Beroep gegrond: mvv-aanvraag dove Syrische vrouw heroverwogen
ECLI:NL:RBDHA:2026:20500, Rechtbank Den Haag, 09-07-2026, NL25.22905
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Niet in geschil is dat eiseres zorg nodig heeft en afhankelijk is van medische zorg. In geschil is of eiseres van referent (en zijn echtgenote) afhankelijk is en of referent deze zorg moet verlenen aan eiseres. De minister heeft de mvv-aanvraag van eiseres (meerderharige zus van referent) afgewezen omdat hij niet aannemelijk heeft geacht dat eiseres en referent door bijkomende elementen van afhankelijkheid familie-en gezinsleven hebben in de zin van artikel 8 van het EVRM. De rechtbank overweegt dat door referent aannemelijk is gemaakt dat de vader van eiseres is overleden. De minister heeft niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat tussen eiseres, referent en haar schoonzus geen sprake is van een bijkomend element van afhankelijkheid in de vorm van emotionele afhankelijkheid, rekening houdend met de gezondheidssituatie van eiseres. Hierbij speelt een belangrijke rol dat eiseres doof is en de minister niet heeft weersproken dat referent en zijn echtgenote met eiseres kunnen communiceren via een speciaal ontwikkelde gebarentaal, waarmee zij ook al met elkaar communiceerden toen zij nog gezamenlijk in Syrië verbleven. Dit betekent dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat tussen eiseres en referent en haar schoonzus geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Beroep is gegrond.
Kern van de zaak
Een Syrische vrouw die doof, autistisch en zwakbegaafd is, wil naar Nederland bij haar broer (referent). Na het overlijden van haar moeder in 2023 en vader in 2025 is er niemand meer die voor haar kan zorgen in Syrië. De minister wees de mvv-aanvraag af omdat er geen gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM zou zijn.
Beslissing van de rechter
Het beroep is gegrond verklaard en het besluit van 23 april 2025 is vernietigd. De rechtbank draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, omdat het overlijden van de vader van eiseres na het bestreden besluit een relevante nieuwe omstandigheid is die bij de beoordeling van het gezinsleven en de afhankelijkheidsrelatie moet worden betrokken.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele zaak bij de rechtbank Den Haag waarbij een procedurele vernietiging plaatsvindt vanwege nieuwe feiten; de uitkomst is casuïstisch en stelt geen nieuwe algemene rechtsregels.
Belangrijkste punten
- 1De minister had geen gezinsleven (artikel 8 EVRM) aanwezig geacht en daarom geen belangenafweging gemaakt.
- 2Eiseres is doof, autistisch en zwakbegaafd; alleen referent en zijn echtgenote kunnen met haar communiceren via een speciaal ontwikkelde gebarentaal.
- 3Het overlijden van de vader in 2025 (na het bestreden besluit van april 2025) is een relevante nieuwe omstandigheid die de afhankelijkheid van eiseres ten opzichte van referent versterkt.
- 4De rechtbank vernietigt het besluit en draagt de minister op opnieuw te beslissen met inachtneming van deze nieuwe feiten.
- 5In Syrië is volgens referent geen adequate zorg beschikbaar voor mensen met de beperkingen van eiseres.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak onderstreept dat bij de beoordeling van 'bijkomende elementen van afhankelijkheid' in het kader van artikel 8 EVRM ook na het primaire besluit opgekomen feiten (zoals overlijden van de enige verzorger) kunnen worden meegewogen bij het nemen van een nieuw besluit.
Praktische impact
De minister moet een nieuw besluit nemen waarbij het overlijden van de vader als verzorger wordt betrokken; eiseres heeft daarmee een herkansing op een verblijfsvergunning om naar haar broer in Nederland te komen.
Onderwerp-impact
Voor mensen met ernstige beperkingen in het buitenland die afhankelijk zijn van in Nederland wonende familieleden, biedt deze uitspraak steun voor het standpunt dat bijzondere zorgsituaties en het wegvallen van mantelzorgers relevante omstandigheden zijn bij de beoordeling van artikel 8 EVRM-aanspraken.
Samenvatting
In deze zaak gaat het om een Syrische vrouw die vanaf haar geboorte doof, autistisch en zwakbegaafd is. Zij woonde jarenlang bij haar ouders in Syrië, terwijl haar broer (referent) sinds 2014 in Nederland verblijft. Na het overlijden van hun moeder in 2023 en vanwege de gezondheidsproblemen van de vader diende referent in 2024 een mvv-aanvraag in voor zijn zus. De minister wees deze aanvraag af omdat hij niet aannemelijk achtte dat sprake was van 'bijkomende elementen van afhankelijkheid' die gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM constitueren. Zonder die vaststelling maakte de minister geen belangenafweging. In beroep bij de Rechtbank Den Haag bleek dat na het bestreden besluit van 23 april 2025 ook de vader van eiseres was overleden, in september 2025. Daarmee is eiseres in Syrië volledig zonder directe familiezorg komen te staan. De rechtbank acht dit overlijden een relevante nieuwe omstandigheid die bij de herbeoordeling van het gezinsleven en de afhankelijkheidsrelatie moet worden betrokken. Bijzonder in deze zaak is dat referent en zijn echtgenote de enigen zijn die met eiseres kunnen communiceren via een door hen speciaal ontwikkelde gebarentaal, en dat de echtgenote van referent professioneel werkzaam is met verstandelijk en lichamelijk beperkten. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit op het bezwaar te nemen met inachtneming van de uitspraak. De zaak illustreert hoe bij kwetsbare vreemdelingen met zware medische en communicatieve beperkingen het wegvallen van mantelzorgers een beslissende rol kan spelen in de beoordeling van artikel 8 EVRM-aanspraken op gezinshereniging.