JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:23385Laag22/100

Syrische asielzoeker verliest beroep, terugkeer niet in strijd met EVRM

ECLI:NL:RBDHA:2026:23385, Rechtbank Den Haag, 29-07-2026, NL26.15527

Rechtbank Den HaagUitspraak: 29 juli 2026Publicatie: 20 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL26.15527
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Mensenrechten
Overheid
Asielrecht
Syrie
Artikel 3 Evrm
Terugkeerbesluit
Sufi En Elmi

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Asiel; asielrelaas ongeloofwaardig; verweerder heeft uit kunnen gaan van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de 15c-beoordeling; niet gebleken van risicoverhogende individuele omstandigheden; autonome 3 EVRM beoordeling niet ecxpliciet gemaakt, gepasseerd met art. 6:22 Awb; niet gebleken dat humanitaire situatie strijd met artikel 3 EVRM oplevert; beroep ongegrond.

Kern van de zaak

Een Syrische man (geboren 1983) vroeg asiel aan in Nederland vanwege oorlog, vrees voor dienstplicht onder het vorige regime en problemen met ex-zwagers na zijn scheiding. De IND wees zijn aanvraag af. Eiser ging in beroep bij de Rechtbank Den Haag.

Beslissing van de rechter

Het beroep is ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat de situatie in Syrië, hoewel fragiel, niet de drempel van artikel 3 EVRM haalt zoals vereist onder de Sufi en Elmi-norm, en dat eisers individuele omstandigheden geen verhoogd risico opleveren bij terugkeer.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele eerste-aanleg uitspraak die de bestaande rechtspraak (Sufi en Elmi) toepast op een concrete zaak; er worden geen nieuwe rechtsregels gesteld en de uitkomst is sterk feitelijk bepaald.

Belangrijkste punten

  • 1Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst worden geloofd, maar zijn problemen met ex-zwagers worden ongeloofwaardig geacht vanwege vage en wisselende verklaringen.
  • 2Met het wegvallen van het vorige Syrische regime is de vrees voor dat regime niet langer aannemelijk.
  • 3De humanitaire situatie in Syrië haalt niet de lat van artikel 3 EVRM in de zin van Sufi en Elmi; de situatie verbetert geleidelijk.
  • 4Er is geen sprake van een reëel risico op willekeurig geweld bij terugkeer, nu het geweldsniveau lager is en individuele risicogronden ontbreken.
  • 5Eiser en zijn gemachtigde zijn zonder bericht niet verschenen op de zitting; de zaak is op de stukken behandeld.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de hoge drempel van artikel 3 EVRM (Sufi en Elmi) voor Syrische asielzoekers in de post-regime context en past de gewijzigde landensituatie toe als relevante factor. Dit sluit aan bij een bredere heroriëntatie in de rechtspraak over Syrische asielzaken na de val van het Assad-regime.

Praktische impact

Eiser krijgt een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van vier weken en moet Nederland verlaten. Zijn asielaanvraag is definitief afgewezen, tenzij hogere beroepsinstanties anders oordelen.

Onderwerp-impact

Voor Syrische asielzoekers die zich beroepen op vrees voor het vorige regime of algemeen geweld, wordt de lat hoger gelegd nu het regime is gevallen en de situatie als geleidelijk verbeterend wordt beoordeeld.

Samenvatting

Een Syrische man, geboren in 1983, vroeg in Nederland asiel aan op basis van drie gronden: vlucht voor de oorlog en bombardementen in Syrië, weigering om te dienen in het leger van het vorige regime, en problemen met zijn ex-zwagers na zijn echtscheiding. De ex-zwagers zouden hem in 2014 hebben aangevallen met een wapen en hem sindsdien met de dood bedreigd hebben. De IND (verweerder) erkende eisers identiteit en herkomst, maar verwierp het asielmotief over de ex-zwagers wegens onvoldoende onderbouwing en inconsistente verklaringen. Ook de vrees voor het vorige regime achtte de IND niet meer actueel na de val van dat regime. Ten aanzien van het risico op willekeurig geweld concludeerde de IND dat het geweldsniveau in Syrië niet het voor artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn vereiste niveau bereikt. De Rechtbank Den Haag toetste in beroep of de situatie in Syrië inmiddels zodanig was verslechterd dat de drempel van artikel 3 EVRM — zoals uitgelegd in het EHRM-arrest Sufi en Elmi — alsnog gehaald zou worden. De rechtbank beantwoordde die vraag ontkennend. Uit de beschikbare landeninformatie bleek dat de humanitaire situatie in Syrië, waaronder de specifieke herkomstplaats van eiser, weliswaar fragiel en precair blijft, maar eerder geleidelijk verbetert dan verslechtert. Van een uitzichtloze situatie zoals in Sufi en Elmi is geen sprake. Ook de individuele omstandigheden van eiser leverden geen bijzonder verhoogd risico op. Het beroep is ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit met een vertrektermijn van vier weken blijft in stand. Eiser en zijn gemachtigde waren zonder bericht niet ter zitting verschenen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 3 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen