Ouderlijk gezag beëindigd, GI benoemd tot voogd
ECLI:NL:RBDHA:2026:22235, Rechtbank Den Haag, 09-07-2026, C/09/700083 / FA RK 26-1805
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Beschikking van de meervoudige kamer. Beeindiging gezag van de vader; afwijzing verzoek tot beeindiging van gezag van de moeder. 8 EVRM; 3 en 20 IVRK.
Kern van de zaak
De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt de rechtbank Den Haag het ouderlijk gezag van beide ouders over een minderjarige te beëindigen. De minderjarige woont reeds in een zorginstelling en is onder toezicht gesteld. Aanleiding is de onmacht van ouders om de opvoedverantwoordelijkheid binnen aanvaardbare termijn op te pakken, gecombineerd met ernstige gedragsproblematiek bij het kind.
Beslissing van de rechter
De rechtbank Den Haag heeft het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot gezagsbeëindiging van vader en moeder toegewezen en de gecertificeerde instelling benoemd tot voogd over de minderjarige. De doorslaggevende reden is dat de ouders niet in staat zijn de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding binnen een voor de minderjarige aanvaardbare termijn te dragen, terwijl het kind dringend behoefte heeft aan structuur en duidelijkheid.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele jeugdbeschermingszaak van de Rechtbank Den Haag zonder richtinggevende rechtsvragen; de uitkomst is een toepassingsuitspraak van bestaand recht (art. 1:266 BW) in een casuïstische context.
Belangrijkste punten
- 1Ouderlijk gezag van zowel vader als moeder is beëindigd op grond van artikel 1:266 BW.
- 2De gecertificeerde instelling is benoemd tot voogd en had zich reeds bereid verklaard de voogdij te aanvaarden.
- 3De minderjarige was al onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst; de gezagsbeëindiging vormt de volgende stap.
- 4Ernstige gedragsproblematiek (drugsgebruik, delinquent gedrag, verkeerde vrienden) en zorgen over schoolgang onderbouwen het verzoek.
- 5De minderjarige is gehoord via een kindgesprek met de kinderrechter; zijn mening is meegewogen in de beslissing.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak past binnen de vaste lijn van artikel 1:266 BW: gezagsbeëindiging volgt wanneer ouders structureel onmachtig zijn de opvoeding te dragen en een kind duurzame duidelijkheid nodig heeft. De beslissing heeft beperkte precedentwerking maar bevestigt de drempeltoets voor gezagsbeëindiging na langdurige OTS en uithuisplaatsing.
Praktische impact
De ouders verliezen definitief het ouderlijk gezag; alle beslissingen over de minderjarige (zorg, school, verblijf) worden voortaan door de gecertificeerde instelling als voogd genomen. Voor de minderjarige betekent dit formele stabiliteit en continuïteit van zijn verblijf in de zorginstelling.
Onderwerp-impact
Binnen de jeugdzorg onderstreept de uitspraak dat een langdurige OTS gecombineerd met uithuisplaatsing en aanhoudende ouderlijke onmacht kan leiden tot definitieve overdracht van het gezag aan een gecertificeerde instelling, waarmee de zorgketen de regie over het kind overneemt.
Samenvatting
In deze zaak verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming de Rechtbank Den Haag het ouderlijk gezag van beide ouders over een minderjarige jongen te beëindigen en de gecertificeerde instelling als voogd te benoemen. De minderjarige heeft een belast verleden en kampt met ernstige gedragsproblematiek: drugsgebruik, omgang met verkeerde vrienden, delinquent gedrag en schoolverzuim. Hij heeft in hoge mate behoefte aan structuur, begeleiding en duidelijkheid, maar is zelf niet goed in staat situaties te overzien of de juiste keuzes te maken. De minderjarige woont reeds in een zorginstelling en is al geruime tijd onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst, meest recentelijk verlengd tot 5 januari 2027. De gecertificeerde instelling had zich eerder bereid verklaard de voogdij te aanvaarden. De vader is niet verschenen bij de zitting; de moeder en de gecertificeerde instelling waren wel aanwezig. De minderjarige is een dag voor de zitting gehoord door de kinderrechter via een kindgesprek, waarvan de inhoud ter zitting is samengevat en waarop partijen konden reageren. De rechtbank heeft het verzoek tot gezagsbeëindiging toegewezen en de gecertificeerde instelling benoemd tot voogd. De doorslaggevende grond is dat de ouders niet in staat zijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige binnen een voor hem aanvaardbare termijn op zich te nemen, terwijl zijn situatie duurzame duidelijkheid vereist. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De zaak is casuïstisch van aard en past binnen de reguliere toepassing van artikel 1:266 BW, maar illustreert hoe een langdurige OTS gecombineerd met uithuisplaatsing en aanhoudende ouderlijke onmacht leidt tot definitieve overdracht van gezag aan een professionele voogd.