JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:20761Laag28/100

Afghaanse asielzoeker wint beroep wegens onvoldoende onderzoek IND

ECLI:NL:RBDHA:2026:20761, Rechtbank Den Haag, 23-07-2026, NL24.36333

Rechtbank Den HaagUitspraak: 23 juli 2026Publicatie: 24 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL24.36333
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Dublin Verordening
Asielrecht
Afghanistan
Taliban
Onderzoeksplicht Ind

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Beroep – Afghanistan – geloofwaardigheidsbeoordeling – artikel 3 EVRM – artikel 8 EVRM – motiveringsgebrek – zorgvuldigheidsgebrek – gegrond – nieuw besluit – proceskostenveroordeling

Kern van de zaak

Een Afghaanse man (geboren 1994) heeft in Nederland asiel aangevraagd. Zijn moeder, voormalig journaliste, werd door de Taliban vermoord vanwege een artikel dat zij in 1994 schreef over een hooggeplaatste Mujaheddin. Eiser betoogt dat hij bij terugkeer naar Afghanistan gevaar loopt van de Taliban.

Beslissing van de rechter

De rechtbank Den Haag verklaart het beroep (vermoedelijk) gegrond en oordeelt dat verweerder (IND) onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar het risico bij terugkeer. Doorslaggevend is dat verweerder tijdens het gehoor geen vragen heeft gesteld over de verklaring van eiser dat zijn moeder pas na lange tijd werd gevonden, en evenmin heeft onderzocht of eiser als 'terugkeerder uit het Westen' gevaar loopt.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele asielzaak van de Rechtbank Den Haag zonder principiële rechtsvragen; de uitkomst is casuïstisch en heeft beperkte precedentwerking buiten vergelijkbare feitelijke situaties.

Belangrijkste punten

  • 1Nederland werd verantwoordelijk voor de asielaanvraag nadat overdracht aan Italië binnen de Dublin-termijn niet plaatsvond
  • 2Eisers moeder werd vermoord door de Taliban, naar aanleiding van een artikel dat zij in 1994 schreef over een hooggeplaatste Taliban-figuur
  • 3De Taliban zou bij de moord hebben gezegd 'eindelijk hebben we jou gevonden', wat duidt op langdurige opsporing
  • 4Verweerder heeft nagelaten tijdens het gehoor vragen te stellen over de tijdspanne tussen bedreiging en moord, en de verklaring daarvoor onbesproken gelaten
  • 5Verweerder heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar het specifieke risico bij terugkeer vanuit het Westen naar Afghanistan

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat de IND bij complexe asielzaken met indirecte vervolgingsgronden (familieleden van Taliban-doelwitten) een actieve onderzoeksplicht heeft tijdens het gehoor. Onvoldoende motivering en het nalaten van gerichte vragen levert een motiveringsgebrek op.

Praktische impact

Eiser krijgt vermoedelijk een nieuwe inhoudelijke beoordeling van zijn asielaanvraag, waarbij de IND alsnog onderzoek dient te doen naar het risico bij terugkeer, met name gelet op de moord op zijn moeder en zijn verblijf in het Westen.

Onderwerp-impact

De zaak illustreert dat asielzoekers uit Afghanistan wiens familieleden doelwit zijn (geweest) van de Taliban, recht hebben op een grondige risicobeoordeling, ook wanneer de directe bedreiging zich jarenlang niet materialiseerde.

Samenvatting

Deze zaak betreft een Afghaanse asielzoeker (geboren 1994) die op 15 juli 2023 een tweede asielaanvraag indiende in Nederland, nadat Nederland verantwoordelijk was geworden voor de behandeling van zijn aanvraag doordat de overdracht aan Italië niet tijdig had plaatsgevonden. Aan zijn asielaanvraag ligt ten grondslag dat zijn moeder, voormalig journaliste, in 1994 een artikel schreef over een hooggeplaatste Mujaheddin die later voor de Taliban werkte. Dit artikel leidde tot bedreigingen, waarna het gezin naar Pakistan vluchtte. In 2017 keerde de moeder terug naar Afghanistan en probeerde zij haar journalistieke werk te hervatten, waarna zij door de Taliban werd gevonden en vermoord. Bij de moord zou de dader hebben gezegd: 'eindelijk hebben we jou gevonden'. De rechtbank Den Haag oordeelt dat de IND (verweerder) onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar het risico dat eiser loopt bij terugkeer naar Afghanistan. De rechtbank stelt vast dat verweerder tijdens het gehoor heeft nagelaten vragen te stellen over de lange tijdspanne tussen de aanvankelijke bedreiging en de uiteindelijke moord op eisers moeder, terwijl eiser hiervoor een aannemelijke verklaring had gegeven, namelijk dat de Taliban haar pas kon vinden toen zij opnieuw als journaliste aan de slag ging. Verweerder heeft deze verklaring niet besproken en evenmin inhoudelijk beoordeeld. Daarnaast heeft verweerder geen onderzoek gedaan naar het specifieke risico dat eiser loopt als terugkeerder vanuit het Westen naar Afghanistan. De rechtbank acht dit een motiveringsgebrek en/of schending van de onderzoeksplicht. Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard en de zaak wordt terugverwezen naar de IND voor een nieuwe inhoudelijke beoordeling.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 27 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RBROT:2026:8970Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RBROT:2026:8970, Rechtbank Rotterdam, 24-07-2026, ROT 23/3690

Rechtbank Rotterdam24 jul 2026OverheidHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:20759Laag
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:20759, Rechtbank Den Haag, 23-07-2026, NL26.32235

Rechtbank Den Haag23 jul 2026Overheid
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4264Middel
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4264, Raad van State, 22-07-2026, 202506029/1/A2

Raad van State22 jul 2026SchadevergoedingOverheid
35/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4282Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4282, Raad van State, 22-07-2026, 202500140/1/R4

Raad van State22 jul 2026OverheidVergunningen
22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen