JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:23365Laag22/100

Beroep Syrische AMV niet-ontvankelijk na alsnog besluit verweerder

ECLI:NL:RBDHA:2026:23365, Rechtbank Den Haag, 29-07-2026, NL25.54935

Rechtbank Den HaagUitspraak: 29 juli 2026Publicatie: 20 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL25.54935
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Mensenrechten
Arbeidsrelaties
Overheid
Niet Tijdig Beslissen
Asielrecht
Syrie
Artikel 3 Evrm
Alleenstaande Minderjarige Vreemdeling

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Asiel; AMV-er; beroep niet-tijdig beslissen omgeklapt naar inhoudelijk beroep; geloofwaardigheidsbeoordeling niet in geschil; geen vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag; verweerder heeft uit kunnen gaan van een relatief lager niveau van willekeurig geweld bij 15c-beoordeling; van risicoverhogende individuele omstandigheden is niet gebleken; geen expliciete aparte artikel 3 EVRM beoordeling voor humanitaire situatie gepasseerd met artikel 6:22 Awb; voldoende onderzoek gedaan naar adequate opvang in land van herkomst; beroep niet-tijdig niet-ontvankelijk; beroep inhoudelijk ongegrond.

Kern van de zaak

Een Syrische minderjarige (geboren 2008) die in 2023 uit Turkije vertrok, diende een asielaanvraag in in Nederland. Hij stelt niet terug te kunnen naar Syrië vanwege zijn geseculariseerde, moderne levensstijl. Eiser stelde beroep in omdat verweerder niet tijdig op zijn aanvraag had beslist.

Beslissing van de rechter

De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk, omdat verweerder alsnog op 19 maart 2026 een besluit heeft genomen waardoor eiser geen procesbelang meer heeft. De inhoudelijke asielgronden (geen vluchteling, geen artikel 3 EVRM-risico, geen AMV-buitenschuldvergunning) werden door verweerder afgewezen.

22van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past binnen bestaande vaste rechtspraak over niet-tijdig beslissen en de inhoudelijke toetsing van asielgronden; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en het betreft een individuele eersteaanlegbeslissing.

Belangrijkste punten

  • 1Beroep tegen niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens wegvallen procesbelang na het alsnog nemen van een besluit
  • 2Identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser worden geloofd, maar gegronde vrees voor vervolging op grond van levensstijl (niet-praktiserend moslim, modern) niet aannemelijk geacht
  • 3Geen reëel risico op ernstige schade ex artikel 3 EVRM: willekeurig geweld in Syrië op relatief lager niveau zonder individuele risicoVerhogende omstandigheden
  • 4Eiser komt niet in aanmerking voor reguliere verblijfsvergunning op grond van buitenschuldbeleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV)
  • 5Terugkeer niet in strijd met artikel 3 IVRK; terugkeerbesluit met vertrektermijn vier weken opgelegd

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt vaste rechtspraak dat een beroep tegen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is zodra alsnog een inhoudelijk besluit is genomen. De inhoudelijke afwijzing illustreert de strikte toepassing van het bewijsvereiste voor vervolging op grond van levensstijl bij Syrische asielzoekers.

Praktische impact

Eiser, een minderjarige Syrische jongeman, krijgt geen verblijfsrecht en dient Nederland te verlaten binnen vier weken; zijn geseculariseerde levensstijl wordt niet als voldoende asielmotief erkend.

Onderwerp-impact

Voor AMV-ers met een Syrische achtergrond die zich beroepen op culturele of religieuze assimilatie als asielmotief bevestigt deze zaak dat abstracte onveiligheidsgevoelens en een modern westerse levensstijl op zichzelf onvoldoende zijn voor asielbescherming.

Samenvatting

In deze zaak bij de Rechtbank Den Haag staat een Syrische alleenstaande minderjarige vreemdeling (geboren 2008) centraal die in 2023 uit Turkije naar Nederland reisde en asiel aanvroeg. Eiser voerde aan niet te kunnen terugkeren naar Syrië omdat hij er nooit heeft gewoond, de Syrische samenleving niet kent, zijn islamitische geloof niet praktiseert, omgaat met meisjes en een moderne westerse levensstijl heeft. Hij stelde beroep in omdat de IND niet tijdig op zijn aanvraag had beslist. De rechtbank verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen, niet-ontvankelijk. De reden is dat verweerder op 19 maart 2026 alsnog een inhoudelijk besluit heeft genomen, waardoor eiser geen procesbelang meer heeft bij dit onderdeel van het beroep. Dit is in lijn met vaste jurisprudentie. Inhoudelijk had verweerder de asielaanvraag afgewezen. Hoewel identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser werden geloofd, achtte verweerder het niet aannemelijk dat eiser bij terugkeer naar Syrië vervolgd zou worden wegens het niet naleven van islamitische normen of zijn vrijere levensstijl. Ook werd geen reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 EVRM vastgesteld: het niveau van willekeurig geweld in Syrië is relatief lager en er zijn geen individuele omstandigheden die het risico voor eiser verhogen. De gestelde vrees voor problemen met familieleden (ooms) werd evenmin aannemelijk gemaakt. Eiser komt niet in aanmerking voor een reguliere verblijfsvergunning op grond van het buitenschuldbeleid voor AMV-ers, en zijn terugkeer is niet in strijd met artikel 3 van het IVRK. Verweerder heeft een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van vier weken opgelegd. De uitspraak heeft beperkte precedentwerking maar bevestigt dat een geseculariseerde levensstijl alleen, zonder concrete individuele bedreigingen, onvoldoende is voor asielbescherming.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 3 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied