichtlijn/artikel 29 lid 1 sub b Vw) deugdelijk gemotiveerd moeten worden met inachtneming van alle beschikbare landeninformatie, inclusief bijlagen bij landenbeleidsnota's. Het aansluiten bij de Haarlemse meervoudige-kamerbeslissing van december 2025 versterkt een lijn waarbij motiveringsgebreken in Syrië-dossiers systematisch worden gesanctioneerd.

Praktische impact

Voor eiser leidt de gegrondverklaring niet tot onmiddellijke bescherming, nu de rechtsgevolgen in stand blijven; verweerder zal een nieuw besluit moeten nemen met een deugdelijke motivering. Andere Syrische asielzoekers in vergelijkbare zaken kunnen zich op deze uitspraak beroepen om motiveringsgebreken in IND-besluiten aan te vechten.

Onderwerp-impact

In de context van het Syrische asielbeleid na de val van het Assad-regime (eind 2024) dwingt deze uitspraak de IND tot zorgvuldiger landeninformatiegebruik bij het bepalen van geweldsniveaus per regio, wat de kwaliteit van individuele asielbeoordelingen voor Syriërs moet verbeteren.

Samenvatting

Een Syrische man (geboren 1999) met Arabische achtergrond verliet Syrië in 2015 vanwege de algemene onveiligheid en verbleef vervolgens circa negen jaar in Turkije, alvorens hij eind 2024 naar Nederland reisde en asiel aanvroeg. Hij vreest bij terugkeer voor de veiligheidssituatie in zijn herkomstplaats in Syrië. De IND wees zijn asielverzoek af omdat zij voor heel Syrië, inclusief zijn woonplaats, de laagste gradatie van willekeurig geweld aannam en eiser geen individuele risicobepalende omstandigheden had aangetoond. De centrale rechtsvraag was of verweerder het niveau van willekeurig geweld in Syrië deugdelijk had gemotiveerd, met name of alle relevante landeninformatie kenbaar was betrokken bij de beoordeling in het kader van artikel 29 lid 1 sub b Vreemdelingenwet 2000 (subsidiaire bescherming wegens willekeurig geweld). Rechtbank Den Haag oordeelde dat dit niet het geval was. Verweerder had de 15c-bijlage bij de Nota landenbeleid Syrië van 4 juni 2025 — die informatie bevat over ontplofbare oorlogsresten en de humanitaire situatie — niet kenbaar betrokken bij de beoordeling van het geweldsniveau. De rechtbank sloot daarbij aan bij de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank (zittingsplaats Haarlem) van 11 december 2025, waarin hetzelfde motiveringsgebrek was vastgesteld. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit van 19 januari 2026 vernietigd. De rechtbank bepaalde echter dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, zodat eiser niet onmiddellijk een verblijfsvergunning ontvangt; verweerder zal een nieuw, deugdelijk gemotiveerd besluit moeten nemen. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten. De uitspraak illustreert de rechterlijke toetsing op motiveringsplicht bij landeninformatiegebruik in Syrische asielzaken.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 1 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied