ECLI:NL:RBDHA:2026:19782, Rechtbank Den Haag, 16-07-2026, NL26.9269
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)MK Jemen, 15c, Marib, beroep gegrond. De minister heeft de door de Afdeling genoemde aspecten onvoldoende kenbaar betrokken en onvoldoende globaal gewogen. Hij volstaat in het beleid met een opsomming en heeft niet inzichtelijk gemaakt hoe hij de verschillende elementen heeft gewogen, en hoe die weging per provincie uitpakt. Dat een globale weging betekent dat geen enkel element doorslaggevend is, ontslaat de minister niet van de verplichting inzichtelijk te maken hoe hij de verschillende elementen weegt. Aantal slachtoffers vanwege humanitaire omstandigheden die het directe of indirecte gevolg zijn van willekeurig geweld is onduidelijk en niet meegenomen in de cijfermatige onderbouwing van het aantal burgerslachtoffers dat is veroorzaakt door willekeurig geweld. Zo kan niet worden vastgesteld of de strijdende partijen in overwegende mate verantwoordelijk zijn voor de huidige humanitaire situatie in Jemen. Aanwezigheid van landmijnen en explosieve oorlogsresten in Marib is onvoldoende kenbaar meegenomen, evenals nieuwe ontheemding. Marib is het zwaarst getroffen qua slachtoffers van landmijnen en explosieve oorlogsresten. Ontheemding als gevolg van het conflict is in 2024 ten opzichte van 2023 gestegen en overgrote deel ontheemde huishoudens in 2025 in Jemen bevond zich in Marib. De rechtbank is van oordeel dat de minister nader onderzoek moet doen naar de feitelijke (humanitaire) omstandigheden en kan daarom in deze zaak geen bindende uitspraak doen over het reële risico op ernstige schade bij terugkeer.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.