JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:23576Laag18/100

Verblijfsvergunning geweigerd ondanks gezinsleven met echtgenote

ECLI:NL:RBDHA:2026:23576, Rechtbank Den Haag, 19-08-2026, Awb 25-23906

Rechtbank Den HaagUitspraak: 19 augustus 2026Publicatie: 21 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:Awb 25-23906
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Mensenrechten
Overheid
Artikel 8 Evrm
Gezinshereniging
Mvv Vereiste
Hardheidsclausule
Hoorplicht

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Afwijzing aanvraag verblijf bij partner, ongegrond. Geen beschermenswaardig familieleven art. 8 EVRM. Belangenafweging valt in nadeel eiseres uit. Ex-tunc toetsing, dus omstandigheden die na het besluit zijn opgetreden kunnen niet worden meegenomen. Geen bijzondere omstandigheden voor hardheidsclausule.

Kern van de zaak

Een vreemdelinge (eiseres) heeft een aanvraag voor een tijdelijke verblijfsvergunning gedaan in Nederland. De minister weigerde deze omdat eiseres geen machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) had en niet voor vrijstelling daarvan in aanmerking kwam. Eiseres beriep zich op haar gezinsleven met haar echtgenote en op artikel 8 EVRM.

Beslissing van de rechter

Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard; de rechtbank oordeelde dat de minister de verblijfsvergunning terecht heeft geweigerd. De belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM viel in het nadeel van eiseres uit, de hardheidsclausule was niet van toepassing, en het bezwaar was inhoudelijk een herhaling van zetten waardoor horen achterwege mocht blijven.

18van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is een toepassing van bestaand, uitgekristalliseerd beleid en jurisprudentie op het gebied van het mvv-vereiste en artikel 8 EVRM; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord of nieuwe normen gesteld.

Belangrijkste punten

  • 1Eiseres beschikt niet over een geldige mvv en komt niet in aanmerking voor een vrijstelling van dit vereiste.
  • 2De minister heeft artikel 8 EVRM (gezins- en privéleven) afgewogen maar geoordeeld dat het staatsbelang zwaarder weegt dan het belang van eiseres bij verblijf in Nederland.
  • 3De hardheidsclausule (onevenredig harde gevolgen van het mvv-vereiste) is niet van toepassing geacht.
  • 4Het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht is door de rechtbank toegewezen.
  • 5Het achterwege laten van het horen in bezwaar was toegestaan, omdat eiseres geen verzoek daartoe deed, geen nadere stukken indiende en het bezwaar een herhaling van zetten betrof.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat het ontbreken van een mvv een zelfstandige weigeringsgrond is en dat een beroep op artikel 8 EVRM vereist dat de belangenafweging in het voordeel van de vreemdeling uitvalt. De toepassing van de hoorplicht in bezwaar wordt beperkt wanneer het bezwaar geen nieuwe feiten of verzoeken bevat.

Praktische impact

Eiseres krijgt geen verblijfsvergunning en kan worden uitgezet; zij zal vanuit haar land van herkomst een mvv-procedure moeten doorlopen om legaal naar Nederland te kunnen terugkeren en bij haar echtgenote te verblijven.

Onderwerp-impact

De uitspraak illustreert de strenge toepassing van het mvv-vereiste in gezinsherenigingszaken, ook wanneer sprake is van een erkend gezinsleven tussen samenwonende echtgenoten in Nederland.

Samenvatting

Deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag betreft een beroepszaak van een vreemdelinge (eiseres) tegen de weigering van de minister om haar een tijdelijke verblijfsvergunning te verlenen. Eiseres beschikt niet over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en voldoet evenmin aan de voorwaarden voor een vrijstelling van dit vereiste. Zij verblijft samen met haar echtgenote in Nederland en beriep zich op de bescherming van haar gezins- en privéleven onder artikel 8 van het EVRM. De minister oordeelde echter dat de belangenafweging in het nadeel van eiseres uitvalt en dat de zogenoemde hardheidsclausule — op grond waarvan vrijstelling van het mvv-vereiste mogelijk is bij bijzondere persoonlijke omstandigheden — niet van toepassing is. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en daarbij het standpunt van de minister gevolgd. Ten aanzien van de procedure in bezwaar oordeelde de rechtbank dat het achterwege laten van de hoorplicht gerechtvaardigd was: eiseres had in bezwaar niet verzocht om te worden gehoord, had geen nieuwe stukken ingediend en haar bezwaargronden waren een herhaling van hetgeen in de primaire fase reeds was aangedragen. Daarmee bestond er op voorhand geen redelijke twijfel dat horen tot een andere uitkomst zou leiden. De rechtbank wees wel het verzoek van eiseres tot vrijstelling van griffierecht toe wegens betalingsonmacht. De uitspraak heeft beperkte zelfstandige juridische impact; zij past naadloos in de bestaande jurisprudentie over het mvv-vereiste, de toepassing van artikel 8 EVRM in verblijfsrechtelijke procedures en de hoorplicht in bezwaar. Voor eiseres heeft de beslissing vergaande persoonlijke gevolgen: zij kan worden uitgezet en zal een nieuwe mvv-procedure vanuit het buitenland moeten doorlopen om haar gezinsleven met haar echtgenote in Nederland voort te zetten.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 22 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen