JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:21628Laag15/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:21628, Rechtbank Den Haag, 29-07-2026, NL25.36357

Rechtbank Den HaagUitspraak: 29 juli 2026Publicatie: 3 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer:NL25.36357

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Regulier, afwijzing visumaanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de visumaanvraag heeft mogen afwijzen, omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat er voldoende economische en sociale binding is met het land van herkomst (Iran). Daarom bestaat redelijke twijfel over het voornemen van eiseres om het Schengengebied tijdig te verlaten. Verder oordeelt de rechtbank dat het gebruik van het algoritme Informatie Ondersteunend Beslissen in dit geval het besluit niet onrechtmatig maakt. Het is wel in strijd met het motiverings- en transparantiebeginsel dat de minister het gebruik van het algoritme niet in het besluit heeft vermeld. Ook oordeelt de rechtbank dat eiseres ten onrechte niet is gehoord. Het beroep is om die redenen gegrond, maar de rechtbank laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:21621Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21621, Rechtbank Den Haag, 03-08-2026, NL26.40731

Rechtbank Den Haag3 aug 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:21399Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21399, Rechtbank Den Haag, 31-07-2026, NL26.6990

Rechtbank Den Haag31 jul 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:21408Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21408, Rechtbank Den Haag, 31-07-2026, NL26.14192

Rechtbank Den Haag31 jul 2026
5/100Bekijk